Blog 1 Franchise: de ‘franchiseovereenkomst’ en de wettelijke zorgplicht

Aangemaakt: 18 juni 2026

Blog 1 Franchise: de ‘franchiseovereenkomst’ en de wettelijke zorgplicht

Voor de franchiseovereenkomst geldt een wettelijke regeling. Als een overeenkomst voldoet aan de daarin opgenomen definitie van een franchiseovereenkomst, zijn de franchisegever en de franchisenemer gebonden aan de wettelijke rechten en verplichtingen. In dit eerste artikel uit de blogreeks Franchising bespreken wij twee thema's: wanneer is er sprake van een franchiseovereenkomst? En aan welke zorgplicht zijn de franchisegever en de franchisenemer gebonden? 

Wat is een franchiseovereenkomst?
De wet definieert de franchiseovereenkomst als een overeenkomst waarbij een ondernemer, de franchisenemer, het recht krijgt om tegen betaling van een vergoeding zijn onderneming te exploiteren onder de naam en volgens de franchiseformule van een andere partij, de franchisegever. Denk bijvoorbeeld aan een bakkerijketen waarbij elke vestiging werkt volgens dezelfde recepten, onder dezelfde naam en met dezelfde huisstijl. 

Niet de naam van de overeenkomst, maar de uitvoering in de praktijk is bepalend
Om te bepalen of een overeenkomst onder de wettelijke regeling valt, is niet bepalend of in de overeenkomst staat dat het een franchiseovereenkomst is. Zo kan een overeenkomst die je een ‘distributieovereenkomst’ of ‘licentieovereenkomst’ noemt, toch een franchiseovereenkomst zijn als alle wettelijke elementen aanwezig zijn. Omgekeerd is een overeenkomst niet automatisch een franchiseovereenkomst enkel omdat zij in het document zo wordt genoemd.

Om te kwalificeren als franchiseovereenkomst moeten vier elementen aanwezig zijn:

  1. Er moet een franchiseformule zijn. Dit is een operationele, commerciële en organisatorische formule die bepalend is voor een uniforme identiteit en uitstraling. De formule moet bijvoorbeeld een handelsnaam of huisstijl bevatten én er moet ‘knowhow’ worden gedeeld door de franchisegever. Onder knowhow wordt onder meer specifieke, geheime en praktische informatie verstaan, zoals werkprocessen, recepturen of marketingstrategieën.
  2. De franchisenemer heeft niet alleen het recht, maar is ook verplicht om zijn onderneming volgens de franchiseformule te exploiteren. 
  3. De franchisenemer betaalt een vergoeding aan de franchisegever. 
  4. De franchisenemer runt zijn onderneming zelfstandig, voor eigen rekening en risico. Dit onderscheidt franchising van bijvoorbeeld een agentuurovereenkomst, waarbij de ondernemer op naam en voor rekening van zijn opdrachtgever (principaal) optreedt.

De uniforme identiteit en uitstraling binnen de franchiseformule
Niet elke samenwerkingsovereenkomst met afspraken over merkgebruik en voorschriften is een franchiseovereenkomst. In de Stellantis-zaak stelden twee verenigingen van autodealers in Nederland dat de dealer- en reparateursovereenkomsten met Stellantis als franchiseovereenkomst moesten worden aangemerkt (ECLI:NL:GHAMS:2025:673). Hoewel er elementen aanwezig waren die bij franchising kunnen passen, ontbrak volgens het gerechtshof een franchiseformule die bepalend is voor een uniforme identiteit en uitstraling van de ondernemingen van de dealers en reparateurs.

Om van franchising te kunnen spreken, moet de franchisenemer volgens het gerechtshof zijn onderneming willen inrichten en exploiteren aan de hand van de franchiseformule. Het enkel willen verkopen van producten van een bepaalde leverancier is daarvoor onvoldoende. De advocaat-generaal achtte de cassatieklachten van de verenigingen ongegrond (ECLI:NL:PHR:2026:506).

Een directe of indirecte franchisevergoeding
De vergoeding die de franchisenemer voor het gebruik van de formule betaalt, hoeft niet altijd een directe franchise vergoeding te zijn. Een indirecte vergoeding bestaande uit een opslag op de inkoopprijs kan als een franchisevergoeding worden aangemerkt. Uit de rechtspraak volgt daarentegen ook dat een hoge prijs voor geleverde goederen en diensten niet automatisch betekent dat een daarin besloten marge als franchisevergoeding kan worden aangemerkt.

De zorgplicht: goed franchisegever en goed franchisenemer
Als de overeenkomst kwalificeert als franchiseovereenkomst, zijn de franchisegever en de franchisenemer gebonden aan de wettelijke zorgplicht. Zij moeten zich tegenover elkaar gedragen als een goed franchisegever en een goed franchisenemer. Dit is een open norm die wordt ingevuld door de verplichtingen uit de wet en door de redelijkheid en billijkheid.

