Blogreeks Gebiedsontwikkeling - Blog 14: het prioriteringskader in de praktijk – actualiteiten netcongestie

Aangemaakt: 01 september 2026

Blogreeks Gebiedsontwikkeling - Blog 14: het prioriteringskader in de praktijk – actualiteiten netcongestie

Inleiding
In de derde blog uit deze serie bespraken we de gevolgen van netcongestie voor energieaansluitingen bij gebiedsontwikkeling. Netcongestie raakt inmiddels niet alleen bedrijven en industrie, maar ook kleinverbruikers. Door de sterk toegenomen vraag naar elektriciteit en het prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) worden ook woningeigenaren en projectontwikkelaars van woningbouw geconfronteerd met een (dreigende) aansluitstop.

Het ACM-prioriteringskader verdeelt de schaarse transportcapaciteit door bepaalde functies voorrang te geven. Woningbouw valt in de derde en laatste prioriteitscategorie, de basisbehoeften. Dat lijkt goed nieuws, maar in de praktijk moet woningbouw binnen deze categorie concurreren met andere projecten en staat zij achter de eerste en tweede categorieën in de rij.

Bij het schrijven van onze vorige blog bestond nog veel onduidelijkheid over de gevolgen van het prioriteringskader en de overgangsperiode voor kleinverbruikers. Inmiddels is er meer duidelijkheid. In deze blog zetten we de belangrijkste veranderingen per 1 juli en 1 oktober 2026 op een rij, bespreken we de gevolgen voor woningbouwprojecten en benoemen we praktische aandachtspunten voor gemeenten en ontwikkelaars.

Wat is er per 1 juli 2026 daadwerkelijk veranderd?
Tot 1 juli 2026 reserveerden netbeheerders een deel van de beschikbare netcapaciteit specifiek voor kleinverbruikers, zoals woningen. Volgens de door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de netbeheerders gepubliceerde procesbeschrijving ‘Eerder Aanvragen’[1] is die aparte reservering per 1 juli 2026 vervangen door één integrale wachtlijst, waarop groot- en kleinverbruikers gezamenlijk worden bediend via het ACM prioriteringskader. Het vermogen dat voorheen exclusief voor kleinverbruik was gereserveerd, wordt vanaf die datum stapsgewijs vrijgegeven aan de integrale wachtlijst. De ‘aparte pot’ die werd gereserveerd voor woningbouw en andere kleinverbruikers is daarmee dus verdwenen. Woningbouw moet voortaan concurreren met andere aanvragen. 

De tussenfase: 1 juli 2026 tot 1 januari 2027
In de periode tussen 1 juli 2026 en 1 januari 2027 geldt bovendien dat transportcapaciteit die vrijkomt uit de voormalige kleinverbruikreservering, uitsluitend wordt toegekend aan partijen die prioriteit hebben gekregen op basis van het prioriteringskader. Pas na 1 januari 2027 verandert dit. Vanaf die datum wordt eventueel resterende transportcapaciteit ook beschikbaar gesteld aan wachtlijstpartijen zonder prioriteit. Voor woningbouwprojecten kan een toegekend prioriteitsverzoek dus het verschil maken tussen het wel of niet op korte termijn over transportcapaciteit beschikken.

Eerder Aanvragen: nieuwe mogelijkheden vanaf 1 oktober 2026
Om gemeenten en ontwikkelaars van woningbouw eerder in het planproces duidelijkheid te geven, is de werkwijze ‘Eerder Aanvragen’ geïntroduceerd. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om voor woningbouw-, collectieve woonvorm- en onderwijshuisvestingsprojecten die binnen tien jaar worden gerealiseerd, al vroeg in het planproces transportcapaciteit aan te vragen. Vanaf 1 oktober 2026 kunnen deze aanvragen via mijnaansluiting.nl worden ingediend.

Er geldt een gefaseerd tijdblokkenschema. Het beoogde startbouwjaar bepaalt vanaf welk moment een aanvraag kan worden ingediend. Hoe eerder de startbouw, hoe eerder een aanvraag kan worden ingediend. Projecten die uiterlijk in 2028 starten, mogen vanaf 1 oktober als eerste aanvragen. Daarna volgen de overige projecten gefaseerd tot en met 22 oktober. Vanaf 23 oktober vervalt het tijdblokkenschema.

De procedure bestaat uit vier stappen: 

  1. De gemeente vraagt via mijnaansluiting.nl aansluiting en transportcapaciteit aan, de netbeheerder controleert de aanvraag en brengt een offerte uit, en na aanvaarding plaatst de netbeheerder de aanvraag definitief op de wachtlijst.
  2. De gemeente dient een prioriteitsverzoek in, parallel aan stap 1 of later; bij toekenning stijgt de aanvraag naar de bijbehorende prioriteitscategorie op de wachtlijst.[2]
  3. Zodra transportcapaciteit beschikbaar is, doet de netbeheerder een aanbieding aan de gemeente en worden aanvaarding aansluitingen en transportcapaciteit definitief vastgelegd. Op dat moment is er zekerheid dat er aansluitingen en transportcapaciteit beschikbaar zijn voor het project.
  4. De ontwikkelaar dient, zodra het project voldoende is uitgewerkt, een detailaanvraag in op basis van de door de gemeente vastgelegde capaciteit, waarin deze wordt vertaald naar concrete aansluitingen binnen het plangebied.

Een belangrijk aandachtspunt is dat eenmaal vastgelegde capaciteit niet achteraf kan worden verhoogd. Wie later meer aansluitingen of capaciteit nodig heeft, moet daarvoor een nieuwe en zelfstandige aanvraag indienen. Bij gefaseerde gebiedsontwikkeling is het daarom van belang om de benodigde capaciteit bij de eerste aanvraag niet te conservatief te ramen, maar uit te gaan van een realistische en tevens verantwoordelijke marge. Voorkomen moet worden dat er te veel ruimte voor 1 project wordt gereserveerd.

