
Goodwill is een van de meest complexe én praktisch relevante onderwerpen binnen het franchiserecht. Sinds de inwerkingtreding van de Wet franchise moet iedere franchiseovereenkomst een regeling bevatten over de vaststelling, waardering en eventuele vergoeding van goodwill. De praktijk laat zien dat de invulling van deze regeling tot stevige discussies kan leiden. In dit derde artikel uit de blogreeks Franchising leggen wij uit wat goodwill in een franchisecontext inhoudt, welke wettelijke eisen gelden en wat recente rechtspraak leert over de toepassing daarvan.
Wat is goodwill?
Goodwill is, kort gezegd, de meerwaarde van een onderneming boven de optelsom van de losse bezittingen (voorraad, inventaris, machines). Deze meerwaarde kan voortkomen uit factoren als een opgebouwd klantenbestand, de naamsbekendheid op een bepaalde locatie, duurzame relaties met leveranciers en/of bijvoorbeeld de kennis en ervaring binnen de organisatie. Het gaat daarbij om de waarde die maakt dat een koper bereid is meer voor een onderneming te betalen dan enkel de waarde van de bezittingen minus de schulden.
Bij franchiseondernemingen krijgt goodwill echter een bijzonder karakter. De franchisenemer exploiteert weliswaar een eigen onderneming en investeert zelf in bijvoorbeeld personeel, lokale marketing, klantrelaties en de opbouw van een goede naam in het verzorgingsgebied, maar doet dat onder het merk en volgens de formule van de franchisegever. De franchisenemer profiteert daarbij van de naamsbekendheid, werkprocessen en knowhow die de franchisegever ter beschikking stelt. Ook zaken als marketing en inkoop zijn vaak centraal geregeld door de franchisegever.
Daar staat tegenover dat de franchisenemer door zijn eigen inspanningen en investeringen kan bijdragen aan de groei en waardeontwikkeling van de onderneming op lokaal niveau.
De vraag bij goodwill in franchising is daarom: aan wie is de opgebouwde waarde van de onderneming toe te schrijven? Het antwoord verschilt per franchiseformule. Van belang is in hoeverre de waarde is ontstaan door de kracht van het merk en de formule, of juist door de (lokale) ondernemersinspanningen en investeringen van de franchisenemer.
Lees voor meer informatie over de vraag wanneer sprake is van een franchiseovereenkomst ons eerste blog in deze reeks [LINK].
Wat houdt de goodwillbepaling in?
De wettelijke regeling over franchising bevat de verplichting tot het opnemen van een goodwillbepaling in de franchiseovereenkomst. Deze bepaling moet drie elementen bevatten waaruit volgt:
- op welke manier wordt vastgesteld of er goodwill in de onderneming aanwezig is;
- welke waarderingsmethode wordt gebruikt om de omvang van de goodwill te berekenen;
- hoe de vergoeding van de goodwill bij de beëindiging van de franchiseovereenkomst is geregeld wanneer de onderneming door de franchisegever wordt voortgezet.
De franchisegever en franchisenemer zijn dus verplicht om bij het aangaan van de samenwerking al vast te leggen hoe zij omgaan met de opgebouwde waarde wanneer de franchisegever de onderneming van de franchisenemer op enig moment wenst voort te zetten of te laten voortzetten. Dit voorkomt dat de franchisenemer investeert in zijn onderneming, om vervolgens met lege handen te staan wanneer de franchisegever de winkel of het klantenbestand van de franchisenemer overneemt.
De wettelijke regeling bepaalt niet hoe de goodwill wordt vastgesteld. Daarom is het essentieel dat uit de franchiseovereenkomst volgt voor welke waarderingsmethode er is gekozen.
Waarderingsmethoden
Goodwill kan op verschillende manieren worden gewaardeerd. Van belang is in ieder geval dat bij het sluiten van de franchiseovereenkomst vastligt hoe de waarde van de goodwill wordt bepaald. Dat kan op basis van onder andere:
- de historische goodwill methode;
- de toekomstige goodwill methode;
- de rentabiliteitswaarde;
- de intrinsieke waarde; en
- de Discounted Cash Flow-methode (DCF).
In het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is bepaald dat het ook is toegestaan om bijvoorbeeld een gemiddelde van drie waarderingsmethoden te gebruiken (ECLI:NL:GHARL:2022:6164).
Verder kan in de franchiseovereenkomst worden bepaald dat een deskundige de waarde van de goodwill op een later moment vaststelt. Wordt van deze mogelijkheid gebruikgemaakt, dan is het wel van belang om in dat geval ook vast te leggen op basis van welke methode de onderneming wordt gewaardeerd. Daarmee wordt voorkomen dat daarover discussie ontstaat op het moment dat de goodwill moet worden bepaald.
Welke methode passend is, hangt af van de aard van de onderneming, de beschikbare financiële gegevens en de mate waarin toekomstige verdiencapaciteit relevant is.