De zorgplicht is vergelijkbaar met de plicht om zich als 'goed werkgever' of 'goed verhuurder' te gedragen. Zij fungeert als overkoepelend richtsnoer voor de gehele franchiserelatie: van de onderhandelingsfase tot na afloop van de franchiseovereenkomst. Wanneer de belangen van de franchisenemer en de franchisegever botsen, moeten zij het gesprek met elkaar aangaan en zoeken naar een oplossing die voor beide partijen aanvaardbaar is. Uit de rechtspraak volgt dat een franchisenemer bijvoorbeeld geen onredelijke voorwaarden mag verbinden aan het in onderhandeling treden over het bepalen van een drempelwaarde. Ook dient de franchisenemer oog te hebben voor de belangen van de franchiseformule als geheel. De franchisegever handelt onder meer in strijd met zijn zorgplicht als hij de franchisenemer overvalt met vermeende, opgespaarde vorderingen aan het einde van de looptijd van de franchiseovereenkomst.

Voor contractspartijen geldt in het algemeen de regel dat hun samenwerking wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid. De wettelijke zorgplicht voor de franchisegever en de franchisenemer is een nadere concretisering van deze regel. Wie zich niet aan deze wettelijke zorgplicht houdt, kan tekortschieten in de nakoming van een wettelijke verbintenis. Dat kan leiden tot een verplichting tot schadevergoeding en/of nakoming.

De precontractuele informatieplicht
Naast de zorgplicht zijn er voor de franchisegever verplichtingen in de periode voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst. De wet verplicht de franchisegever om de beoogde franchisenemer tijdig te voorzien van onder meer het ontwerp van de franchiseovereenkomst, informatie over vergoedingen en investeringen, financiële gegevens over de beoogde locatie en andere informatie die van belang is voor het sluiten van de franchiseovereenkomst.

De verstrekking van deze informatie moet plaatsvinden ten minste vier weken vóór het sluiten van de franchiseovereenkomst — de zogeheten standstill-periode. Gedurende deze vier weken mag de franchisegever het ontwerp van de overeenkomst niet wijzigen (tenzij in het voordeel van de franchisenemer), de overeenkomst niet sluiten, en de beoogde franchisenemer niet aanzetten tot betalingen of investeringen. Zo is het niet toegestaan de franchisenemer in deze periode alvast een huurovereenkomst voor de beoogde locatie te laten tekenen.

Bijstand en ondersteuning
Een belangrijk onderdeel van de zorgplicht van de franchisegever is de verplichting tot het verlenen van bijstand en ondersteuning. De franchisenemer heeft recht op de commerciële en technische ondersteuning die redelijkerwijs verwacht mag worden, in verhouding tot de aard en strekking van de franchiseformule. Denk hierbij aan marketingondersteuning, scholing, hulp bij operationele problemen en bijstand bij het opzetten van de bedrijfsvoering.

Doorlopende informatieverplichting
Ook na het sluiten van de franchiseovereenkomst dient de franchisegever transparant te zijn. Hij is verplicht tot onder meer informatieverstrekking over voorgenomen wijzigingen, verlangde investeringen, en andere informatie die mogelijk voor de franchisenemer van belang is. De franchisegever dient bovendien jaarlijks inzicht te geven in de besteding van financiële bijdragen van de franchisenemer en er moet ten minste eenmaal per jaar overleg plaatsvinden.

Conclusie
Het kwalificatievraagstuk is niet altijd eenvoudig en vergt een nauwkeurige beoordeling van de feitelijke verhouding tussen partijen. Niet elke samenwerkingsovereenkomst met kenmerken van franchising kwalificeert als franchiseovereenkomst. Zodra echter is vastgesteld dat er sprake is van een franchiseovereenkomst, gelden wettelijke verplichtingen voor zowel de franchisegever als de franchisenemer.

Een van die verplichtingen is de wettelijke zorgplicht. Die zorgplicht vormt het fundament van een evenwichtige franchiserelatie: beide partijen moeten zich redelijk opstellen, met elkaar in gesprek blijven en streven naar werkbare oplossingen bij belangenconflicten. Schending van die zorgplicht kan leiden tot schadevergoeding en nakomingsacties, terwijl overtreding van de precontractuele standstill-bepalingen zelfs tot vernietiging van de franchiseovereenkomst kan leiden.

Onze specialisten
Wijn & Stael beschikt over een gespecialiseerd franchiseteam dat zowel franchisegevers als franchisenemers bijstaat bij de totstandkoming, uitvoering en eventuele beëindiging van franchiserelaties. Heeft u vragen over de kwalificatie van uw overeenkomst of over de naleving van de franchiseovereenkomst en wettelijke verplichtingen? Neem dan gerust contact met ons op.

Betrokken(en)

Meer weten over Franchise?

Meer weten over Franchise?

Meer gerelateerde updates

Helaas, er zijn geen updates gevonden.