Publicatie
26-04-2012

Beloning en vertrekregelingen

Het Wetsvoorstel Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (hierna: “WNT”) is op 6 december 2011 unaniem aangenomen door de Tweede Kamer. Als gevolg van de WNT wordt de contractsvrijheid in de (semi)publieke sector ingrijpend beperkt. Niet alleen de beloning wordt wettelijk gemaximeerd, maar ook de afvloeiingsregeling wordt begrensd op € 75.000. Hoewel de Eerste Kamer het wetsvoorstel nog moet behandelen, heeft de WNT ook nu al effect op de arbeidsverhoudingen in de (semi)publieke sector en is het verstandig op de WNT te anticiperen.

De WNT kent drie beloningsregimes. In het eerste regime mag de bezoldiging van topfunctionarissen niet uitstijgen boven een beloningsmaximum van € 187.340 (gebaseerd op 130 procent van het brutosalaris van een minister). Dit beloningsregime geldt voor de publieke sector en voor semipublieke instellingen als het onderwijs, de publieke omroep, drinkwaterbedrijven, woningbouwcorporaties en de zorg. In het tweede regime mag de beloning niet uitstijgen boven de voor die sector door de minister vastgestelde norm. Het derde regime houdt in dat het kabinet de beloning niet normeert. Dit geldt voor de zorgverzekeraars, die niet tot de semipublieke sector worden gerekend.

De WNT geldt ook voor interim-contracten van meer dan 6 maanden, bijvoorbeeld inhuur via een management-BV of adviesbureau. Voor alle organisaties geldt dat de beloning van bestuurders openbaar wordt gemaakt. Deze verplichting geldt ook voor andere werknemers als hun beloning uitstijgt boven het geldende beloningsmaximum.

In de eerste twee regimes wordt de ontslagvergoeding die tussen werkgever en werknemer kan worden afgesproken gemaximeerd. De vertrekvergoeding mag niet meer dan een jaarsalaris bedragen, en maximaal € 75.000. Uitzonderingen worden niet toegestaan, hoewel bepaalde wachtgelduitkeringen buiten schot lijken te blijven. De WNT verbiedt alternatieve oplossingen om onder het maximum uit te komen, zoals het langer in dienst blijven terwijl geen arbeid meer wordt verricht. Afwijkende afspraken zijn nietig. De rechter kan echter ook na inwerkingtreding van de WNT van de gestelde maxima afwijken. Dit zal waarschijnlijk ook middels een zogenaamde pro forma ontbinding kunnen.

Het wetsvoorstel geeft de minister ingrijpende handhavingsbevoegdheden. De minister kan de topfunctionaris en zijn werkgever, zo nodig met een last onder dwangsom, dwingen om betalingen in strijd met de wet ongedaan te maken. Een betaling in strijd met de wet geldt als onverschuldigd betaald en de minister kan zelfs de onverschuldigde betaling opeisen. Op accountants rust een meldingsplicht. Pensioenfondsen, verzekeraars en de belastingdienst moeten desgevraagd inlichtingen verschaffen over ontslagvergoedingen. Het toezicht op de naleving van de WNT zal dus strikt zijn.

De WNT kent een overgangsregeling. De tot 6 december 2011 overeengekomen beloningsafspraken worden gehonoreerd gedurende 4 jaar. Daarna vindt een afbouw plaats in 3 jaar tot het voor de organisatie geldende maximum. Indien een contract voor bepaalde tijd wordt verlengd geldt echter direct het nieuwe regime. Wijzigingen in de beloning of de duur van de arbeidsovereenkomst die tussen 6 december 2011 en inwerkingtreding van de wet zijn overeengekomen genieten geen bescherming van het overgangsrecht. Verwacht wordt dat de WNT op 1 januari 2013 in werking treedt.

Het is verstandig om bij de totstandkoming van nieuwe contracten, of wijziging van bestaande afspraken met topfunctionarissen in de semipublieke sector rekening te houden met de WNT.

26-04-2012

Betrokken advocaten

Expertises

Arbeidsrecht