Het bestuur van een start-up voor de rechter. Deel II: beoordeling taakvervulling door de Ondernemingskamer

Aangemaakt: 22 mei 2025

Het bestuur van een start-up voor de rechter. Deel II: beoordeling taakvervulling door de Ondernemingskamer

Het is aan een start-up eigen dat de onderneming nog erg kwetsbaar is. Als een start-up failliet gaat, bevinden haar bestuurders zich daarom op een soms dunne lijn van optimistisch ondernemerschap en bestuurdersaansprakelijkheid. Ook rechters zijn zich hiervan bewust. Uit recente rechtspraak volgt dat zowel de civiele rechter als de Ondernemingskamer rekening houden met de kwetsbaarheid van de start-up en de risico’s die daarbij horen wanneer zij beoordelen of de onderneming behoorlijk is bestuurd. In dit tweeluik gaan wij in op deze rechtspraak. In dit tweede deel staat de beoordeling door de Ondernemingskamer centraal.

De Ondernemingskamer beoordeelt in enquêteprocedures of er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken. Recentelijk betrof één van deze procedures een start-up, namelijk Lightyear. Lightyear hield zich bezig met de ontwikkeling van een auto op zonne-energie. Eind mei 2023 is Lightyear failliet verklaard. Na het faillissement verwijt de curator de ondernemingsleiding dat bij Lightyear sprake was van gebrekkige corporate governance en te risicovol financieel beleid. De curator verzoekt de Ondernemingskamer een enquête-onderzoek te gelasten, omdat er volgens hem gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid. 

De Ondernemingskamer wijst dit verzoek af. In haar oordeel weegt de Ondernemingskamer uitdrukkelijk mee dat Lightyear een start-up is. De doelstelling van Lightyear, namelijk de ontwikkeling van een geheel nieuw type auto op zonne-energie, brengt zeer hoge investeringskosten met zich mee, nog voordat enig rendement kan worden verwacht. Het bestuur had bovendien voldoende inzicht in de financiële toestand van de onderneming, onder meer doordat zij frequent cashflowprognoses opstelde. Dat het voortbestaan van Lightyear afhankelijk was van het tijdig slagen van één of meer grote investeringstrajecten, maakt niet dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken. Ook het inherent risicovolle karakter van Lightyear is daarvoor onvoldoende. 

De Lightyear-beschikking illustreert dat de Ondernemingskamer oog heeft voor de specifieke uitdagingen waarvoor bestuurders van start-ups bij het voeren van beleid staan. De hoge investeringskosten, snelle groei én het hoge risicoprofiel van start-ups stelt haar bestuur volgens de rechter voor specifieke beleidsuitdagingen. Bestuurders zijn niet gevrijwaard van hun verantwoordelijkheid, maar hun handelen wordt wel beoordeeld in het licht van de specifieke omstandigheden van de start-up en de daarbij horende risico’s. 

U vindt de Lightyear-beschikking hier.

Ook de civiele rechter heeft zich recentelijk uitgelaten over het beleid van bestuurders van een start-up. Ook in die uitspraak wordt rekenschap gegeven van de inherente risico’s waar het bestuur van een start-up mee te maken heeft en worden deze risico’s meegenomen in de beoordeling van het handelen van het bestuur. Over deze uitspraak leest u meer in deel I van dit tweeluik.

Meer gerelateerde updates