
Inleiding
Wanneer voldoet een accountant bij een persoonsgericht onderzoek aan zijn verplichting tot wederhoor? In deze zaak oordeelde de Accountantskamer dat de onderzochte bestuurders voldoende gelegenheid hadden gekregen om op het conceptrapport te reageren. De accountant hoefde het naar aanleiding daarvan aangepaste conceptrapport niet opnieuw voor wederhoor voor te leggen.
Feiten
De feiten laten zich als volgt samenvatten. Twee vennootschappen werden failliet verklaard. De curator stelde hun bestuurders (een besloten vennootschap en haar directeur-grootaandeelhouder (dga), hierna gezamenlijk: de “bestuurders”) aansprakelijk voor het boedeltekort, onder meer omdat niet aan de administratieplicht van artikel 2:10 BW zou zijn voldaan. De rechtbank Noord-Nederland wees de vorderingen van de curator grotendeels toe en veroordeelde de bestuurders tot betaling van een voorschot van € 1,4 miljoen. Zowel de bestuurders als de curator stelden hoger beroep in. In dat kader gaf de curator een accountant opdracht een deskundigenrapport op te stellen om nader inzicht te verkrijgen in de gevoerde administratie.
Dit onderzoek kwalificeerde onder meer als een persoonsgericht onderzoek krachtens NBA-Handreiking 1112. Tegen die achtergrond legde de accountant in zijn opdrachtbevestiging vast dat hij de dga zou uitnodigen voor een interview in het kader van "hoor". Daarna zou hij zijn voorlopige bevindingen in concept voorleggen in het kader van "wederhoor".
Het liep echter anders. De dga wenste niet mee te werken aan een interview, maar was wel bereid om schriftelijke vragen te beantwoorden. Op 12 augustus 2024 stuurde de accountant een vragenlijst én het conceptrapport aan de dga, met het verzoek uiterlijk 26 augustus 2024 te reageren. De dga reageerde echter niet binnen die termijn. Pas nadat de accountant had nagevraagd of hij nog een reactie mocht verwachten, vond op 4 september 2024 alsnog een overleg plaats, waarna de dga tot 12 september 2024 de tijd kreeg om alsnog te reageren. Op 12 september heeft de accountant alsnog documenten en informatie ontvangen van de dga. Op 16 september 2024 maakte de accountant het rapport definitief.
Klachten
De bestuurders dienden vijf klachten in tegen de accountant bij de Accountantskamer, waaronder de klacht dat onvoldoende wederhoor was toegepast.
De bestuurders leggen daaraan ten grondslag dat zij hadden verwacht dat de accountant na het ontvangen van hun reactie op 12 september 2024 nogmaals een conceptrapport zou voorleggen. Daar zou de dga meerdere keren op hebben aangedrongen. Hier werd geen gehoor aan gegeven.
Oordeel Accountantskamer
Ten aanzien van dit klachtonderdeel stelt de Accountantskamer voorop dat onder NBA-handreiking 1112 onder wederhoor wordt verstaan "het in de gelegenheid stellen van de persoon op wie het onderzoek zich richt, kennis te nemen van en te reageren op de bevindingen uit het onderzoek" en dat bij een persoonsgericht onderzoek hoor en wederhoor in beginsel moet worden toegepast om een deugdelijke grondslag te verkrijgen.
De Accountantskamer stelt vast dat de dga wel degelijk in de gelegenheid is gesteld te reageren: de dga kreeg op 12 augustus 2024 het conceptrapport met een reactietermijn tot 26 augustus 2024, liet die termijn ongebruikt verstrijken, en kreeg daarna alsnog de gelegenheid zich uit te laten in een overleg met de accountant en een extra week om stukken aan te leveren.
Op basis daarvan oordeelt de Accountantskamer dat in dit geval voldoende wederhoor is toegepast en op passende wijze rekening is gehouden met de belangen van de bestuurders.
De Accountantskamer overweegt verder dat er geen algemene verplichting is om een aangepast conceptrapport nogmaals voor wederhoor voor te leggen, maar maakt daarbij de belangrijke nuancering dat dit anders is als “dit dienstbaar is aan het verkrijgen van een deugdelijke grondslag".
Het klachtonderdeel wordt dus ongegrond verklaard.
Tot slot
Deze uitspraak laat zien dat de vraag of een accountant voldoende hoor en wederhoor heeft toegepast sterk afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. In deze casus heeft de accountant naar het oordeel van de Accountantskamer adequaat gehandeld.
De gehele uitspraak vindt u hier.

