Publicatie
14-07-2020

NIEUWE WET VOOR COLLECTIEVE ACTIES IN NEDERLAND IN AMERIKAANSE STIJL

Op 1 januari 2020 is de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) in werking getreden. Deze wet maakt het gemakkelijker om vorderingen voor massaschades aanhangig te maken bij Nederlandse rechtbanken. Deze wet vergroot de mogelijkheden voor collectieve acties in Nederland waardoor deze wet aanmerkelijke gevolgen zal hebben voor het procesvoeringsklimaat in Nederland, en verstevigt de positie van Nederland als het rechtsgebied bij uitstek in Europa voor het aanhangig maken van collectieve acties.

Sinds de jaren 1990 kan in Nederland een belangenorganisatie die een bepaalde groep met vergelijkbare belangen vertegenwoordigt een collectieve actie aanhangig maken en een verklaring voor recht vorderen. Een dergelijke belangenorganisatie kan alleen een stichting of vereniging met volledige rechtspersoonlijkheid zijn. De bevoegdheid van de belangenorganisatie om een collectieve actie aanhangig te maken volgt rechtstreeks uit de wet in plaats van uit een rechtshandeling (bv. een volmacht of mandaat van de personen (de class) namens wie de zaak aanhangig wordt gemaakt, of een cessie van hun individuele vorderingen). Dit betekent dat de belangenorganisatie partij is in het geding, terwijl de individuele leden van de groep zelf dat niet zijn.

Totdat deze wet van kracht werd, voorzag het Nederlands recht niet in een collectieve schadevergoedingsprocedure en kon alleen een verklaring voor recht gevorderd worden. Nu de wet van kracht is geworden, is het mogelijk een massaclaim voor collectieve schadevergoeding aan te spannen.

Korte geschiedenis van de wet

In juli 2014 publiceerde het Ministerie van Justitie en Veiligheid een wetsontwerp voor een nieuwe collectieve actie voor openbare raadpleging. Het voorstel was erop gericht om de reikwijdte van het huidige artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek uit te breiden om collectieve acties voor schadevergoedingen mogelijk te maken op basis van 'opt-out'. Het wetsvoorstel kreeg veel kritiek van bijna alle belanghebbenden en geïnteresseerde partijen. Als gevolg daarvan besloot de minister vertegenwoordigers van die belanghebbenden en geïnteresseerde partijen te betrekken bij het ontwerpen van een nieuwe wet. Op 16 november 2016 publiceerde het Ministerie van Justitie en Veiligheid een volledig herzien wetsvoorstel en legde dit voor aan het Nederlandse parlement. Dit voorstel werd vervolgens op 11 januari 2018 gewijzigd en op 29 januari 2019 door de Tweede Kamer aangenomen. Op 19 maart 2019 nam de Eerste Kamer het wetvoorstel aan en op 1 januari 2020 werd de wet van kracht.

Reikwijdte van de wet

De wet geldt voor collectieve acties die zijn ingesteld vanaf 1 januari 2020 en die betrekking hebben op gebeurtenissen die plaatsvonden op of na 15 november 2016. Op grond van de wet kan een collectieve actie voor schadevergoeding zowel namens consumenten als namens bedrijven worden ingesteld en deze kan gebaseerd zijn op elke schending van rechten die een groep treft. De oorzaak van de geleden schade doet niet ter zake. Op grond van deze wet kunnen vorderingen worden ingesteld wegens de niet-nakoming van overeenkomsten, maar ook wegens schending van kartel-, effecten- of andere wetgeving. Zo komt de wet van pas wanneer aandeelhouders een schadevergoeding eisen voor verliezen als gevolg van bedrijfs- of boekhoudkundige fraude of als consumenten gezamenlijk willen procederen wegens kartelschade. De wet bevat bepalingen over de invoering van controlemechanismen ter voorkoming van rechtszaken op basis van ongefundeerde frivolous claims. De belangrijkste elementen van de wet worden hieronder beschreven.

