
Wat is short stay?
Short stay wordt veel gebruikt voor de verhuur van gemeubileerde woonruimte aan bijvoorbeeld expats, arbeidsmigranten en studenten. Verhuurders baseren zich daarbij op de uitzondering voor huur van woonruimte die "naar zijn aard slechts van korte duur" is. In dat geval geldt de reguliere huur(prijs)bescherming niet. De wet bevat op dit moment geen duidelijke definitie van wat precies onder huur van korte duur moet worden verstaan. Ook ontbreekt een wettelijke maximumduur. Volgens de regering is daardoor een praktijk ontstaan waarbij de uitzondering regelmatig wordt toegepast op vormen van bewoning die feitelijk sterk lijken op reguliere verhuur.
Met een nieuw wetsvoorstel wil het kabinet daar verandering in brengen.
Het wetsvoorstel
Op 2 juli 2026 is de internetconsultatie gestart voor het wetsvoorstel Wet passende huurovereenkomsten. De regering wil, zoals gezged, de uitzondering voor huur van korte duur aanzienlijk beperken om te voorkomen dat huurders buiten de reguliere huur(prijs)bescherming vallen terwijl die bescherming volgens haar wel passend is. Voor verhuurders die actief zijn in de short stay-markt bevat het voorstel daarom een aantal ingrijpende wijzigingen.
Wat verandert er concreet?
De belangrijkste wijziging is dat verhuur van woonruimte voor meer dan 30 nachten wettelijk niet langer kan worden aangemerkt als huur die naar haar aard slechts van korte duur is. Verblijft een huurder langer dan 30 nachten in dezelfde woonruimte, dan kan geen beroep meer worden gedaan op de uitzondering van artikel 7:232 lid 2 BW. Voor veel huidige short stay-concepten betekent dit dat verhuur voor langere perioden alleen nog mogelijk is via een reguliere huurovereenkomst of een specifiek wettelijk toegestane tijdelijke huurvorm.
Het wetsvoorstel probeert ook zogenoemde draaideurconstructies te voorkomen. Wanneer dezelfde huurder achtereenvolgens verschillende woonruimten binnen dezelfde bouwkundige eenheid gebruikt, worden die verblijfsperioden bij elkaar opgeteld. Een verhuurder kan een huurder dus niet eerst 30 nachten in kamer A en vervolgens 30 nachten in kamer B laten verblijven om onder de regeling uit te komen. Zodra de totale verblijfsduur binnen dezelfde bouwkundige eenheid meer dan 30 nachten bedraagt, ontstaat volgens het voorstel een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Daarnaast introduceert het wetsvoorstel een nieuwe opzeggingsgrond voor situaties waarin een werkgever woonruimte verhuurt aan een eigen werknemer op een perceel dat behoort tot het bedrijf waar die werknemer werkzaam is. Wanneer het dienstverband eindigt, kan de verhuurder onder voorwaarden beëindiging van de huurovereenkomst vorderen om de woonruimte beschikbaar te maken voor een andere werknemer. Daarbij moet onder meer worden aangetoond dat de huurder ten minste vier weken geen werknemer meer is en dat de woonruimte daadwerkelijk nodig is voor een andere eigen werknemer. Ook moet in de huurovereenkomst zijn opgenomen dat de woonruimte na beëindiging opnieuw aan een werknemer zal worden verhuurd. Voor werkgevers die personeel huisvesten op het eigen bedrijfsterrein biedt dit meer flexibiliteit dan onder het huidige recht.


