Blogreeks Insolventierichtlijn: deel 7 – Transparantie en de factsheet

Aangemaakt: 02 juli 2026

Blogreeks Insolventierichtlijn: deel 7 – Transparantie en de factsheet

English version below 

Inleiding
De Europese Richtlijn (EU) 2026/799 tot harmonisatie van bepaalde aspecten van het insolventierecht (de 'Insolventierichtlijn') zet niet alleen in op inhoudelijke harmonisatie van insolventieregimes, maar richt zich daarnaast expliciet op het bevorderen van transparantie. Titel VII van de Insolventierichtlijn introduceert daartoe een vernieuwend transparantie-instrument: het blad met essentiële informatie; de ‘factsheet’.

In dit blog staan de ratio achter deze transparantiemaatregel, de inhoud en vereisten van artikel 51 van de Insolventierichtlijn en de praktische betekenis voor de Nederlandse insolventiepraktijk centraal – in het bijzonder in grensoverschrijdende situaties.

Transparantie voor (potentiële) investeerders
Er bestaan – ook na de implementatie van de Insolventierichtlijn – nog aanzienlijke verschillen tussen de insolventieregimes van de Europese lidstaten. Dat maakt het voor investeerders moeilijk om de risico’s van grensoverschrijdende investeringen goed te beoordelen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de vordering van een Nederlandse investeerder in een Poolse of Italiaanse insolventieprocedure? Om de belangrijkste kenmerken van nationale insolventieprocedures transparanter te maken en om met name schuldeisers met grensoverschrijdende vorderingen bij hun risicoschatting te helpen, verplicht de Insolventierichtlijn lidstaten om een factsheet op te stellen en via het Europees e-justitieportaal openbaar te maken.

De factsheet zou een brug moeten slaan tussen juridisch complexe nationale regels en de informatiebehoefte van een internationale markt. De factsheet zou: 

  • toegankelijkheid vergroten: informatie zou eenvoudig vindbaar en begrijpelijk zijn; 
  • vergelijkbaarheid bevorderen omdat lidstaten gebruikmaken van een gestandaardiseerd format;
  • praktische bruikbaarheid waarborgen: de informatie moet zelfstandig leesbaar zijn, zonder verwijzing naar andere bronnen;
  • grensoverschrijdend vertrouwen versterken: investeerders zouden sneller en beter kunnen inschatten wat hen te wachten staat bij insolventie.

Artikel 51: het ‘blad met essentiële informatie’
De factsheet geeft geen juridisch uitputtende beschrijving van het nationale insolventierecht, maar biedt een compacte, begrijpelijke en feitelijke weergave van de belangrijkste kenmerken daarvan. De Insolventierichtlijn schrijft expliciet voor dat de factsheet in duidelijke en niet-technische taal is opgesteld, zodat het ook voor niet-juridisch geschoolde lezers toegankelijk is.

De inhoud van de factsheet is in zekere mate gestandaardiseerd. De Insolventierichtlijn bepaalt welke onderwerpen in ieder geval moeten worden behandeld en in welke volgorde. Daarmee wordt beoogd dat informatie over verschillende lidstaten niet alleen beschikbaar is, maar ook daadwerkelijk onderling vergelijkbaar wordt.

Wat moet er in de factsheet staan? 
Inhoudelijk richt de factsheet zich op vier kernaspecten van het insolventierecht: 

  • de voorwaarden voor opening van een insolventieprocedure;
  • de regels rondom het indienen en verifiëren van vorderingen; 
  • de rangorde van schuldeisers; en 
  • de gemiddelde duur van procedures.

Deze selectie is niet toevallig. Het zijn juist deze elementen die voor investeerders en schuldeisers bepalend zijn bij de beoordeling van hun positie in geval van insolventie. De Insolventierichtlijn dwingt lidstaten daarmee om hun insolventieregime als het ware ‘door de bril van de gebruiker’ te presenteren.

Het opstellen van de factsheet dwingt tot het maken van keuzes

Actualisatie en samenloop met bestaande Europese kaders
Een ander belangrijk aspect is de verplichting tot actualisatie. Lidstaten dienen de factsheet binnen één maand na relevante wijzigingen in het nationale recht aan te passen. Daarnaast moet de factsheet voorzien zijn van een datum waarop de informatie up-to-date is.

De Insolventierichtlijn plaatst de factsheet bovendien nadrukkelijk in de context van bestaande Europese instrumenten, met name de Insolventieverordening (EU 2015/848). Op grond van die verordening zijn lidstaten reeds verplicht om via het Europese e-justitieportaal een beschrijving van hun nationale insolventierecht en -procedures beschikbaar te stellen. Deze verplichting ziet echter primair op het toegankelijk maken van informatie, zonder dat sprake is van een gestandaardiseerde, op vergelijkbaarheid gerichte presentatie. De nieuwe verplichting van artikel 51 bouwt hierop voort. De gedachte is dat de factsheet met essentiële informatie geen parallel systeem creëert, maar een toegankelijke ‘ingang’ vormt tot reeds bestaande informatie.

