
Per 1 juli 2025 is het griffierecht in WHOA-zaken verlaagd. Deze verlaging heeft tot doel de WHOA-procedure toegankelijker te maken.
De Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) is op 1 januari 2021 in werking getreden en is erop gericht om herstructureringen te faciliteren, om zo te voorkomen dat levensvatbare bedrijven failliet gaan. De WHOA maakt het mogelijk om een akkoord met schuldeisers te sluiten, waarbij het akkoord na goedkeuring (homologatie) door de rechter, ook bindend kan zijn voor schuldeisers die niet hebben ingestemd met het akkoord. Daarom spreekt men ook wel over een ‘dwangakkoord’.
Evaluatierapport WHOA
Een WHOA-procedure kan een kostbare procedure zijn. In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (‘WODC’) is er door een groep onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit Leiden een evaluatierapport opgesteld, welke is gepubliceerd op 18 december 2023. Uit het rapport blijkt onder andere dat de WHOA, als gevolg van de hoge kosten, minder geschikt is voor (kleine) MKB-ondernemingen. Ook blijkt uit het rapport dat het griffierecht dat schuldeisers moeten betalen als ze bij de rechtbank bezwaar willen maken tegen een aangeboden akkoord, in de praktijk een (te) hoge drempel opwerpt.
Verlaging griffierecht
De verlaging van de kosten geldt niet alleen bedrijven die een WHOA-procedure willen starten, maar ook voor schuldeisers die te maken krijgen met een eventuele WHOA-procedure.
Homologatieverzoek - schuldenaar
Ten eerste wordt het griffierecht voor het indienen van een verzoek tot homologatie van een WHOA-akkoord verlaagd naar de laagste tariefcategorie. Voor natuurlijke personen die een onderneming drijven betekent dit een verlaging van € 2.723 naar € 331. Voor rechtspersonen daalt het tarief van € 6.861 naar € 714.
Verzoek afwijzing homologatie - schuldenaar
Ten tweede wordt ook het griffierecht voor een verzoek tot afwijzing van homologatie verlaagd naar de laagste categorie. Dit verlaagt de drempel voor schuldeisers of aandeelhouders om bezwaar te maken tegen de goedkeuring van een WHOA-akkoord. Waar eerder het griffierecht werd bepaald aan de hand van het bedrag van de vordering van de schuldeiser, dan wel de nominale waarde van de aandelen van de aandeelhouder, geldt nu standaard het laagste tarief. Voor natuurlijke personen die een onderneming drijven geldt nu standaard een tarief van € 331. Voor rechtspersonen is dit tarief € 714.


