
In een recente uitspraak heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2025:3682) geoordeeld dat een zorginstelling voor geestelijke gezondheidszorg aantekeningen mag maken van het op verzoek van een voormalig patiënt vernietigen van diens medisch dossier. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft terecht afgezien van handhavend optreden tegen deze vorm van gegevensverwerking. Met deze uitspraak bevestigt de Afdeling dat het recht op gegevenswissing onder de Algemene Verordening Gegevensverwerking (“AVG”) niet absoluut is. Patiënten hebben weliswaar een wettelijk recht op vernietiging van hun medisch dossier, maar wanneer zij dat recht uitoefenen, mag de zorginstelling hiervan vanwege de dossier- en bewaarplicht een aantekening van verwijdering maken. De Afdeling onderstreept dat de zorginstelling tegenover de inspectie moet kunnen verantwoorden waarom een dossier ontbreekt of is vernietigd.
De casus
GGNet is een organisatie die specialistische zorg biedt aan mensen met psychische aandoeningen. Nadat appellante door haar huisarts naar deze zorginstelling was verwezen, vond er een intakegesprek plaats met een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige van GGNet. Omdat appellante geen verdere behandeling wenste, verzocht zij GGNet om verwijdering van haar medisch dossier. GGNet heeft dit verzoek gehonoreerd en haar dossier verwijderd. Daarbij heeft GGNet een interne aantekening gemaakt van het verwijderverzoek. Deze aantekening vormde de kern van het geschil. Appellante was het niet eens met het bewaren van deze aantekening en verzocht de Autoriteit Persoonsgegevens om handhavend op te treden tegen GGNet. De AP wees dit verzoek af, waarna appellante bezwaar maakte. Ook dat bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Gelderland, en uiteindelijk hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In alle instanties bleef de afwijzing van het handhavingsverzoek in stand.
Kern van het geschil
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 17 AVG. Dit artikel bevat het recht op gegevenswissing. Niet in geschil was dat de aantekening van het verwijderverzoek een bijzonder persoonsgegevens is als bedoeld in artikel 9 van de AVG, ondanks dat de aantekening van verwijdering zelf geen medische gegevens bevatte, maar enkel bevestigde dat het medisch dossier van appellante was verwijderd. Volgens appellante had GGNet deze aantekening moeten verwijderen en had de Autoriteit Persoonsgegevens ten onrechte nagelaten om handhavend op te treden. Appellante voerde aan dat de aantekening niet noodzakelijk was voor het beheer van GGNet’s gezondheidszorgdiensten en niet viel onder de dossier- en bewaarplicht van artikel 7:454 lid 1 Burgerlijk Wetboek (“BW”), die geldt voor medische dienstverleners. Zij stelde dat er geen geneeskundige behandeling had plaatsgevonden en er dus geen behandelingsovereenkomst was gesloten. Daarmee zou de wettelijke dossier- en bewaarplicht niet van toepassing zijn. Bovendien achtte zij het onwaarschijnlijk dat GGNet zich nog zou moeten verantwoorden tegenover de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, gezien het tijdsverloop in de procedure.

