
Het kabinet heeft op 3 november 2026 een wetsvoorstel en een ontwerpprogramma gepresenteerd waarmee het stikstofbeleid een andere basis krijgt. Het wetsvoorstel “Spoedwet vervangen omgevingswaarde stikstof” vervangt de wettelijke doelen die zijn gebaseerd op de neerslag van stikstof op natuurgebieden (depositie) door doelen voor de uitstoot zelf (emissie). Het ontwerpprogramma Landbouw, Natuur en Stikstof (LNS) bevat de maatregelen om die doelen te halen. Het kabinet reserveert daarvoor €20 miljard tot en met 2035. In dit artikel leggen wij uit wat er verandert, wat nog niet vaststaat en waar u nu al rekening mee kunt houden.
Wat verandert er juridisch?
Tot nu toe stuurt de Omgevingswet op de zogenoemde kritische depositiewaarde (KDW) van natuurgebieden. Die waarde is meerdere keren aangepast, wat zorgde voor onzekerheid en een steeds groter wordende opgave voor onder meer de landbouw en industrie. In het wetsvoorstel kiest het kabinet voor vaste doelen per sector. Ze staan in een nieuw artikel van de Omgevingswet en gelden ten opzichte van 2019:
- Landbouw: in 2035 een ammoniakreductie van 45,4 tot 49,7 kiloton (42 tot 46 procent). Dit is een resultaatsverplichting. Dit betekent dat dit resultaat moet worden behaald. De onderkant van de bandbreedte is het minimum en de bovenkant geen maximum. Omdat het doel in kilotonnen is vastgelegd en niet in een percentage, kan het niet meer meebewegen met nieuwe inzichten.|
- Landbouw, tussenstap 2030: een streefwaarde van 24,8 tot 27,0 kiloton. Dit is een inspanningsverplichting. Dit betekent dat het resultaat niet wordt gegarandeerd, maar men zich moet inspannen om het resultaat te behalen. Er is al 13,1 kiloton gerealiseerd in de periode 2019 tot en met 2024.
- Industrie: 50 procent minder ammoniak in 2035 (indicatief 0,7 kiloton).
- Mobiliteit: 50 procent minder stikstofoxiden in 2035 (indicatief 80,6 kiloton).
Het ontwerpprogramma LNS is een verplicht Rijksprogramma onder de Omgevingswet. Het programma kent jaarlijkse, tweejaarlijkse en zesjaarlijkse rapportageverplichtingen en wordt periodiek geactualiseerd. Het definitieve programma moet uiterlijk 30 juni 2027 zijn vastgesteld en bevat dus de maatregelen om de uitstootdoelen te behalen. De komende 6 weken kunnen er zienswijzen op het ontwerpprogramma LNS worden ingediend.
Een belangrijk punt voor overheden en projectontwikkelaars: de depositie blijft juridisch relevant. De Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn blijven gelden, en de rechter toetst vergunningen aan wat er in het natuurgebied zelf gebeurt. De nieuwe doelen vervangen die toets niet. Ze zijn bedoeld om de basis te leggen waarmee kan worden aangetoond dat maatregelen echt bijdragen aan het tegengaan van verslechtering en aan herstel (additionaliteit). Dat is de voorwaarde om bijvoorbeeld via intern en extern salderen weer vergunningen te kunnen verlenen. Dit betekent dus dat de toetsing van vergunningen en omgevingplanwijzigingen uiteindelijk makkelijker moet worden.
Wat betekent dit voor de landbouw?
Bedrijven met vee krijgen te maken met een combinatie van regels, waarvan een deel nog moet worden uitgewerkt:
- Bedrijfsspecifieke emissienormen voor de veehouderij. Voor melkvee noemt het programma een norm van maximaal 0,164 kilogram ammoniak per fosfaatrecht. De normen worden vanaf 2035 afrekenbaar. De ontwerpregelgeving gaat uiterlijk 30 september 2027 in consultatie.
- Grondgebondenheid: een norm van 2,6 grootvee-eenheden (GVE) per hectare voor melkveehouders in 2035. Over de wettelijke uitwerking wordt nog gesproken met de sector. Over de datum van de consultatie is nog geen duidelijkheid, maar naar verwachting zal dit begin 2027 zijn.
- Productierechten: als het landbouwdoel in 2035 niet wordt gehaald, kan het kabinet de productierechten korten. Het kabinet verwacht dat dit niet nodig is. Het wil daarbij maatwerk mogelijk maken, zodat bedrijven die al veel hebben gedaan, minder worden geraakt. Of deze korting in het wetsvoorstel zal staan of in latere wetgeving, is nog niet duidelijk.
- Ondersteuning: voor boeren die extensiveren, verplaatsen of stoppen komen er regelingen, een zaakbegeleider en grondinstrumenten. Subsidieregelingen worden uiterlijk vanaf 2029 beschikbaar. Het kabinet erkent dat de ondersteuning de kosten maar deels dekt. Het is belangrijk bij deze subsidies op de staatssteunkaders en op de samenloop met bestaande regelingen zoals agrarisch natuurbeheer te letten.
Zones rond natuurgebieden: wat is er aan de hand?
Rond een selectie van de 121 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op land komen zones. Niet elk gebied krijgt er een. De definitieve lijst volgt begin 2027, in de ontwerpzonering. Voor de gebieden die wel een zone krijgen, bevat het pakket onder meer:
- een norm van 1,5 GVE per hectare voor melkvee op gebiedsniveau;
- een maximum van 170 kilogram stikstof per hectare per jaar uit meststoffen;
- een verplichte gewasrotatie van een keer per drie jaar;
- mestvrije stroken van 5 meter langs beken;
- regels voor gewasbeschermingsmiddelen en voor hydrologie en grondwateronttrekking.
De GVE-norm gaat in elk geval in januari 2035 in. Andere regels kunnen ook tussen 2029 en 2035 gaan gelden.
Voor provincies is er ruimte voor maatwerk. Zij kunnen vóór 1 september 2028 een eigen gebiedsplan indienen dat hetzelfde, geborgde effect heeft als de Rijksaanpak. Denk aan een smallere zone, gecombineerd met gerichte reductie daarbuiten. Het plan mag niet meer kosten, moet bestuursrechtelijk geborgd worden en kan het generieke beleid en het ondersteunend pakket niet vervangen. Komt een provincie niet op tijd, dan gelden de algemene regels. Voor ondernemers is het dus van belang deze ontwikkelingen op provinciaal niveau in de gaten te houden.

