Op 15 juli 2026 is de Wet meer zekerheid flexwerkers in het Staatsblad gepubliceerd. Het grootste deel van de zal in werking treden op 1 januari 2028. Met deze wet wil de wetgever werknemers met een flexibel contract meer zekerheid bieden over werk en inkomen. De wet bevat ingrijpende wijzigingen voor oproepkrachten, uitzendkrachten en werknemers met tijdelijke arbeidsovereenkomsten.
De Wet meer zekerheid flexwerkers vormt een belangrijk onderdeel van de hervorming van de arbeidsmarkt en heeft als doel flexibele arbeid minder onzeker te maken. Hieronder gaan wij in op de belangrijkste wijzigingen.
Bandbreedtecontracten in plaats van oproepcontracten
Een van de meest opvallende veranderingen is dat de huidige oproepovereenkomst (nuluren- en min/max-contracten) grotendeels verdwijnt. In plaats daarvan krijgen werkgevers de mogelijkheid om zogenoemde bandbreedtecontracten af te sluiten.
Het gaat hierbij feitelijk om een gereguleerde vorm van het min-max contract. De voorgestelde bandbreedte is 30%: de maximaal overeengekomen arbeidsomvang mag niet meer zijn dan 130% van de minimaal overeengekomen arbeidsomvang. Neem bijvoorbeeld een werknemer met een contract van minimaal 20 uur per week. Deze werknemer kan vervolgens voor maximaal 26 uur per week flexibel worden ingezet binnen de bandbreedte van 20-26 uur per week. Oproepen boven de overeengekomen maximale arbeidsomvang mogen door de werknemer worden geweigerd.
Uitzondering voor minderjarigen, scholieren, studenten en AOW-gerechtigden
Voor minderjarigen, scholieren, studenten en werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, geldt een uitzondering. Indien zij gemiddeld niet meer dan zestien uur per week werken, kan nog wel een oproepovereenkomst worden gesloten. Voor deze groepen blijft dus meer flexibiliteit mogelijk.
Let wel, de scholier of student moet wel daadwerkelijk staan ingeschreven bij een erkende onderwijsinstelling voor (speciaal) voortgezet onderwijs, vavo-onderwijs, mbo, hbo of universiteit (of een vergelijkbare instelling binnen de Europese Economische Ruimte). De uitzondering geldt zolang de inschrijving voortduurt.
Strengere ketenregeling voor tijdelijke contracten
De wet wijzigt ook de ketenregeling. De ketenregeling bepaalt onder welke omstandigheden opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Onder het huidige recht is het mogelijk om weer een tijdelijke arbeidsovereenkomst aan te gaan als een periode van 6 maanden zonder arbeidsovereenkomst is verstreken. De Wet meer zekerheid flexwerkers verlengt deze periode van zes maanden naar 36 maanden. Daardoor blijven opeenvolgende tijdelijke contracten veel langer meetellen voor de ketenregeling.
Voor werkgevers wordt het hierdoor lastiger om werknemers na een korte onderbreking opnieuw tijdelijke contracten aan te bieden.
Uitzondering voor scholieren en studenten
Scholieren en studenten die gemiddeld niet meer dan zestien uur per week werken, zijn hiervan uitgezonderd. Voor hen blijft de kortere onderbreking van zes maanden gelden. Ook voor deze scholieren en studenten geldt dat zij moeten kunnen aantonen dat zij bij een erkende onderwijsinstelling staan ingeschreven.
Meer bescherming voor uitzendkrachten
Ook de rechtspositie van uitzendkrachten wordt aanzienlijk versterkt. Zo wordt de duur van fase A in de wet beperkt. Fase A duurt in beginsel nog slechts 52 weken in plaats van 78 weken.
Daarnaast kunnen uitzendkrachten straks eerder aanspraak maken op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd wordt van rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zodra sprake is van meer dan zes opvolgende tijdelijke uitzendovereenkomsten of zodra de keten van tijdelijke uitzendovereenkomsten langer duurt dan 24 maanden. Fase B wordt dus ook ingekort, van drie jaar naar twee jaar.
Verder wordt het beginsel van gelijke behandeling van uitzendkrachten versterkt. Uitzendkrachten krijgen niet alleen recht op ten minste gelijkwaardige essentiƫle arbeidsvoorwaarden (denk aan loon, overige vergoedingen en arbeids- en rusttijden), maar ook op ten minste gelijkwaardige overige arbeidsvoorwaarden als werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies bij de inlener.
Wanneer treden de wijzigingen in werking?
Het grootste deel van de Wet meer zekerheid flexwerkers treedt in werking op 1 januari 2028. De wijzigingen met betrekking tot bandbreedtecontracten, de ketenregeling en de positie van uitzendkrachten gaan dus pas vanaf dat moment gelden.
De nieuwe regels over gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor ter beschikking gestelde arbeidskrachten treden al op 31 december 2026 in werking.
Wat betekent dit voor werkgevers?
De Wet meer zekerheid flexwerkers vereist dat werkgevers hun personeelsbestand en contractpraktijk kritisch tegen het licht houden. Vooral organisaties die veel gebruikmaken van oproepkrachten, min-maxcontracten, uitzendkrachten of opeenvolgende tijdelijke contracten zullen de gevolgen merken. Hoewel de belangrijkste wijzigingen pas op 1 januari 2028 in werking treden, is het verstandig om tijdig te inventariseren welke arbeidsrelaties geraakt worden. Werkgevers doen er goed aan om hun arbeidsovereenkomsten en inzet van flexibele arbeid de komende periode tegen het licht te houden.
Heeft u vragen over de gevolgen van de Wet meer zekerheid flexwerkers voor uw organisatie of wilt u weten hoe u uw huidige contracten hierop kunt voorbereiden? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrechtspecialisten. Wij helpen u graag.