De rechtbank Rotterdam heeft op 16 juli 2026 de faillissementen uitgesproken van het Rotterdamse cryptoplatform Kraken en haar bewaarstichting. Het vonnis is inmiddels gepubliceerd en verdient de aandacht van iedereen die zich bezighoudt met crypto, financieel toezicht of faillissementsrecht. Voor de klanten van Knaken kwam de blokkade van hun account onverwacht. Terwijl de website hen opriep rustig af te wachten, bleek een deel van hun belegde vermogen al jaren te ontbreken.
Hoe het zover kwam
Kraken bood aan duizenden klanten diensten aan voor het bewaren en verhandelen van cryptoactiva. Klanten stortten geld, kochten crypto en konden in theorie op elk moment hun tegoeden opvragen. De klantgelden werden afgescheiden beheerd via een bewaarstichting, waardoor de vermogens wat Kraken aanhield voor klanten en van Kraken zelf niet vermengd raakten. Dit is een zogenoemde “custody-structuur”.
Op papier is een custody-structuur een solide opzet. Echter bleek in dit geval dat er een dekkingstekort bestond van ergens tussen de vijf en zeven miljoen euro, op een totaal aan klanttegoeden van ruim 8,6 miljoen euro. Een deel van de 8,6 miljoen euro was er al jaren niet meer, mogelijk al sinds een hack in 2020. Daarnaast bleek dat de bestuurder aan zichzelf een lening van 2,3 miljoen euro had verstrekt, terwijl de klanten van niets wisten. Knaken had door nieuwe Europese cryptoregelgeving een vergunning van de AFM nodig en die vergunningsaanvraag was door Knaken ingetrokken. Knaken blokkeerde vervolgens de toegang tot de accounts van de klanten.
De AFM deelde haar bevindingen over het vergunningstraject en het blokkeren van de accounts met de FIOD. Het OM startte een strafrechtelijk én civielrechtelijk onderzoek en diende een faillissementsverzoek in.
Het openbaar belang als faillissementsgrond
Normaal gesproken is het een schuldeiser die het faillissement aanvraagt. Artikel 1 lid 2 van de Faillissementswet geeft het OM echter de mogelijkheid faillissement aan te vragen wanneer een openbaar belang dat rechtvaardigt. Dat betreft een belang dat het belang van individuele schuldeisers overstijgt. Het OM heeft bij Knaken gebruik gemaakt van deze mogelijkheid en de rechtbank verzocht om Knaken failliet te verklaren.
In het vonnis stelt de rechtbank vast dat dit openbaar belang hier aanwezig is en motiveert dat aan de hand van een optelsom van omstandigheden: het grote aantal gedupeerde klanten die bovendien nergens over werden geïnformeerd, het omvangrijke en onverklaarbare dekkingstekort, de lening aan de eigen vennootschap van de bestuurder en de vergunningloze bedrijfsvoering.
De informatieachterstand van de klanten verdient bijzondere aandacht. Klanten konden niet bij hun accounts, werden door Knaken actief ontmoedigd actie te ondernemen en hadden geen zicht op de financiële situatie van het platform. Zij waren daardoor niet in staat om zélf het faillissement aan te vragen. De rechtbank ziet dat het OM in feite optrad als vervanger voor schuldeisers die door deze tactiek buiten spel waren gezet en erkent dit expliciet als zelfstandige reden voor het aannemen van een openbaar belang.
Ook speelt de vergunning van het platform een beslissende rol. Het platform had zijn vergunningaanvraag net vóór de faillissementsaanvraag ingetrokken. Omdat Knaken geen vergunning had, had de AFM geen eigen bevoegdheid meer om zelf in te grijpen. Daardoor werd de AFM door Knaken de facto buitenspel gezet. Het faillissement was het enige beschikbare instrument voor een onafhankelijke afwikkeling. Dit aspect heeft de rechtbank laten meewegen in de beoordeling.
Opgehouden te betalen — ook zonder schuldeisers aan de deur?
Een tweede vraag die aan de orde kwam, was of Knaken wel was opgehouden te betalen. Dit vereiste is nodig om een faillissement te kunnen uitspreken. Knaken zelf voerde aan dat zij niet was opgehouden te betalen omdat er niemand meer was aan wie zij nog hoefde te betalen: er was geen personeel meer, geen handelscrediteuren en geen openstaande facturen. De betalingen aan klanten waren bovendien tijdelijk opgeschort op grond van een clausule in de algemene voorwaarden. Volgens Knaken was zij dus niet opgehouden te betalen waardoor het faillissement niet kon worden uitgesproken.
De rechtbank volgt dit verweer niet. De kern van de overweging is dat de klanten schuldeisers zijn van het platform. De bewaarstichting bewaarde de tegoeden weliswaar afgescheiden, maar betaalde uitsluitend uit op instructie van het platform. De contractuele aanspraak van de klant om geld terug te krijgen rustte op het platform zelf. Het zijn juist die aanspraken van klanten waaraan het platform niet kon voldoen omdat er te weinig geld was. De opschortingsclausule in de algemene voorwaarden was bedoeld voor tijdelijke verstoringen van de dienstverlening en niet voor een permanente/structurele situatie en kon dus ook geen soelaas bieden.
Voor de bewaarstichting gold een vergelijkbare redenering. De algemene voorwaarden van de bewaarstichting verplichten de stichting om bij faillissement van Knaken de klanttegoeden in euro's over te maken. Gelet op het dekkingstekort kan ook de stichting die verplichting niet nakomen. Ook zij verkeert volgens de rechtbank dus in de toestand van te hebben opgehouden te betalen.
Wat betekent dit vonnis?
Dit vonnis biedt verschillende lessen. De uitspraak toont een mogelijke lacune als het gaat om toezicht. Zolang een platform opereert buiten de vergunningsplichtige sfeer of nog geen vergunning heeft, heeft de AFM beperkte mogelijkheden om in te grijpen. Het OM moet dan inspringen met een faillissementsverzoek.
Verder laat dit vonnis zien dat de toestand van opgehouden te betalen niet vereist dat er schuldeisers daadwerkelijk aan de deur kloppen. Als een vennootschap structureel niet kan voldoen aan haar verplichtingen jegens haar klanten, kan er ook sprake zijn van een toestand waarin is opgehouden te betalen. Ook als die klanten door een informatieachterstand niet eens weten dat zij schuldeiser zijn.
Voor klanten van Knaken is het van belang om zich te melden bij de curator en alle beschikbare documentatie over hun tegoeden te verzamelen. Wie in de toekomst in crypto belegt, doet er goed aan kritisch te kijken naar de vergunningstatus, de inrichting van de custody‑structuur en de wijze waarop het platform omgaat met incidenten en informatie richting klanten.