Bestuurdersaansprakelijkheid: Beklamel-norm en de kennis van de schuldeiser

Aangemaakt: 19 februari 2025

Bestuurdersaansprakelijkheid: Beklamel-norm en de kennis van de schuldeiser

Inleiding
Een recente uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 19 februari 2025 geeft inzicht in de wijze waarop de rechter de wetenschap van de schuldeiser over de financiële toestand van de vennootschap meeweegt in zijn oordeel over de persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders van die vennootschap. Bovendien bevestigt de rechtbank dat de lat voor het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid hoog ligt. Bestuurders zijn pas persoonlijk aansprakelijk wanneer zij daadwerkelijk weten of redelijkerwijs moeten begrijpen dat de vennootschap in zodanig ernstige financiële problemen verkeert dat zij haar schuldeisers niet langer kan voldoen en er geen concreet uitzicht meer is op herstel van die situatie.

Feiten
In deze zaak was gedaagde bestuurder en enig aandeelhouder van The Inside Living Beheermaatschappij B.V. (TIL Beheer), die weer bestuurder en aandeelhouder was van The Inside Living B.V. (TIL B.V.). TIL B.V. hield zich bezig met de bouw en exploitatie van woningen.

TIL B.V. sloot met Center Parcs een overeenkomst voor de bouw en oplevering van chalets voor circa € 6 miljoen. Niet lang daarna meldde TIL B.V. dat zij deze deadline niet zou halen vanwege liquiditeitsproblemen. Alle overige projecten waren stopgezet en het bedrijf was volledig afhankelijk van de inkomsten uit dit project. Center Parcs ging akkoord met gewijzigde betalingsafspraken, waarbij de aanneemsom met € 1 miljoen werd verhoogd.

Toen de liquiditeitsproblemen aanhielden, meldde TIL B.V. dat zonder aanvullende financiering faillissement onafwendbaar was. Center Parcs besloot opnieuw te helpen. Partijen spraken af dat Center Parcs een lening van € 1,4 miljoen zou verstrekken en dat de aanneemsom nogmaals met € 100.000 werd verhoogd. Daarnaast kreeg Center Parcs uitgebreide inzage in de financiële administratie van TIL B.V.

Minder dan een maand na plaatsing van het laatste chalet werd TIL B.V. echter op eigen verzoek failliet verklaard.

Het verwijt van Center Parcs aan de bestuurders
Center Parcs stelde TIL Beheer én de bestuurder persoonlijk aansprakelijk als (indirect) bestuurders van TIL B.V. Volgens Center Parcs wist of hadden de bestuurders moeten begrijpen dat TIL B.V. de lening niet zou kunnen terugbetalen en geen verhaal zou bieden voor de daardoor bij Center Parcs ontstane schade. Door desondanks namens TIL B.V. verplichtingen aan te gaan, zouden de bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld en persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schade van Center Parcs.

Juridisch kader
De rechtbank zet in de uitspraak eerst het juridisch kader uiteen. De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat een bestuurder niet in privé aansprakelijk is voor schulden van de vennootschap. Dat kan alleen anders zijn in bijzondere omstandigheden. Persoonlijke aansprakelijkheid kan worden aangenomen wanneer de bestuurder bij het aangaan van verbintenissen wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap deze niet zou kunnen voldoen en ook geen verhaal zou bieden, behoudens door de bestuurder aan te voeren omstandigheden op grond waarvan hem persoonlijk geen ernstig verwijt kan worden gemaakt (het Beklamelcriterium).

Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank erkent dat de bestuurders in zekere mate een schijn van kredietwaardigheid hebben gewekt. Zij wisten dat de financiële situatie van TIL B.V. dusdanig onzeker was dat het voortbestaan van de vennootschap niet gegarandeerd was, maar hebben deze onzekerheid niet (met zoveel woorden) gedeeld met Center Parcs. Volgens de rechtbank kan tegen die achtergrond worden beargumenteerd dat er omstandigheden aanwezig zijn waaruit geconcludeerd kan worden dat de bestuurders de schijn van kredietwaardigheid van TIL B.V. hebben gewekt.

