Er bestaat een spanningsveld tussen de professionele autonomie van een medisch specialist en zijn positie in het ziekenhuis. Medisch specialisten werken steeds vaker in loondienst. Daarmee staan zij formeel in een gezagsverhouding tot het ziekenhuisbestuur en hun directe leidinggevende. Hoe verhoudt deze gezagsverhouding zich tot de professionele autonomie van een medisch specialist? Recent deed de rechtbank Limburg hier een interessante uitspraak over, die ook voor vrijgevestigde artsen relevant is. In onderstaande blog gaan wij hier nader op in.
Professionele autonomie van de medisch specialist
De professionele autonomie van de medisch specialist is stevig verankerd in de cao Ziekenhuizen en AMS (arbeidsvoorwaardenregeling medisch specialist). Artikel 9.1.1 van het Statuut medisch specialisten in dienstverband bepaalt dat het bestuur van het ziekenhuis de professionele autonomie van de medisch specialist ten aanzien van de zorgverlening aan de patiënt respecteert en zich onthoudt van interventie in de individuele arts-patiëntrelatie. Alleen op het vlak van kwaliteit, veiligheid en organisatie van de zorg kan het ziekenhuisbestuur aanwijzingen geven aan de medisch specialist. Deze aanwijzingen mogen niet zien op de medisch-inhoudelijke zorg aan de individuele patiënt en treden niet in de professionele autonomie van de medisch specialist (art. 9.4.8 Statuut medisch specialisten in dienstverband). De cao voor academisch medisch specialisten (cao UMC), de cao voor huisartsen in loondienst en voor medisch specialisten bij GGZ-instellingen (cao GGZ) bevatten soortgelijke bepalingen over de professionele autonomie.
De professionele autonomie is essentieel voor het goed functioneren van de medisch specialist: het geeft de medisch specialist vrijheid van oordeelsvorming om, gegeven de wettelijke kaders en de professionele standaard, zonder inmenging van derden en zonder preventief toezicht van het ziekenhuisbestuur, in de individuele arts-patiëntrelatie te komen tot diagnostiek, behandeling en advisering over de behandeling met de doelstelling de verbetering van de gezondheid van de patiënt.
De gezagsverhouding tussen het ziekenhuisbestuur en de medisch specialist
Ondanks de professionele autonomie van een medisch specialist bestaat er, wanneer de medisch specialist in loondienst is, een gezagsverhouding tussen het ziekenhuisbestuur of de leidinggevende en de medisch specialist. Het begrip ‘gezagsverhouding’ bestaat zowel uit materieel gezag als formeel gezag. Materieel gezag ziet op de aanwijzingen en instructies die de werkgeven aan de werknemer kan geven voor de uitvoering van het overeengekomen werk, welke de werknemer moet opvolgen. Formeel gezag ziet op de regels die binnen de organisatie van de werkgever gelden waar de werknemer zich aan moet houden. Op grond van de gezagsverhouding zal de medisch specialist moeten gehoorzamen aan redelijke aanwijzingen en instructies van zijn leidinggevende, dan wel het ziekenhuisbestuur. Het ziekenhuisbestuur mag dus kaders stellen en aanwijzingen geven over de organisatie van zorg. Maar zodra het gaat om de inhoud van de individuele patiëntenzorg, is de professionele autonomie leidend. Dit schuurt in de praktijk regelmatig.
Rol Vereniging Medische Staf
Medisch specialisten in dienstverband en vrije beroepsbeoefenaren zijn tezamen in de regel lid van de Vereniging Medische Staf (VMS) van een zorginstelling. De VMS fungeert als het officiële overlegorgaan tussen de medisch specialisten en het ziekenhuisbestuur. Hierdoor kunnen artsen collectief via de VMS invloed uitoefenen op het beleid, de organisatie en de kwaliteit van zorg in het ziekenhuis. In de model statuten voor de VMS (opgesteld door de FMS en LAD) wordt het bewaken van behoud van de professionele autonomie als een van de kerntaken van de VMS genoemd. De VMS bevordert optimale medische zorg en stimuleert een cultuur van kwaliteit en patiëntveiligheid, met respect voor de individuele professionele verantwoordelijkheid van artsen. De VMS is dus essentieel voor het collectief organiseren van de professionele autonomie van artsen. Zij zorgt ervoor dat artsen invloed houden op het beleid en de kwaliteit van zorg, en beschermt hun zelfstandigheid in de patiëntenzorg.