Praktische betekenis voor de Nederlandse praktijk
Voor de Nederlandse praktijk betekent de transparantiemaatregel dat de wetgever zich bij de implementatie van de Insolventierichtlijn niet alleen moet buigen over wijzigingen van het materiële insolventierecht, maar ook over de wijze waarop die inhoud wordt gepresenteerd; beknopt, helder en voor een internationaal publiek.

Het opstellen van de factsheet dwingt tot het maken van keuzes: welke aspecten zijn essentieel om te vermelden, hoe worden juridische begrippen vereenvoudigd zonder hun betekenis te verliezen en hoe wordt omgegaan met nuances en uitzonderingen?

Tot slot
Al met al lijkt de factsheet een relatief bescheiden, maar potentieel betekenisvolle stap in verdere Europese integratie van het insolventierecht. Voor investeerders en schuldeisers – met name in grensoverschrijdende context – ligt hier een duidelijke meerwaarde. Zij krijgen toegang tot een gestandaardiseerd en laagdrempelig overzicht van nationale insolventieregels, waardoor zij sneller en beter geïnformeerd beslissingen kunnen nemen.

Betrokken(en)

Meer weten over Herstructurering & Insolventie?

Meer weten over Herstructurering & Insolventie?

Blog Series on the Restructuring and Insolvency Directive – Part 7: Transparency and the Factsheet

Introduction
European Directive (EU) 2026/799 on the harmonisation of certain aspects of insolvency law (the 'Insolvency Directive') does not merely pursue substantive harmonisation of insolvency regimes, but also explicitly aims to promote transparency. To that end, Title VII of the Insolvency Directive introduces an innovative transparency instrument: the key information document, referred to as the 'factsheet'.

This blog post examines the rationale underlying this transparency measure, the content and requirements of Article 51 of the Insolvency Directive, and its practical significance for the Dutch insolvency practice – in particular in cross-border situations.

Transparency for (potential) investors
Even following implementation of the Insolvency Directive, considerable differences persist between the insolvency regimes of the EU Member States. This makes it difficult for investors to properly assess the risks associated with cross-border investments. What happens, for example, to the claim of a Dutch investor in Polish or Italian insolvency proceedings? In order to increase transparency regarding the key features of national insolvency proceedings and to assist in particular creditors with cross-border claims in their risk assessment, the Insolvency Directive requires Member States to prepare a factsheet and to make it publicly available via the European e-Justice Portal.

The factsheet is intended to bridge the gap between legally complex national rules and the information needs of an international market. The factsheet should:

  • Enhance accessibility: information should be easy to find and comprehensible;
  • Promote comparability: as Member States are required to use a standardised format;
  • Ensure practical usability: the information must be self-contained and readable without reference to other sources;
  • Strengthen cross-border confidence: investors should be able to assess more quickly and accurately what to expect in the event of insolvency.

Article 51: the ‘key information document’
The factsheet does not provide a legally exhaustive description of national insolvency law, but rather offers a concise, comprehensible and factual overview of its key features. The Insolvency Directive expressly requires the factsheet to be drafted in clear and non-technical language, so as to make it accessible to readers without legal training.

The content of the factsheet is standardised to a certain extent. The Insolvency Directive prescribes which topics must be addressed as a minimum and in which order. The aim is to ensure that information regarding different Member States is not merely available, but also genuinely comparable.

What must the factsheet contain?
In terms of content, the factsheet addresses four core aspects of insolvency law:

  1. The conditions for opening insolvency proceedings;
  2. The rules governing the lodging and verification of claims;
  3. The ranking of creditors; and
  4. The average duration of proceedings.

This selection is not arbitrary. These are precisely the elements that are decisive for investors and creditors when assessing their position in the event of insolvency. The Insolvency Directive thereby compels Member States to present their insolvency regime, as it were, 'through the lens of the user'.

Updating and interaction with existing European frameworks
Another important aspect is the obligation to keep the factsheet up to date. Member States must update the factsheet within one month of any relevant changes to national law. In addition, the factsheet must include a date indicating when the information was last updated.

The Insolvency Directive explicitly situates the factsheet within the context of existing European instruments, in particular the Insolvency Regulation (EU 2015/848). Under that Regulation, Member States are already required to make a description of their national insolvency law and proceedings available via the European e-Justice Portal. However, this obligation primarily concerns making information accessible, without requiring a standardised, comparability-oriented presentation. The new obligation under Article 51 builds upon this existing framework. The underlying concept is that the key information factsheet does not create a parallel system, but rather provides an accessible 'entry point' to information that is already available.

Practical significance for Dutch practice
For Dutch practice, this transparency measure means that, when implementing the Insolvency Directive, the legislature must address not only amendments to substantive insolvency law, but also the manner in which that content is presented: concisely, clearly, and for an international audience.

Drafting the factsheet requires choices to be made: which aspects are essential to include, how can legal concepts be simplified without losing their meaning, and how should nuances and exceptions be addressed?

Concluding remarks
All in all, the factsheet appears to be a relatively modest yet potentially significant step towards further European integration of insolvency law. For investors and creditors – particularly in a cross-border context – there is a clear added value. They gain access to a standardised and accessible overview of national insolvency rules, enabling them to make decisions more quickly and on a better-informed basis.