Criteria voor het instellen van een collectieve actie

Een belangenorganisatie moet voldoen aan verschillende criteria op het gebied van procesbevoegdheid en ontvankelijkheid voordat zij een collectieve actie aanhangig kan maken. Deze criteria zijn onder andere:

  • (i) Geen winstoogmerk: de belangenorganisatie mag geen winstoogmerk hebben; het behalen van winst door middel van de belangenorganisatie mag niet het doel zijn van de oprichters;
  • (ii) Behoorlijk bestuur: de belangenorganisatie moet in beginsel beschikken over een (a) raad van toezicht, (b) een procedure voor besluitvorming door de personen van wie de belangen worden vertegenwoordigd, (c) voldoende financiële middelen om een collectieve actie te bekostigen, (d) een openbaar toegankelijke website die informatie verstrekt over - onder andere - de salarissen van de functionarissen, de hoogte van de van de deelnemers gevraagde bijdragen (indien van toepassing) en hoe men zich kan aansluiten bij de belangenorganisatie en (e) voldoende ervaring en deskundigheid voor de actie;
  • (iii) Redelijke poging tot schikking: een collectieve actie wordt afgewezen als de claimorganisatie geen redelijke poging heeft ondernomen om de zaak te schikken. Deze regel is min of meer een formaliteit geworden, aangezien in de wet is bepaald dat een brief die gedaagde twee weken de tijd geeft om te reageren volstaat; en
  • (iv) Voldoende representatief: belangenorganisaties moeten aantonen dat zij een collectieve actie instellen voor een voldoende groot deel van de getroffen groep.

Daarnaast kan een collectieve actie op grond van de huidige wet alleen aanhangig worden gemaakt als er voldoende nauwe band bestaat met de Nederlandse rechtssfeer. Een dergelijk band wordt op grond van de wet geacht aanwezig te zijn als aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:

  • De meeste personen namens wie de collectieve schadevordering wordt ingediend (de 'class') zijn inwoners van Nederland; of
  • De gedaagde is gevestigd in Nederland; of
  • De gebeurtenissen waarop de collectieve actie gebaseerd is, hebben plaatsvonden in Nederland.

Invoering ' motion to dismiss' (niet-ontvankelijkheidsverklaring) in Nederlandse stijl

De collectieve procedure nog steeds aanhangig gemaakt door middel van een dagvaarding. De dagvaarding moet een uiteenzetting bevatten van de feiten waarop de vordering is gebaseerd, de groep mensen voor wie de belangenorganisatie opkomt en de feitelijke en juridische kwesties die gelden voor alle leden van de groep. De rechtbank zal alleen ingaan op de gegrondheid van de ingestelde collectieve actie indien en nadat de rechtbank beslist heeft dat de belangenorganisatie voldoet aan de relevante criteria en dat de vordering geschikt is voor behandeling door middel van een collectieve-actieprocedure. De rechtbank kan een collectieve actie niet toestaan wanneer (i) de ingediende vordering onvoldoende feitelijke of juridische zaken naar voren brengt die gelijk zijn voor de 'class' (ii) de 'class' te klein is (iii) de financiële belangen te gering zijn of (iv) de vordering op basis van een prima facie beoordeling ongegrond is. Deze stap is vergelijkbaar met 'motion to dismiss'-procedures in de VS.