Recente jurisprudentie
Het gezag dat het ziekenhuis over de medisch specialist heeft staat op gespannen voet met de professionele autonomie van de medisch specialist. In welke mate dient een leidinggevende deze professionele autonomie te respecteren in de samenwerking met de medisch specialist? En in hoeverre kan een individuele medisch specialist zich uitspreken over de noodzakelijke randvoorwaarden voor de patiëntenzorg?
De rechtbank Limburg oordeelde recent over een zaak waarin dit spanningsveld naar het oordeel van het ziekenhuis tot een arbeidsconflict had geleid (zie ECLI:NL:RBLIM:2025:8179, Rechtbank Limburg, 11672889 \ AZ VERZ 25-52). De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Dit verzoek werd afgewezen. De rechtbank overwoog daarbij ten aanzien van de professionele autonomie van de medisch professional het volgende:
“Als professional wordt van haar verwacht dat zij bij het uitoefenen van haar functie kritisch is, zelf nadenkt, met oplossingen komt voor ingewikkelde problemen en bovenal zelfstandig functioneert. Die onmisbare functie-eisen scheppen echter ook een bepaalde attitude die niet naar behoeve uitgeschakeld kan worden, bijvoorbeeld als het gaat om de omgang met de leidinggevende. Van een persoon die leiding geeft aan professionals mag daarom verwacht worden daar meer dan gemiddeld mee om te kunnen gaan.”
Zijn er dan geen grenzen aan deze professionele autonomie in relatie tot de gezagsverhouding? Deze vraag beantwoordde de rechtbank als volgt:
“Wat naar het oordeel van de kantonrechter wel ongeoorloofd is, is dat kritiek verwordt tot sabotage of ondermijning van de leidinggevende. (…) Zoals het spreekwoord zegt: “c’est le ton qui fait la musique”, maar de “ton” - die voor [leidinggevende] evident is - heeft de kantonrechter in deze zaak niet kunnen horen. Daarvoor ontbreken de feiten. Wat overblijft zijn een aantal voorvallen die echter niet noodzakelijkerwijs de negatieve lading hebben die [het ziekenhuis] eraan toeschrijft.”
Een autonome en kritische houding is dus onderdeel van de functie van een medisch professional. Van een persoon die leidinggeeft aan een medisch professional mag daarom worden verwacht meer dan gemiddeld met deze kritische houding en zelfstandigheid om te kunnen gaan, aldus de rechtbank. Van het ziekenhuisbestuur en leidinggevenden wordt dus verwacht dat zij de professionele autonomie en de daarmee samenhangende kritische houding van medische professionals respecteren en daarmee kunnen omgaan.
Vrije beroepsbeoefenaren
Het spanningsveld tussen het bestuur van een ziekenhuis en een individuele medisch specialist speelt niet alleen bij medisch specialisten in loondienst. Wij behandelen diverse casus waarbij ditzelfde spanningsveld ook optreedt bij vrijgevestigd medisch specialisten, georganiseerd in een Medisch Specialistisch Bedrijf. Van een formele of materiële gezagsverhouding is dan geen sprake. Toch dringen zich parallellen op. Het ziekenhuisbestuur beschikt immers wel over een bepaalde machtspositie doordat hij de mogelijkheid heeft een medisch specialist de toegang tot het ziekenhuis te ontzeggen. De hiervoor genoemde uitspraak is ook voor die situaties zeer relevant.
Belang voor de praktijk
Deze uitspraak onderstreept dat de professionele autonomie niet alleen op papier aan de medisch specialist is toegekend, maar ook in de praktijk een belangrijke rol speelt. Een kritische, zelfstandige houding hoort bij het werk van een medisch specialist en mag niet zomaar als ondermijning van gezag worden gezien. Tegelijkertijd vraagt dit van leidinggevenden in de zorg het vermogen om met deze professionele autonomie om te kunnen gaan. Leidinggevenden doen er dus goed aan om de autonomie van de medisch specialist te respecteren, en medisch specialisten om hun kritische houding constructief in te zetten.
Mocht u vragen hebben naar aanleiding van bovenstaande blog of hulp nodig hebben bij een arbeidsconflict in de zorg? Neem dan gerust contact met ons op, wij helpen u graag verder.
Deze blog maakt deel uit van onze blogreeks waarin wij de zorgonderneming volgen van oprichting tot exploitatie en, indien aan de orde, een mogelijke beëindiging. Daarbij komen uiteenlopende juridische vraagstukken aan bod, zoals omgevingsrecht, (ver)huur van zorgvastgoed, arbeidsrecht, overnames en waar nodig een vrijwillige beëindiging of faillissement.