Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement: de digitale administratie en de administratieplicht

Aangemaakt: 21 oktober 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement: de digitale administratie en de administratieplicht

Inleiding
Een bestuurder van een besloten vennootschap is op grond van artikel 2:248 lid 1 BW aansprakelijk voor het boedeltekort als hij zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Lid 2 van dat artikel verlicht de bewijspositie van de curator aanzienlijk wanneer het bestuur niet heeft voldaan aan zijn administratieplicht (artikel 2:10 BW) of publicatieplicht (artikel 2:394 BW). In dat geval staat namelijk vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De curator hoeft bij een schending van de administratie- of publicatieplicht dus niet aan te tonen dat over de gehele linie sprake is van onbehoorlijk bestuur en hoeft in eerste instantie ook niet aan te tonen dat het onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Dit dubbele bewijsvermoeden is daarmee een belangrijk instrument voor de curator. 

Gelet op het belang van het bewijsvermoeden, rijst in bestuurdersaansprakelijkheidsprocedures met regelmaat de vraag of sprake is van een schending van de administratieplicht. Die vraag speelt ook in een recente procedure bij de rechtbank Noord-Holland. In deze zaak doet de curator een beroep op het dubbele bewijsvermoeden, omdat de bestuurder hem geen kopie van de online administratie had gegeven. De rechtbank oordeelt in haar uitspraak van 8 april 2026 echter dat dit geen schending van de administratieplicht oplevert en dat onbehoorlijk bestuur daarom niet vaststaat.

Belangrijkste feiten
De bestuurder was enig aandeelhouder en bestuurder van een onderneming in de schoonmaakbranche. Op 13 augustus 2024 werd de onderneming failliet verklaard. 

Na de faillietverklaring verzocht de curator de bestuurder herhaaldelijk om de administratie aan hem te verstrekken. De administratie werd door de bestuurder digitaal bijgehouden in het boekhoudprogramma Exact Online. In februari 2025 verzocht de bestuurder Exact Online om de curator toegang tot deze administratie te geven. Exact Online was bereid de curator rechtstreeks toegang te verlenen met een eigen account, maar de curator weigerde dit en stelde zich op het standpunt dat de bestuurder de administratie zelf moest veiligstellen en vervolgens aan de curator moest verstrekken. Aan dit verzoek van de curator gaf de bestuurder geen gehoor.

In de procedure die volgt, stelt de curator dat de bestuurder daarmee zijn administratieplicht heeft geschonden en vordert daarom een verklaring voor recht dat de bestuurder zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Ook vordert de curator dat de bestuurder wordt veroordeeld tot betaling van het boedeltekort.

Oordeel rechtbank
De rechtbank wijst de vorderingen af. Volgens de rechtbank staat niet vast dat de bestuurder de administratieplicht van artikel 2:10 BW heeft geschonden. Weliswaar rust op de bestuurder de verplichting om de administratie aan de curator over te dragen en deze voor hem toegankelijk te maken (artikel 105a lid 2 Fw), maar de bestuurder had daaraan (uiteindelijk) voldaan door Exact Online te verzoeken de curator toegang te geven tot de online administratie. De curator heeft vervolgens een eigen verantwoordelijkheid om (een selectie van) de administratie onder zich te nemen, bijvoorbeeld door een digitale kopie te (laten) maken (artikel 92 Fw). Pas nadat de curator de (online) administratie daadwerkelijk heeft onderzocht, kan hij concluderen of de bestuurder aan zijn administratieplicht heeft voldaan. Nu de curator daar in het geheel geen onderzoek naar had gedaan, gaat het bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW niet op.

Praktische betekenis
Deze uitspraak is om twee redenen relevant voor bestuurders en curatoren. Ten eerste blijkt uit de uitspraak dat een bestuurder aan zijn verplichting om de administratie voor de curator toegankelijk te maken (artikel 105a lid 2 Fw) kan voldoen door de aanbieder van het digitale boekhoudprogramma van de onderneming te verzoeken de curator toegang tot die administratie te verlenen.

Ten tweede maakt de rechtbank duidelijk dat de verplichting om de administratie toegankelijk te maken voor de curator moet worden onderscheiden van de administratieplicht (artikel 2:10 BW). Zodra de bestuurder de curator toegang tot de online administratie heeft verleend, is het aan de curator om die administratie veilig te stellen en te onderzoeken. Pas daarna kan worden beoordeeld of de bestuurder aan zijn administratieplicht heeft voldaan. Een curator kan een schending van artikel 2:10 BW daarom niet uitsluitend baseren op de omstandigheid dat de bestuurder niet een kopie van de volledige administratie heeft aangeleverd.

De gehele uitspraak leest u hier terug

Meer gerelateerde updates