
Stichtingen hebben een bijzondere positie binnen het Nederlandse recht. Zij hebben geen leden of aandeelhouders en kennen vaak een beperkte interne toezichtstructuur. In combinatie met het uitkeringsverbod en de verantwoordelijkheid die stichtingen dragen, kan tekortschietend bestuur grote gevolgen hebben, zowel voor de organisatie zelf als voor betrokken derden.
In hun publicatie in Vereniging Corporate Litigation 2024-2025 (VDHI nr. 194) bespreken Larissa Peereboom‑Bogers en Kenya Limburg de juridische mogelijkheden om op te treden bij (vermeend) wanbeleid binnen een stichting.
Twee juridische routes
Ze bespreken onder meer hoe het begrip wanbeleid in de rechtspraak wordt ingevuld en welke omstandigheden daarbij een rol spelen. Ook gaan zij in op de belangrijkste routes waarmee kan worden ingegrepen wanneer intern geen oplossing mogelijk blijkt:
- Verzoekschriftprocedure ex artikel 2:298 BW: Deze procedure biedt het Openbaar Ministerie en belanghebbenden de mogelijkheid om bestuurders of commissarissen te laten ontslaan.
- Enquêteprocedure ex artikel 2:345 BW: Deze procedure is gericht op het verkrijgen van openheid van zaken en herstel van verhoudingen.
De publicatie geeft inzicht in de verschillen tussen beide procedures en bespreekt in welke situaties welke route het meest voor de hand ligt, bijvoorbeeld afhankelijk van de aard van de misstanden, de gewenste ingreep en de toegankelijkheid van de procedure.
Meer weten?
Wil je meer weten over de toepassingsmogelijkheden, recente jurisprudentie en praktische aandachtspunten?
Lees hier de volledige publicatie in Vereniging Corporate Litigation 2024‑2025 (VDHI nr. 194).

