
Inleiding
Onder omstandigheden kan de advisering van een cliënt door een accountant een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW tegenover derden opleveren. Als het gaat om de benadeling van de gezamenlijke schuldeisers in faillissement, kan de curator voor hen in rechte opkomen. Daarover gaat dit arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 juli 2025. De curator stelde dat de accountant had geadviseerd over een concernstructuur die tot benadeling van schuldeisers en uiteindelijk tot het faillissement had geleid. Het hof wees de vordering van de curator af omdat de curator zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd.
De feiten
De feiten in deze zaak laten zich als volgt samenvatten. Repa Concrete B.V. (Repa) hield zich bezig met de productie van sleufsilo’s en betonnen elementen. Op advies van de accountant werd Repa als productievennootschap ingericht en werd daarnaast een aparte verkoopvennootschap opgericht (Verkoop BV). Repa mocht haar producten uitsluitend aan Verkoop BV verkopen, tegen 97,5% van de marktconforme prijs. Verkoop BV hoefde Repa pas te betalen nadat zij zelf betaling van haar afnemers had ontvangen.
Toen de financiële positie van Repa verslechterde, schreef de accountant de schuldeisers van Repa aan met de mededeling dat Repa haar schulden niet langer kon voldoen. In die brief stond ook dat een derde, Kradco B.V. (Kradco), bereid was de vorderingen van de schuldeisers over te nemen tegen 20% van de nominale waarde. Kradco nam die vorderingen vervolgens over en verkocht ze door aan Verkoop BV. Verkoop BV betaalde daarvoor minder dan de helft van de nominale waarde van de vorderingen, maar verrekende vervolgens wel de volledige nominale waarde met haar schuld aan Repa (uit hoofde van de door Repa geleverde producten). Kradco werd bewust als tussenpersoon ingezet om te verhullen dat de schuldeisers hun vorderingen in werkelijkheid aan een zustervennootschap verkochten. Kort daarna werd Repa failliet verklaard.
De vordering van de curator en oordeel hof
De curator stelde dat de accountant jegens de gezamenlijke schuldeisers onrechtmatig had gehandeld door te adviseren over een concernstructuur die tot benadeling van schuldeisers en uiteindelijk tot het faillissement van Repa had geleid. Volgens de curator kan de bijzondere zorgplicht die een bestuurder tegenover schuldeisers heeft, worden ‘doorgetrokken’ naar de accountant die adviezen verstrekt die disproportioneel grote risico’s voor schuldeisers meebrengen, terwijl hij weet dat zijn adviezen zullen worden uitgevoerd.
Ten aanzien van dit standpunt oordeelt het hof dat de accountant allereerst een zorgplicht tegenover zijn opdrachtgever heeft. Onder omstandigheden kan de advisering van de accountant aan haar wederpartij echter ook een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW tegenover derden opleveren. Indien die onrechtmatige daad de gezamenlijke schuldeisers van Repa treft, is de curator bevoegd om in het faillissement voor deze schuldeisers op te komen.
In deze zaak loopt het goed af voor de accountant: de vordering van de curator wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen.
Praktische betekenis
Dit arrest maakt duidelijk dat een accountant onder omstandigheden door een curator aansprakelijk kan worden gehouden wanneer diens advisering tot benadeling van schuldeisers leidt. Voor accountants onderstreept het arrest het belang van zorgvuldige advisering: leg de eigen rol, gehanteerde uitgangspunten en gegeven waarschuwingen duidelijk vast en verleen geen medewerking aan constructies die schuldeisers benadelen of die benadeling verhullen.
De gehele uitspraak leest u hier terug.


