
Het op 30 januari 2026 gepresenteerde coalitieakkoord besteedt nadrukkelijk aandacht aan het zzp‑vraagstuk. De aanpak bestaat uit twee stappen. Eerst wordt een rechtsvermoeden ingevoerd voor zzp’ers met een laag uurtarief, zoals voorgesteld in de VBAR. Dit is het ‘R’ gedeelte uit de VBAR. Vervolgens wordt het overige deel van de VBAR vervangen door de Zelfstandigenwet, een initiatiefwetsvoorstel van VVD, D66, SGP en CDA. De coalitie is hiermee al aan de slag en heeft recent een deel van de VBAR al geschrapt. Dit om de weg vrij te maken voor de Zelfstandigenwet. Reden om deze Zelfstandigenwet nader onder de loep te nemen.
Toetsen uit de Zelfstandigenwet
De Zelfstandigenwet bestaat uit drie toetsen: de zelfstandigentoets, de werkrelatietoets en het sectoraal rechtsvermoeden. De feitelijke uitvoering van de werkrelatie blijft leidend voor de vraag of aan de toetsen is voldaan.
1. Zelfstandigentoets
Met deze toets wordt gekeken naar de kenmerken van de werkende zelf. Is iemand écht zelfstandige? Daarvan is sprake wanneer de werkende:
- arbeid verricht voor eigen rekening en risico;
- een deugdelijke administratie voert;
- zich in het economisch verkeer als zelfstandig ondernemer gedraagt, bijvoorbeeld door actieve acquisitie, lidmaatschap van een netwerkclub en bekend en vindbaar te zijn als ondernemer;
- een adequate arbeidsongeschiktheidsvoorziening heeft; en
- voorzien heeft in een passende pensioenvoorziening.
De zelfstandige moet zelf onderbouwen dat hij aan deze criteria voldoet. De opdrachtgever heeft echter een eigen verantwoordelijkheid om te toetsen of deze onderbouwing voldoende en juist is. Een tip voor opdrachtgevers: leg de onderbouwing van de zelfstandige vast en vraag door wanneer informatie onduidelijk of onvoldoende is.
2. Werkrelatietoets
De tweede toets richt zich op de manier waarop partijen samenwerken en de aan- en afwezigheid van gezag. Er is geen arbeidsovereenkomst als aan de volgende vier criteria wordt voldaan:
- er is geen hiërarchische controle;
- de werkende heeft vrijheid in de organisatie van het werk;
- de werkende heeft vrijheid in de organisatie van werktijd;
- partijen beogen een samenwerking met en als zelfstandige.
3. Sectoraal rechtsvermoeden
De Zelfstandigenwet biedt de mogelijkheid om op sectoraal niveau een extra rechtsvermoeden voor een arbeidsovereenkomst te introduceren, bijvoorbeeld in sectoren met een verhoogd risico op schijnzelfstandigheid. Als voorbeeld wordt verwezen naar België, waar voor het vervoer van goederen en personen wordt vermoed dat sprake is van een arbeidsovereenkomst wanneer de werkende geen eigenaar is van het voertuig.
Commissie Beoordeling Toetsingskader Zelfstandigenwet
Daarnaast wordt er een Commissie Beoordeling Toetsingskader Zelfstandigenwet opgericht. Deze commissie kan op verzoek van een of beide partijen tot één jaar na het aangaan van de overeenkomst de arbeidsrelatie beoordelen en partijen daarover adviseren. De adviezen en beoordelingen worden openbaar gemaakt en zijn ook bindend voor bijvoorbeeld de Belastingdienst en het UWV.
Bij de commissie zelf is er geen bezwaar- en beroep mogelijk. Wel kunnen partijen naar de rechter om hun situatie voor te leggen. Dit moeten partijen doen binnen acht weken nadat aan hen een afschrift van de uitspraak van de Commissie is verzonden.
Vervolg
De Zelfstandigenwet is op dit moment nog niet ingevoerd. Tot die tijd geldt het huidige toetsingskader met onder andere de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest.
Heeft u vragen over het werken met zelfstandigen, wilt u een risicoscan laten uitvoeren van de zelfstandigen die voor u werken of andere vragen over flexibele arbeidsrelaties, neem dan contact op met een van onze arbeidsrechtspecialisten.

