Publicatie
27-10-2016

Persoonlijke aansprakelijkheid van de curator

Een faillissement wordt afgewikkeld door een curator. Bij de afwikkeling kan de curator onrechtmatig handelen. Dit kan leiden tot aansprakelijkheid ten opzichte van de crediteuren, de financierende bank, de failliet zelf of leveranciers met bijvoorbeeld een eigendomsvoorbehoud. De curator kan zowel in zijn hoedanigheid van curator als persoonlijk aansprakelijk zijn. Bij aansprakelijkheid in hoedanigheid is sprake van een vordering op de boedel. Als de boedel ontoereikend is, dan volgt geen betaling. Bij persoonlijke aansprakelijkheid is sprake van een vordering op de curator in privé.

Voor zover de curator bij de uitoefening van zijn taak niet is gebonden aan regels, komt hem in beginsel een ruime mate van vrijheid toe. De curator dient zich te richten naar het belang van de boedel, maar het is in beginsel aan zijn inzicht overgelaten op welke wijze dat belang het beste kan worden gediend. Hetzelfde geldt voor de wijze waarop hij rekening houdt met andere bij het beheer en de afwikkeling van de boedel betrokken belangen en voor de wijze waarop hij bij dat beheer en die afwikkeling uiteenlopende en soms tegenstrijdige belangen tegen elkaar afweegt. Aansprakelijkheid van de curator pro se moet – als de curator die vrijheid toekomt – worden beoordeeld aan de hand van de door de Hoge Raad geformuleerde “Maclou-norm”. Die norm houdt in dat een curator behoort te handelen zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende curator die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht. Bij deze toetsing past terughoudendheid. Voor persoonlijke aansprakelijkheid is volgens de Hoge Raad vereist dat de curator ook persoonlijk een verwijt kan worden gemaakt van zijn handelen. Daarvoor is vereist dat hij heeft gehandeld terwijl hij het onjuiste van zijn handelen inzag dan wel redelijkerwijze behoorde in te zien.

Als de curator wel gebonden is aan regels, geldt deze ruime vrijheid niet. Op grond van de Faillissementswet heeft de curator bijvoorbeeld machtiging van de rechter-commissaris nodig als hij bepaalde handelingen verricht. Een machtiging is onder andere vereist bij het opzeggen van arbeidsovereenkomsten, het opzeggen van huurovereenkomsten, het onderhands verkopen van activa en het (al dan niet) gestand doen van lopende wederkerige overeenkomsten. Indien een curator zonder machtiging dergelijke handelingen verricht, dan volgt uit art. 72 lid 1 van de Faillissementswet dat de curator persoonlijk aansprakelijk is.

27-10-2016