Wat moeten gemeenten en ontwikkelaars voorbereiden?
Om voorrang te krijgen, is een volledige aanvraag noodzakelijk. Voldaan moet worden aan het informatieverzoek onder het ACM-prioriteringskader (tabel 4) én het informatieverzoek onder de “Eerder Aanvragen” werkwijze. Zoals gezegd kan het prioriteitsverzoek onder de “Eerder Aanvragen” werkwijze uitsluitend door de gemeente worden ingediend. De hoofdlijnen voor het aanvraagformulier zijn inmiddels gepubliceerd en zullen in de zomer van 2026 nader worden uitgewerkt. 

In aanvulling op de bewijslast onder het ACM-prioriteringskader (tabel 4), moet bijvoorbeeld worden toegelicht om welk type bouw het gaat, de wijze van verwarmen op planniveau, gewenste realisatiedatum en een inschatting van het aantal en type aansluitingen (per fase) per (i) woning en; (ii) voor eventuele collectieve voorzieningen.  

Zoals eerder aangekondigd, wordt onder het ACM-prioriteringskader onderscheid gemaakt in de bewijslast voor gemeenten en ontwikkelaars als indiener van het prioriteringsverzoek. Voor gemeenten betekent dit onder andere dat een overeenkomst met de ontwikkelaar of initiatiefnemer moet worden overgelegd, zoals een koop-, erfpacht-, intentie- of anterieure overeenkomst. Is er nog geen overeenkomst, bijvoorbeeld omdat de gemeente zelf grondeigenaar is en nog geen ontwikkelaar heeft geselecteerd? Dan kan ook een omgevingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat op de betreffende locatie woningbouw is voorzien.

Wie tijdig prioriteit wil aanvragen om de transportcapaciteit veilig te stellen, doet er dus goed aan de benodigde contractuele en planologische stukken vooraf op orde te hebben. Als ontwikkelaar is het zaak de betreffende gemeente hierop te wijzen en tijdig te verzoeken het prioriteitsverzoek en de Eerder Aanvragen-aanvraag in te dienen.

KOVA en collectieve voorzieningen: wat mag meeliften op de prioriteit van woningbouw?
Gebiedsontwikkeling omvat vrijwel nooit alleen woningen. In woongebouwen worden vaak ook functies als buurthuis, supermarkt of horeca opgenomen (ook wel: Kleinschalige Onlosmakelijk Verbonden Activiteiten (“KOVA”)), naast gemeenschappelijke voorzieningen zoals liften en parkeergarages. 

Per woning kan voor KOVA maximaal 1,3 kW worden aangevraagd, berekend over het totale project. Zo wordt voorkomen dat grootschalige commerciële functies meeliften op de prioriteit van woningbouw. Collectieve voorzieningen vallen buiten de KOVA-regeling en tellen niet mee bij de 1,3 kW per woning. Het gaat om onlosmakelijk bij het woongebouw behorende voorzieningen, zoals liften, collectieve verwarming, verlichting van gemeenschappelijke ruimten, collectieve zonnepanelen en systemen voor ventilatie, brandmelding en sprinklers.

Voor zowel KOVA als collectieve voorzieningen geldt op grond een afzonderlijke motiveringsplicht bij het aanvragen van prioriteit. Voor KOVA moet worden onderbouwd dat de activiteit noodzakelijk is om in de woonbehoefte te voorzien; voor collectieve voorzieningen moet worden aangetoond waarom zij noodzakelijk zijn voor de woonfunctie.

Bij gefaseerde gebiedsontwikkeling met meerdere ontwikkelaars kunnen KOVA-aanvragen uit verschillende fasen worden samengevoegd, mits sprake is van één samenhangend project en de KOVA-functie voor het geheel is bedoeld. Zo kan bijvoorbeeld één grotere supermarkt worden gerealiseerd ten behoeve van twee woontorens.

Conclusie 
Zoals wij in blog drie al signaleerden, worden sinds 2026 ook kleinverbruikers en daarmee woningbouwprojecten geconfronteerd met de gevolgen van netcongestie. Sinds 1 juli 2026 is de aparte reservering voor kleinverbruik verdwenen en geldt tot 1 januari 2027 een prioriteit-afhankelijke tussenfase. Woningbouwprojecten zonder prioriteit komen in die periode niet aan de beurt. 

Vanaf 1 oktober 2026 kunnen gemeenten al vroeg in het planproces transportcapaciteit aanvragen voor hun project via het “Eerder Aanvragen” proces, hiermee wordt voorzien in de behoefte om in een vroeg stadium zekerheid te krijgen dat het project bij realisatie is verzekerd van aansluitingen en transportcapaciteit. De KOVA-regeling biedt daarnaast ruimte om bepaalde kleinschalige functies mee te nemen in de prioriteitsaanvraag.

Voor de praktijk wordt tijdige voorbereiding steeds belangrijker. Het op orde hebben van overeenkomsten en planologische stukken is bepalend voor de vraag of een project tijdig over voldoende netcapaciteit kan beschikken. Daarbij geldt opnieuw voor de ontwikkelaar dat het verstandig is om al in een vroeg stadium met de gemeente samen te werken zodat een prioriteitsverzoek zo vroeg mogelijk kan worden aangevraagd
 


[1] Ministerie van BZK, Eerder Aanvragen – prioriteringskader ACM (2026).

[2] Meer lezen over de bewijslast bij een prioriteitsverzoek, lees dan hier verder.

Meer weten over Gebiedsontwikkeling?

Meer weten over Gebiedsontwikkeling?

Meer gerelateerde updates