
De Nederlandse werkvloer is de afgelopen decennia diverser geworden. Er wordt steeds meer parttime gewerkt en werknemers hebben steeds vaker verschillende culturele, religieuze en persoonlijke voorkeuren, ook als het gaat om feestdagen.
Werkgevers spelen hier op in door een flexibel feestdagenbeleid te hanteren. Wat is dat en waar moeten zij daarbij rekening mee houden?
In deze blog lees je:
- welke rechten werknemers hebben ten aanzien van feestdagen;
- wat het verschil is tussen traditioneel en flexibel feestdagenbeleid; en
- juridische tips bij het maken van feestdagenbeleid.
Wat bepaalt de wet over feestdagen en verlof?
Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, en andere ‘officiële feestdagen’ zijn in Nederland niet per definitie wettelijke vrije dagen. Dit is vaak een misverstand. De wet verplicht werkgevers niet om werknemers op deze dagen vrij te geven. Of werknemers vrij zijn, wordt doorgaans geregeld in cao’s, arbeidsovereenkomsten of bedrijfsreglementen.
Wat is het verschil tussen traditioneel en flexibel feestdagenbeleid?
Veel organisaties hanteren een traditioneel feestdagenbeleid: werknemers zijn vrij op officiële feestdagen zonder dat zij hiervoor vakantiedagen hoeven op te nemen. Hoewel dit beleid lange tijd goed werkte, sluit het steeds minder aan op de wensen van een diverse werknemerspopulatie. Denk aan medewerkers die liever vrij willen zijn tijdens Eid al-Fitr (Suikerfeest) in plaats van Kerst.
Flexibel feestdagenbeleid biedt meer keuzevrijheid. Dit beleid komt in verschillende vormen voor. Een paar voorbeelden:
- ASR: Werknemers kunnen verlof op officiële feestdagen in overleg met de leidinggevende ruilen voor verlof op een ander moment.
- NS: Werknemers mogen maximaal drie christelijke feestdagen omruilen voor drie niet-christelijke feestdagen. Maar, er geldt een uitzondering voor personeel in bedrijfsonderdelen waar niet op christelijke feestdagen wordt gewerkt.
- ING: Werknemers kunnen naast betaald verlof op officiële feestdagen, anderhalve dag betaald verlof en anderhalve dag onbetaald verlof opnemen op voor hen belangrijke feestdagen.
- Achmea: Werknemers kunnen een ‘diversiteitsdag’ opnemen voor activiteiten die aansluiten bij hun religie, levensovertuiging of andere persoonlijke overtuigingen.
Waar moeten werkgever op letten bij het maken van feestdagenbeleid?
Aandachtspunt 1: voorkom discriminatie van parttimers
Stel dat er in een jaar zeven nationale feestdagen zijn en deze dagen als volgt zijn verdeeld over de week:
- maandag: 4 feestdagen
- donderdag: 1 feestdag
- vrijdag: 2 feestdagen
Bij een traditioneel beleid, waarbij alle werknemers op feestdagen vrij zijn zonder vakantiedagen op te nemen, ontstaat ongelijkheid. Hoeveel dagen een deeltijder vrij heeft in een jaar, hangt namelijk af van zijn vaste vrije dag. In de voorbeeldsituatie werkt dit als volgt:
- een voltijder heeft alle 7 feestdagen vrij
- een deeltijder (80%) die op maandag vrij is, heeft buiten de vaste vrije dag 3 feestdagen vrij (1 donderdag en 2 vrijdagen)
- een deeltijder (80%) die op dinsdag vrij is, heeft buiten de vaste vrije dag alle 7 feestdagen vrij
- een deeltijder (80%) die op vrijdag vrij is, heeft buiten de vaste vrije dag 5 feestdagen vrij (4 maandagen en 1 donderdag)
Zoals je ziet, werken parttimers met dezelfde arbeidsomvang (0,8fte) in dit systeem niet evenveel. Parttimers met een vrije maandag werken bijvoorbeeld vier dagen meer dan collega’s met een vrije dinsdag.
Bovendien werken sommige parttimers evenredig meer dan voltijders. Als voltijders in een jaar 7 feestdagen vrij hebben, zouden deeltijders die 80% werken evenredig veel vrij zijn bij 5,6 dagen. De 80% deeltijders die op maandag of vrijdag vrij zijn, halen dat in dit voorbeeld niet.

