Publicatie
22-03-2017

Wet versterking positie curator aangenomen: inlichtingenplicht uitgebreid

Op 21 maart 2017 stemde de Eerste Kamer in met de Wet versterking positie curator. De wet treedt in werking op 1 juli 2017. Hieronder worden de belangrijkste aanstaande veranderingen op een rij gezet.

In de taak van de curator verandert dat de curator de wettelijke plicht krijgt om in faillissementen te bezien of sprake is van onregelmatigheden. In voorkomende gevallen is de curator verplicht de rechter-commissaris daarover te informeren en eventueel aangifte te doen. Bovendien dient de curator in het faillissementsverslag te melden hoe de curator zich van zijn fraudesignalerende rol heeft gekweten.

Op grond van art. 105 Faillissementswet is een gefailleerde al verplicht alle relevante inlichtingen te verstrekken aan de curator. Dit wordt ook wel aangeduid als de inlichtingenplicht. Op grond van art. 106 geldt deze plicht momenteel ook voor bestuurders (ten tijde van het faillissement) van een gefailleerde vennootschap.

De belangrijkste wijzigingen als gevolg van de Wet versterking positie curator zijn als volgt:
1) De gefailleerde moet ook op eigen initiatief inlichtingen verstrekken waarvan hij weet of behoort te weten dat deze van belang zijn voor de omvang, het beheer of de vereffening van de boedel (art. 105 lid 1).
2) De gefailleerde moet de curator inlichten over buitenlandse activa, zoals banktegoeden of onroerend goed, en is verplicht alle medewerking te verlenen, waaronder zo nodig de verschaffing van een volmacht, om de curator de beschikking te geven over die buitenlandse vermogensbestanddelen (art. 105 lid 2).
3) Derden, waaronder de accountant, die administratie en daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers onder zich hebben, zijn verplicht deze desgevraagd en zo nodig met de middelen om de inhoud leesbaar te maken aan de curator ter beschikking te stellen (art. 105b lid 1). Daarbij kunnen deze partijen deze stukken niet achterhouden door zich op een retentierecht te beroepen (art. 105b lid 2). Dit artikel is een wettelijke bepaling als gevolg waarvan de geheimhouding door een accountant wordt doorbroken.
4) De inlichtingenplicht gaat ook gelden voor een ieder die bestuurder, commissaris of feitelijk beleidsbepaler was in de periode van drie jaar voorafgaand aan het faillissement en voor vennoten van een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap.

Dat een gefailleerde (of een bestuurder) verplicht is alle inlichtingen aan de curator te verstrekken en dat de curator ook een taak heeft in het kader van de fraudebestrijding, kan maken dat de inlichtingenplicht op gespannen voet komt te staan met het nemo tenetur-beginsel. Dat beginsel houdt in dat iemand niet verplicht is aan zijn eigen strafrechtelijke veroordeling mee te werken.

Remco Vermaire en Marina Luijkx publiceerden al eerder een artikel over dit wetsvoorstel in het Tijdschrift Financiering, Zekerheden en Insolventiepraktijk.


21-3-2017