Benoeming van een ' exclusieve belangenbehartiger'

De wet introduceert een systeem van benoeming van een 'exclusieve belangenbehartiger' die vergelijkbaar is met het systeem van 'lead plaintiff' (hoofdeiser) in de VS. Binnen twee dagen na het aanhangig maken van de actie moet de belangenorganisatie de collectieve actie registreren in een centraal register van collectieve acties, met een korte samenvatting van de dagvaarding. Na inschrijving in het register houdt de rechtbank de zaak drie maanden aan. Tijdens deze periode van drie maanden kunnen andere belangenorganisaties collectieve acties indienen voor dezelfde gebeurtenissen. Wanneer meerdere belangenorganisaties collectieve acties aanhangig maken voor dezelfde gebeurtenissen, wijst de rechtbank een 'exclusieve belangenbehartiger' aan om de belangen van de hele groep te behartigen. Deze exclusieve belangenbehartiger voert het collectieve-actiegeding namens de hele groep. Het is ook mogelijk dat de rechtbank meerdere 'exclusieve belangbehartigers' aanwijst. De andere belangenorganisaties blijven partij bij het geding om de belangen van alle organisaties te stroomlijnen.

Rechtsmacht en reikwijdte

Ondanks het voornemen één gespecialiseerde rechtbank aan te wijzen als bevoegd gerecht, hetgeen verwijderd is uit een eerdere versie van het wetsvoorstel, blijven op grond van deze wet de normale regels over rechtsmacht van toepassing. De regels van de Herschikte EEX-Verordening zijn van toepassing in internationale zaken en bepalen de rechtsmacht van de Nederlandse gerechten.

Nederlandse ingezetenen kunnen kiezen voor 'opt-out' en niet-ingezetenen voor 'opt-in'

De wet biedt de individuele partijen de mogelijkheid om in twee gevallen te kiezen voor 'opt-out'. Individuele partijen uit Nederland die niet vertegenwoordigd willen worden in de collectieve actie kunnen zich na de benoeming van de exclusieve belangenbehartiger terugtrekken ('eerste mogelijkheid tot opt-out'). Voor niet-Nederlandse partijen geldt in beginsel het tegenovergestelde. Die partijen kunnen vrijwillig instemmen met behartiging van hun belangen in de collectieve actie (d.w.z. opt-in). De benoeming door de rechtbank van de exclusieve belangenbehartiger, de omvang van de actie en de definitie van de 'class' moeten worden meegedeeld aan alle leden van de 'class'. In de kennisgeving moet de leden van de groep ten minste een maand de gelegenheid geboden worden om zich terug te trekken uit de collectieve actie door middel van een kennisgeving aan de griffier van de rechtbank. De individuele partijen hebben een tweede mogelijkheid om zich terug te trekken als een collectieve schikking algemeen verbindend verklaard wordt (tweede mogelijkheid tot 'opt-out'). Die partijen moeten binnen zes maanden daarna zelf een procedure beginnen als zij hun vordering willen behouden.

Gezag van gewijsde - bindend effect

In het algemeen geldt dat een rechterlijke beslissing tot toekenning of afwijzing van de collectieve actie bindend is voor alle leden van de class die woonachtig zijn in Nederland en die geen gebruik hebben gemaakt van hun recht zich terug te trekken uit de procedure (opt-out). Hetzelfde geldt voor in het buitenland wonende leden die zich bij de collectieve actie hebben gevoegd door middel van opt-in. Tegen de beslissing is beroep mogelijk bij het bevoegde gerechtshof en uiteindelijk bij de Hoge Raad.

Hoe zit het nu met de Wet collectieve afwikkeling massaschade (WCAM [1])?

Deze wet (WAMCA) moet niet verward worden met de Wet collectieve afwikkeling massaschade (WCAM) die sinds 2005 van kracht is en die het gerechtshof te Amsterdam (dat bij uitsluiting bevoegd is) in staat stelt collectieve schikkingen algemeen verbindend te verklaren tussen gedaagden, belangenorganisaties en andere benadeelden die niet vertegenwoordigd zijn in de procedure (tenzij zij van de opt-out mogelijkheid gebruik hebben gemaakt). Deze wet verschaft belangenorganisaties echter niet de middelen om de gedaagde te dwingen in onderhandeling te treden over een schikking, een lacune die de WAMCA beoogt te dichten.


[1] Wet collectieve afwikkeling massaschade.

15 juli 2020