Tuchtprocedure gerechtsdeurwaarder

Tuchtprocedure gerechtsdeurwaarder

Een gerechtsdeurwaarder wordt (vaak door een advocaat) ingeschakeld voor het opstarten van een juridische procedure, het bezorgen van een vonnis van de rechter, het uitvoeren van een ontruiming of het leggen van beslag op het inkomen of (roerende of onroerende) zaken van een persoon of bedrijf. Bij de uitvoering van deze taken dient de gerechtsdeurwaarder zich te houden aan de Gerechtsdeurwaarderswet. Handelt hij in strijd met deze wet, of maakt hij zich schuldig aan handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt, dan kan tegen deze gerechtsdeurwaarder een tuchtklacht worden ingediend.

Wie kan er klagen over de gerechtsdeurwaarder? 
Iedereen die een rechtstreeks belang heeft bij het indienen van een klacht, kan klagen over een gerechtsdeurwaarder. Dit betekent dat het klachtrecht toekomt aan opdrachtgevers, schuldenaars of derden, maar ook aan de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders en het Bureau Financieel Toezicht (het toezichthoudende orgaan). Daarnaast kan een tegen een gerechtsdeurwaarder gerezen bezwaar in behandeling worden genomen op verzoek van de Minister voor Rechtsbescherming.

Dat een persoon een klachtrecht heeft, betekent niet dat zijn klacht ook inhoudelijk zal worden beoordeeld. De tuchtrechter zal toetsen of aan de andere ontvankelijkheidseisen voldaan is (zie hierna).

Welke tuchtinstanties zijn er?
De tuchtrechtspraak vindt plaats in twee instanties. In eerste aanleg wordt de tuchtrechtspraak uitgeoefend door de kamer voor gerechtsdeurwaarders van de rechtbank Amsterdam. De kamer bestaat uit vijftien leden, waarvan negen beroepsrechters en zes gerechtsdeurwaarders die worden voorgedragen door de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders. Alle leden worden benoemd door de Minister van Justitie en Veiligheid. Aan de behandeling en de beslissing van tuchtzaken wordt deelgenomen door ten minste twee leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.

Als de klager of de verwerende gerechtsdeurwaarder het niet eens is met de uitspraak van de raad van discipline, kan hij hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam. Het hoger beroep wordt behandeld door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam.

Wat zijn de ontvankelijkheidseisen? 
Voor het indienen van een klacht geldt een termijn van drie jaar na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de gerechtsdeurwaarder waarop de klacht betrekking heeft.

Voordat de klacht in behandeling wordt genomen, is de klager € 50,00 aan griffierecht verschuldigd. Indien de klacht (geheel of gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard, wordt het door de klager betaalde griffierecht vergoed door de betrokken gerechtsdeurwaarder. Er wordt geen griffierecht geheven indien het verzoek of de klacht afkomstig is van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, het Bureau Financieel Toezicht of de Minister voor Rechtsbescherming.

Daarnaast dient de klager een rechtstreeks belang te hebben bij de klacht.

Hoe ziet de procedure bij de tuchtrechter eruit? 
Een klacht over een gerechtsdeurwaarder wordt ingediend bij de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders van de rechtbank Amsterdam. Dat kan met een daarvoor bestemd klachtformulier, maar ook door middel van een klachtschrift. Indien de klager daarom verzoekt, is de secretaris van de kamer voor gerechtsdeurwaarders behulpzaam bij het op schrift stellen van de klacht.

De voorzitter kan zonder nader onderzoek door de kamer voor gerechtsdeurwaarders beslissen dat een klacht naar zijn oordeel kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is. In dat geval zal hij de klacht zelf afdoen door deze af te wijzen. Tegen een dergelijke beslissing van de voorzitter kan de klager binnen 14 dagen in verzet gaan bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders.

Wordt de klacht niet door de voorzitter afgewezen of wordt het verzet gegrond verklaard, dan wordt de klacht in behandeling genomen door de kamer voor gerechtsdeurwaarders. De klacht wordt daartoe eerst doorgestuurd naar de betrokken gerechtsdeurwaarder en de gerechtsdeurwaarder krijgt een termijn van een maand voor het indienen van een verweerschrift.

Vervolgens vindt een zitting plaats. Ten minste tien dagen voor de zitting worden de gerechtsdeurwaarder en de klager voor de zitting opgeroepen. Tijdens de zitting wordt aan de gerechtsdeurwaarder en de klager de gelegenheid gegeven het woord te voeren en hun standpunt toe te lichten. De behandeling van de klacht ter zitting is openbaar, tenzij de kamer om gewichtige redenen beslist dat de behandeling geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvindt. Hier kan bijvoorbeeld aanleiding voor zijn wanneer er vertrouwelijke informatie besproken moet worden. De klager en de gerechtsdeurwaarder kunnen zich bij de zitting laten bijstaan door een advocaat of een gemachtigde.

Binnen zes weken na de zitting neemt de kamer voor gerechtsdeurwaarders een beslissing over de klacht. De beslissing wordt aan de klager en de gerechtsdeurwaarder toegezonden. Tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders staat binnen dertig dagen hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.

Welke materiële toets voert de tuchtrechter uit? 
Gerechtsdeurwaarders moeten handelen naar de wet en zoals een behoorlijk gerechtsdeurwaarder betaamt. De kamer voor gerechtsdeurwaarder oordeelt of de gerechtsdeurwaarder aan deze norm heeft voldaan.

Waar kan de tuchtprocedure toe leiden? 
Als de kamer voor gerechtsdeurwaarders de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, kan zij een aantal maatregelen opleggen, zoals een waarschuwing, een berisping, een geldboete of de schorsing of ontzetting uit het ambt. Daarnaast kan de gerechtsdeurwaarder worden verplicht de kosten te vergoeden die de klager in verband met de behandeling van de zaak heeft moeten maken.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders kan het bezwaar ook gegrond verklaren zonder oplegging van een maatregel.
De tuchtrechter kan geen schadevergoeding toekennen. Daarvoor dient een klager naar de civiele rechter te stappen.

Meer informatie over de tuchtprocedure van de kamer voor gerechtsdeurwaarders is hier te vinden.

Terug naar de vorige pagina