
De drempel voor persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder ligt hoog. Het uitschrijven van een vennootschap uit het Handelsregister leidt daarom bij onbetaalde schulden niet op zichzelf tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder, omdat daarvoor onder meer een persoonlijk ernstig verwijt is vereist. Een uitspraak van de kantonrechter in Amsterdam laat echter zien dat de uitschrijving uit het Handelsregister wel degelijk een belangrijke reden kan zijn voor persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder. Daarbij weegt het feit dat de bestuurder onvoldoende informatie verstrekt aan de kantonrechter ook zwaar mee.
De casus
Een ondernemer huurde een marketingbureau in om een website te maken en online marketingdiensten te verrichten. De ondernemer heeft voor die diensten betaald, maar ontving nooit een werkende website en de marketingdiensten bleven uit. Ook na herhaalde verzoeken kwam het marketingbureau zijn verplichtingen niet na. In reactie hierop mailde het marketingbureau op 2 april 2024 nog dat de laatste punten binnen twee weken zouden worden opgelost. Maar de volgende dag, 3 april 2024, werd het marketingbureau uitgeschreven uit het Handelsregister. De ondernemer vordert schadevergoeding van zowel het marketingbureau als in privé van haar bestuurder.
Aansprakelijkheid van het marketingbureau
Tegen een vennootschap die niet meer bestaat kan normaal gesproken niet worden geprocedeerd. De kantonrechter heeft de bestuurder van het marketingbureau daarom bevolen nadere stukken over de uitschrijving te verstrekken, zoals het ontbindingsbesluit en correspondentie met de Kamer van Koophandel over de uitschrijving. Die informatie heeft de bestuurder onvoldoende gegeven. De kantonrechter overweegt dat zij zonder deze informatie niet in staat is om te beoordelen of de vennootschap nog bestaat. Aangezien de bestuurder niet heeft uitgelegd waarom hij deze stukken niet kan indienen, verbindt de rechter daar als gevolg aan dat ervan wordt uitgegaan dat de vennootschap nog wel bestaat en ook voor de vordering kan worden aangesproken.
Naar het oordeel van de kantonrechter is het marketingbureau aansprakelijk. Tussen partijen staat namelijk niet ter discussie dat er geen bruikbare website en geen marketingdiensten zijn geleverd en heeft de ondernemer aan het marketingbureau verschillende kansen gegeven om alsnog aan haar verplichtingen te voldoen. Dat heeft het marketingbureau nooit gedaan. Het is daarom aansprakelijk voor de schade, die de kantonrechter gelijkstelt met het door de ondernemer betaalde bedrag.
Hoge drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid is gehaald
Vervolgens gaat de kantonrechter in op de vraag of de bestuurder van het marketingbureau náást het marketingbureau ook persoonlijk aansprakelijk is. Het uitgangspunt is dat alleen de vennootschap aansprakelijk is wanneer zij haar verplichtingen niet nakomt. Voor persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder is vereist dat de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Daarvan is sprake als de bestuurder wist of had moeten begrijpen dat zijn handelen ertoe zou leiden dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden. Dat is een hoge drempel.
De kantonrechter oordeelt dat die drempel in deze zaak is gehaald. In deze zaak speelt het informatieverzuim een cruciale rol. Omdat de bestuurder de gevraagde stukken niet heeft aangeleverd en daarvoor geen verklaring heeft gegeven, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stellingen van de ondernemer dat het marketingbureau door deze uitschrijving geen verhaal meer biedt en dat de bestuurder hiervan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. De kantonrechter verbindt hieraan dus een stevige sanctie.
De omstandigheid dat de boekhouder van de bestuurder de jaarstukken niet heeft gedeponeerd, ontslaat de bestuurder ook niet van zijn eigen verplichting tot deponering van de jaarstukken. De kantonrechter laat uitdrukkelijk in het midden of de bestuurder uitschrijving bewust had verricht met het doel verhaal te frustreren. Het is voldoende dat hij heeft moeten begrijpen dat de uitschrijving tot gevolg zou hebben dat het marketingbureau zijn verplichtingen niet meer zou nakomen en geen verhaal zou bieden voor de schade. Daarbij speelt een rol dat de bestuurder één dag vóór de uitschrijving nog heeft toegezegd de verplichtingen alsnog na te komen.
De slotsom is dat het marketingbureau en de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk zijn tot betaling van de door de ondernemer geleden schade.
Relevantie voor de praktijk
Deze uitspraak bevestigt dat een uitschrijving uit het Handelsregister op zichzelf geen bestuurdersaansprakelijkheid meebrengt. Het is het samenspel van omstandigheden dat de doorslag geeft: het niet-nakomen van deponeringsverplichtingen, de uitschrijving uit het Handelsregister met openstaande verplichtingen tegenover een klant, een toezegging om die verplichtingen na te komen één dag voor de uitschrijving en het uitblijven van de gevraagde verantwoording aan de kantonrechter.
Voor bestuurders benadrukt dit het belang van een zorgvuldig proces bij de beëindiging van een vennootschap. Uit de uitspraak blijkt dat de plotselinge uitschrijving uit het Handelsregister in combinatie met niet-nagekomen verplichtingen en het niet-deponeren van jaarstukken voldoende kan zijn om een bestuurder persoonlijk aan te spreken. Het gebrek aan verantwoording door de bestuurder aan de rechter weegt in deze zaak bovendien zeer zwaar mee. De kantonrechter gaat op grond daarvan uit van de juistheid van de stellingen van de wederpartij, met alle gevolgen van dien. Deze verstrekkende sanctie ligt, gelet op het Nederlandse bewijsrecht, niet voor de hand als vaste lijn. Maar het illustreert wel dat de rechter veel waarde hecht aan volledige informatievoorziening door partijen, bij uitblijven waarvan hij verstrekkende gevolgen kan verbinden. Bestuurders moeten er daarom op bedacht zijn voldoende openheid van zaken te geven.
De gehele uitspraak leest u hier terug.

