Publicatie
29-04-2022

Met de komst van de Woo verdwijnt de Wob; wat betekent dat in de praktijk?

Op 1 mei 2022 treedt, na een lang voorbereidingsproces, de Wet open overheid (“Woo”) in werking. Met de Woo wordt de Wet openbaarheid van bestuur (“Wob”) na precies 30 jaar vervangen.

De Woo voorziet niet in overgangsrecht. Dat betekent dat (ook) Wob-verzoeken die vóór 1 mei 2022 zijn ingediend moeten worden afgehandeld op grond van de regels uit de Woo. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit in een uitspraak van 26 april jl. (ECLI:NL:RVS:2022:1223) bevestigd.

Wat verandert er per 1 mei 2022?

Actievere openbaarmakingsplicht
Onder de Woo moeten bestuursorganen, vaker dan onder de Wob, bepaalde informatie uit zichzelf openbaar maken. Dat heet actieve openbaarmaking en wordt in de Woo wel (en in de Wob veel minder) uitgebreid geregeld.

In dit kader onderscheidt de Woo:

  1. informatie die altijd actief openbaar moet worden gemaakt, en;
  2. informatie die soms actief openbaar moet worden gemaakt.

Openbaarmaking van die tweede categorie moet achterwege blijven als één of meerdere uitzondering(en) van toepassing is/zijn, bijvoorbeeld wanneer openbaarmaking de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden.

Het voornaamste verschil met de Wob is dat de Woo een opsomming bevat van categorieën informatie die bestuursorganen uit eigen beweging openbaar moeten maken. De Wob bevatte slechts een algemene regeling voor wanneer het bestuursorgaan besluit uit zichzelf informatie openbaar te maken. De Woo bepaalt (dus):

  1. welke informatie altijd en welke informatie soms openbaar moet zijn;
  2. welke redenen bestaan om informatie toch niet openbaar te maken, en;
  3. dat, zelfs als bijvoorbeeld de veiligheid van de Staat geschaad kan worden door openbaarmaking, een ‘zwaarwegend algemeen belang’ kan meebrengen dat de informatie toch openbaar moet worden gemaakt.

Passieve openbaarmaking
Passieve openbaarmaking is openbaarmaking van informatie op verzoek van een bedrijf of burger (voorheen het ‘Wob-verzoek’).

De Woo bepaalt onder meer dat openbaarmaking van informatie nu (ook) achterwege mag blijven als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen (onder meer):

  • de bescherming van het milieu, waarop de informatie betrekking heeft, en;
  • het goed functioneren van de Staat, van andere publiekrechtelijke organisaties of van bestuursorganen.

Wanneer deze gronden voor weigering van openbaarmaking van informatie precies van toepassing zijn, is niet op voorhand te zeggen. Uit de rechtspraak zal moeten blijken of bestuursorganen zich te gemakkelijk op deze weigeringsgronden beroepen.

Kortere beslistermijn voor bestuursorganen
Bestuursorganen konden onder de Wob de termijn voor een beslissing op een Wob-verzoek één keer met vier weken verlengen. Onder de Woo is verlenging met slechts twee weken mogelijk, waardoor de maximale beslistermijn onder Woo zes (in plaats van acht) weken is. Net zoals onder de Wob het geval was, verbeurt het bestuursorgaan geen dwangsommen als zij de beslistermijn overschrijdt. Verzoekers van openbaarmaking van informatie zullen zich daarom bij uitblijven van een (tijdige) beslissing tot de bestuursrechter moeten wenden.

Bescherming belanghebbenden
Partijen die belangen hebben bij het niet-openbaar maken van informatie die een bestuursorgaan heeft, krijgen het onder de Woo moeilijker om openbaarmaking te voorkomen. Onevenredige bevoordeling van een derde door openbaarmaking van de informatie is namelijk onder de Woo geen reden meer om openbaarmaking achterwege te laten. Aan de andere kant kan onevenredige benadeling van een derde bovendien slechts aan openbaarmaking in de weg staan ‘in uitzonderlijke gevallen’.

Bestuursorganen moeten onder de Woo derden nog altijd in de gelegenheid te stellen een zienswijze te geven, voordat informatie die op hen betrekking heeft openbaar wordt gemaakt. Als de derde het vervolgens met de beslissing van het bestuursorgaan niet eens is en een procedure bij de bestuursrechter start, mag de informatie in afwachting van de uitspraak niet openbaar worden gemaakt. Ten opzichte van de Wob is dat kostentechnisch een groot voordeel voor de derde-belanghebbende, omdat hij geen kort geding hoeft te starten om openbaarmaking te voorkomen.

Belangenafweging bij verstrekking van bedrijfs-en fabricagegegevens
De Woo wijzigt ten slotte dat concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens die niet in vertrouwen aan de overheid zijn verstrekt alleen na een belangenafweging openbaar kunnen worden gemaakt. Onder de Wob kon (en moest) openbaarmaking alleen achterwege blijven als de betreffende bedrijfs- en fabricagegegevens vertrouwelijk aan de overheid waren verstrekt.

De Woo brengt voor de praktijk dus belangrijke veranderingen met zich mee. Mocht u vragen hebben, neem dan gerust contact op. Wij helpen u graag!