
Het Wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen (hierna: het Wetsvoorstel Loontransparantie), dat de Europese Richtlijn Beloningstransparantie (EU) 2023/970 implementeert, introduceert ingrijpende verplichtingen voor werkgevers. Voor zorginstellingen - vaak grote organisaties met een grote variëteit aan functies - is het van belang om tijdig inzicht te krijgen in de gevolgen.
In de praktijk leeft bij zorginstellingen regelmatig de gedachte dat toepassing van een cao (met bijbehorende functiewaarderingssystemen) voldoende waarborg biedt tegen loonongelijkheid. Dat uitgangspunt is helaas onjuist. Ook binnen cao-structuren kan sprake zijn van ongerechtvaardigde beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen.
In deze blog lichten wij de hoofdlijnen van het Wetsvoorstel Loontransparantie toe en benoemen wij specifieke aandachtspunten voor de zorgsector.
Gelijke beloning als uitgangspunt
De kern van het Wetsvoorstel Loontransparantie is helder: gelijke beloning voor gelijke of gelijkwaardige arbeid.
Dat laatste begrip ‘gelijkwaardige arbeid’ vraagt in de zorgsector bijzondere aandacht. Functies die op het eerste gezicht sterk verschillen (de Memorie van Toelichting noemt een fotojournalist en een lezersredacteur) kunnen, gelet op vaardigheden, verantwoordelijkheden, inspanningen en arbeidsomstandigheden, toch als gelijkwaardig worden aangemerkt.
Werkgevers zijn verplicht om beloningsstructuren op te stellen die gebaseerd zijn op objectieve en genderneutrale criteria. Die structuren moeten het mogelijk maken om dergelijke vergelijkingen daadwerkelijk te maken.
Rapportageverplichting: inzicht wordt verplicht
Werkgevers met 100 of meer werknemers moeten periodiek rapporteren over beloningsverschillen binnen de organisatie. De rapportage ziet onder meer op:
- de loonkloof in gemiddelde beloningsniveaus (bruto jaarloon en bruto uurloon);
- de loonkloof in aanvullende en variabele componenten;
- de mediane loonkloof; en
- de verdeling van mannen en vrouwen per kwartiel van de loonverdeling.
Voor grote zorginstellingen gelden de volgende termijnen en frequenties voor de rapportage:
| Aantal werknemers | Uiterste datum eerste rapportage | Frequentie |
| 250 of meer | 7 juni 2028 (over 2027) | Jaarlijks |
| 150–249 | 7 juni 2028 (over 2027) | Om de drie jaar |
| 100–149 | 7 juni 2031 (over 2030) | Om de drie jaar |
Een groot deel van de rapportage wordt openbaar gemaakt via een landelijke website. Daarnaast moet de werkgever de interne rapportage - uitgesplitst naar categorieën van gelijke of gelijkwaardige arbeid - delen met werknemers en de ondernemingsraad.
Beloningsevaluatie bij een loonkloof van 5% of meer
Een beloningsverschil tussen mannen en vrouwen is niet zonder meer verboden. Objectieve factoren, zoals opleiding en ervaring, kunnen een verschil rechtvaardigen, mits zij niet samenhangen met geslacht.
Wordt echter voldaan aan de volgende cumulatieve voorwaarden, dan ontstaat een verplichting tot het uitvoeren van een beloningsevaluatie:
- de loonkloof binnen een categorie werknemers bedraagt 5% of meer;
- deze kan niet objectief worden gerechtvaardigd; én
- de kloof is niet binnen zes maanden verholpen.
De evaluatie moet inzicht geven in de oorzaken van de loonkloof, de te nemen maatregelen en de effectiviteit van eerder genomen maatregelen. Voor zorginstellingen, waar beloningsverschillen kunnen ontstaan door bijvoorbeeld fusies, jarenlange groei of inconsistent functiewaarderingsbeleid, is het raadzaam om dergelijke analyses nu al intern in kaart te brengen.

