
Een hypotheekadviseur is voor het uitvoeren van een hypotheekaanvraag afhankelijk van informatie die zijn opdrachtgever aanlevert. Als die informatie onjuist blijkt te zijn, kunnen de gevolgen groot zijn. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Gelderland.
De zaak ging samengevat over het volgende. Een man schakelde een hypotheekadviseur in voor zijn hypotheekaanvraag. Ten behoeve van die aanvraag verstrekte hij één loonstrook en een werkgeversverklaring. Hoewel hij al langer werkzaamheden verrichtte voor zijn werkgever, deed hij dat pas sinds mei 2023 in loondienstverband. Voorheen factureerde hij zijn werkzaamheden rechtstreeks aan één van de aandeelhouders via zijn eenmanszaak. Om die constructie toe te lichten stuurde hij de adviseur ook een verklaring van de aandeelhouders van zijn werkgever. Desondanks stond op de werkgeversverklaring (ten onrechte) aangegeven dat hij al sinds mei 2022 in (loon)dienst bij zijn werkgever was. De hypotheekadviseur heeft de loonstrook en werkgeversverklaring vervolgens bij de hypotheekaanvraag aan de bank overgelegd.
Omdat de woning lager werd getaxeerd dan het aangevraagde hypotheekbedrag, wees de bank de aanvraag af. Daarna startte de bank een onderzoek naar de inkomensgegevens. Daarbij kwam zij tot de conclusie dat de werkgeversverklaring een onjuiste ingangsdatum van het dienstverband vermeldde. De bank nam de man daarom op in een voor financiële instellingen raadpleegbaar frauderegister. Zijn werkgever heeft hem vervolgens op staande voet ontslagen.
De man verwijt de hypotheekadviseur dat hij zijn zorgplicht als opdrachtnemer heeft geschonden. De hypotheekadviseur had volgens hem nader onderzoek moeten doen naar de juistheid van de werkgeversverklaring en had aan de bank nadere informatie moeten verstrekken over de beloningswijze in de periode vóórdat hij in loondienst was getreden. Nu de hypotheekadviseur dat heeft nagelaten, stelt hij hem aansprakelijk voor de hierdoor geleden schade.