Tegelijkertijd neemt de rechtbank de wetenschap Center Parcs over de financiële positie van TIL B.V. mee in haar beoordeling. Center Parcs had immers volledige inzage in de financiële administratie van TIL B.V. en beschikte over dezelfde gegevens als de bestuurders. Zo wist Center Parcs ook dat er weliswaar offertes en vooruitzichten op nieuwe opdrachten waren, maar dat geen daarvan concreet was. Daartegenover staat volgens de rechtbank dat Center Parcs mocht uitgaan van de mededeling van de bestuurders dat er slechts  “liquiditeitsproblemen” waren, dat de bedrijfsvoering met de aanvullende lening kon worden voortgezet en dat er voldoende bestaansrecht zou zijn voor TIL B.V.

De bestuurders mochten in dit geval de hoop hebben dat de financiële situatie van TIL B.V. de goede kant op zou gaan, al bleek die hoop achteraf ongegrond

Uiteindelijk komt de rechtbank tot de conclusie dat de bestuurders niet persoonlijk aansprakelijk zijn jegens Center Parcs, omdat in de gegeven omstandigheden geen sprake is van het daartoe vereiste voldoende ernstig verwijt. De bestuurders hadden volgens de rechtbank de hoop dat er uit de uitstaande offertes een nieuwe opdracht voort zou komen. Dat er nog geen concrete opdracht was, bracht nog niet mee dat de bestuurders redelijkerwijs moesten beseffen dat die opdracht niet zou komen en dat Center Parcs daadwerkelijk zou worden benadeeld. De rechtbank benadrukt dat de wetenschap dat er een reëel risico bestaat dat de vennootschap haar verplichting niet zou kunnen nakomen, op zichzelf onvoldoende is voor het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid. Pas op het moment dat een bestuurder weet of redelijkerwijs behoort te weten dat de vennootschap in een zodanig slechte financiële toestand verkeert dat zij haar schuldeisers niet meer kan betalen én er geen enkel concreet uitzicht op verbetering bestaat, is er grond voor aansprakelijkheid.

Die situatie deed zich hier niet voor. De bestuurders mochten in dit geval de hoop hebben dat de financiële situatie van TIL B.V. de goede kant op zou gaan, al bleek die hoop achteraf ongegrond. Hoewel er een risico bestond op benadeling van Center Parcs, was dat bovendien geen risico waar de bestuurders in hun hoedanigheid van bestuurder van TIL B.V. (mede gelet op het belang van de kans op het verdere voortbestaan van TIL B.V. en het belang van de medewerkers van TIL B.V. die van het voortbestaan van de onderneming afhankelijk zijn) Center Parcs onder de gegeven omstandigheden voor hoefden te behoeden. Ook in dat kader is van belang dat de situatie van TIL B.V. niet zodanig was dat de bestuurders wisten of redelijkerwijze behoorden te begrijpen dat TIL B.V. de lening niet zou kunnen terugbetalen.

De rechtbank concludeert dat de bestuurders niet aansprakelijk zijn jegens Center Parcs, als gevolg waarvan de vorderingen van Center Parcs worden afgewezen.

Slot
Deze uitspraak laat zien dat het enkele bestaan van een reëel risico op het niet kunnen nakomen door de vennootschap van verplichtingen jegens een schuldeiser onvoldoende is voor het aannemen van de persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders van de vennootschap. Zolang er een redelijke hoop bestaat op de verbetering van de financiële situatie, kan de bestuurder niet (zonder meer) een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt. Voor schuldeisers geldt bovendien dat de wetenschap die zij hebben over de financiële situatie van de vennootschap een belangrijke rol speelt in de beoordeling van hun vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Een schuldeiser die volledig inzicht heeft in de financiële gegevens en de risico's kent, komt minder snel een beroep toe op bestuurdersaansprakelijkheid.

Hier vindt u de volledige uitspraak.

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

De wereld van bestuurders- en beroepsaansprakelijkheid verandert continu. Nieuwe rechtspraak en ontwikkelingen volgen elkaar snel op. In deze nieuwsbrief praten wij u bij over de meest opvallende uitspraken en schetsen wij een beeld van de praktijk. Aanmelden
Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Meer weten over Bestuurders- en Beroepsaansprakelijkheid?

Meer weten over Bestuurders- en Beroepsaansprakelijkheid?

Meer gerelateerde updates