Publicatie
30-06-2021

Stikstofwet en bouwvrijstelling gaan per 1 juli in

Op 1 juli treden de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (hierna: Stikstofwet) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering in werking. Hiermee wordt onder andere een (gedeeltelijke) vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstofdepositie voor tijdelijke (bouw)werkzaamheden mogelijk gemaakt. Dit kan tot een snellere uitvoering van bouwprojecten leiden. Het is voor initiatiefnemers en bevoegde gezagen dus goed om te weten wat deze wet behelst. In dit blog bespreken wij de voor de bouwpraktijk relevante wijzigingen van de natuurregelgeving.

Wat regelt de Stikstofwet precies?
De Stikstofwet bestaat kort gezegd uit 3 kernelementen:

  1. Resultaatverplichtende omgevingswaarden: de wet bevat de resultaatverplichting om stapsgewijs de stikstofbelasting op stikstofgevoelige habitattypes in de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen. Zo moet in 2025 40% van de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben, in 2030 minimaal 50% en in 2035 minimaal 74%.
  2. Programma stikstofreductie en natuurverbetering: om de resultaatverplichtingen te halen, geeft de Stikstofwet de opdracht om een programma van maatregelen op te stellen waarmee de reductie kan worden bereikt en de natuur kan herstellen. Dit programma is in voorbereiding en bevat zowel bronmaatregelen (die de stikstofuitstoot beperken) als natuurmaatregelen. Het voorziene maatregelenpakket moet gebiedsgericht worden uitgewerkt. Provincies moeten hiertoe gebiedsplannen opstellen en deze uiterlijk 1 juli 2023 gereed hebben.
  3. Gedeeltelijke vrijstelling vergunningplicht voor de bouwsector: de Stikstofwet regelt een gedeeltelijke vrijstelling van de vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming voor activiteiten van de bouwsector in de bouwfase. Wij zullen deze vrijstelling hieronder nader toelichten.

Voor welke bouwactiviteiten geldt de vrijstelling?
De vrijstelling geldt alléén voor bouw- en sloopactiviteiten van een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk tijdens de bouwfase, waarin de emissie van stikstof tijdelijk en beperkt is. De vrijstelling geldt dus niet voor de gebruiksfase. Dat betekent bijvoorbeeld dat voor het gebruik van een gebouw of nadat een weg is aangelegd nog steeds een natuurvergunning nodig kan zijn voor de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt. Er is dus slechts sprake van een gedeeltelijke vrijstelling van de vergunningplicht. Ook geldt de vrijstelling alleen voor de gevolgen van stikstofdepositie. Denkbaar is immers dat de bouw- of gebruiksfase van een project ándere significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, bijvoorbeeld door verstoring van diersoorten.

Voorbeelden van activiteiten die onder de vrijstelling vallen, zijn de bouw en sloop van woningen, utiliteitsgebouwen, bruggen en viaducten, en bouw- en aanlegactiviteiten voor duurzame energieopwekking, grond-, weg- en waterbouw. De vrijstelling omvat de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden, de emissies van werktuigen op de bouwplaats en eventuele tijdelijke omrij- en omvaar-effecten als gevolg van de werkzaamheden. In het geval er geen sprake is van structurele stikstofemissie in de gebruiksfase, zijn deze bouwactiviteiten dus niet meer vergunningplichtig volgens de Wet natuurbescherming.

Regelt de Stikstofwet ook iets voor PAS-meldingen?
Ja, naar aanleiding van een amendement is aan de wet een artikel toegevoegd dat regelt dat meldingen van initiatiefnemers die onder het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) geen vergunning konden aanvragen omdat de stikstofemissie te gering was, maar die na de uitspraak van de Raad van State over het PAS niet meer geldig zijn, alsnog gelegaliseerd worden. In de Stikstofwet is vastgelegd dat dit legalisatieproces maximaal drie jaar mag duren na inwerkingtreding van het programma stikstofreductie en natuurverbetering met daarin de concrete maatregelen om dit mogelijk te maken. Op de website van BIJ12 is vermeld welke gegevens u digitaal moet aanleveren over uw PAS-melding om een vergunning te kunnen krijgen. De minister heeft aangegeven dat zij PAS-melders tegemoet komt met een vaste vergoeding van 1.600 euro voor het aanleveren van de gegevens. Over de kosten van vergunningverlening moeten nog afspraken worden gemaakt.

Is de Stikstofwet, in tegenstelling tot het PAS, wel juridisch houdbaar?
Dat zal nog moeten blijken. De toepassing van de Stikstofwet in individuele gevallen zal ongetwijfeld weer aan de bestuursrechter worden voorgelegd. Dan zal aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden bekeken moeten worden of de wet voldoet aan de vereisten van de Europese Habitatrichtlijn.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met Shanna Derksen of Heidi Dekker.