De persoonlijke aansprakelijkheid van arbiters

Aangemaakt: 20 december 2024

De persoonlijke aansprakelijkheid van arbiters

Arbitrage wint aan populariteit. Steeds meer Nederlandse ondernemingen kiezen voor arbitrage om geschillen te beslechten. Volgens het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) bedroeg de totale waarde van alle vorderingen die zijn ingesteld in lopende zaken eind 2024 € 4 miljard, tegenover € 1,9 miljard eind 2020. De populariteit van arbitrage is te verklaren door de mogelijkheid die het biedt om juridische geschillen snel, discreet en flexibel te beslechten zonder tussenkomst van de overheidsrechter. Hoe zit het echter wanneer een arbiter een fout maakt? Kan hij of zij dan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld? 

In Nederland is de overheidsrechter niet persoonlijk aansprakelijk voor fouten die hij bij zijn beslissing maakt. Op grond van de Wet op de rechterlijke organisatie is alleen de staat onder uitzonderlijke omstandigheden aansprakelijk voor onrechtmatige rechtspraak. Arbitrage, dat wettelijk is geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kent geen regeling over de aansprakelijkheid van arbiters. Om in deze leemte te voorzien, heeft de Hoge Raad in het Greenworld-arrest van 2009 geoordeeld dat arbiters slechts in uitzonderlijke omstandigheden aansprakelijk kunnen worden gehouden voor fouten bij hun arbitrale beslissing. Voor aansprakelijkheid is alleen plaats indien de arbiter opzettelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld, of heeft gehandeld met grove miskenning van wat een behoorlijke taakvervulling meebrengt. 

Deze strenge maatstaf beschermt de onafhankelijkheid van arbiters, zodat zij in vrijheid en zonder angst voor aansprakelijkstelling over het aan hen voorgelegde geschil kunnen oordelen.

In 2016 kwam in het Qnow/B-arrest van de Hoge Raad vervolgens de vraag aan de orde of deze maatstaf ook geldt voor procedurele, niet-inhoudelijke fouten van arbiters. In die zaak had het scheidsgerecht nagelaten om het arbitrale vonnis te ondertekenen, waardoor het arbitrale vonnis uiteindelijk door de overheidsrechter is vernietigd. In cassatie werd betoogd dat de maatstaf voor aansprakelijkheid bij procedurele fouten ruimer moet zijn dan de maatstaf uit het Greenworld-arrest, dat alleen zou zien op inhoudelijke fouten van arbiters. De Hoge Raad verwerpt deze klacht. Hij oordeelt dat de door hem geformuleerde maatstaf uit het Greenworld-arrest óók van toepassing is als een arbiter een procedurele fout maakt. 

Arbiters zijn dus zowel bij procedurele, als bij inhoudelijke fouten alleen aansprakelijk als zij opzettelijk of bewust roekeloos hebben gehandeld, of als zij hebben gehandeld met grove miskenning van wat een behoorlijke taakvervulling meebrengt. Daarmee ligt de drempel voor persoonlijke aansprakelijkheid van arbiters hoog. Aansprakelijkheid is echter niet uitgesloten. In het hiervoor genoemde Qnow/B-arrest overwoog de advocaat-generaal dat het niet-ondertekenen van het arbitrale vonnis een aanwijzing is dat op kennelijk grove (in dit geval onherstelbare) wijze is gehandeld in strijd met wat een behoorlijke taakvervulling door de arbiter eist. Voor de Hoge Raad is het ook reden geweest om het arrest van het hof te vernietigen: het hof had de Greenworld-maatstaf verkeerd toegepast, of onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtegang dat het verzuim om het arbitrale vonnis te ondertekenen geen grove miskenning van de taakvervulling door de arbiter meebrengt. De Hoge Raad heeft de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat uiteindelijk tot de slotsom komt dat er sprake is geweest van een grof plichtsverzuim. Het hof oordeelt daarom dat de arbiter aansprakelijk is voor de door Qnow geleden schade.

U vindt het Greenworld arrest hier en het Qnow/B-arrest hier.

Wilt u meer weten over arbitrage en/of aansprakelijkheid van arbiters? Neem dan gerust contact met ons op.

Meer gerelateerde updates