Tuchtprocedure bankmedewerker

Tuchtprocedure bankmedewerker

Sinds 1 april 2015 moet iedereen die voor een bank werkt de bankierseed afleggen. Daarmee onderwerpen bankmedewerkers zich aan gedragsregels die voor bankmedewerkers zijn opgesteld. In die gedragsregels is onder meer opgenomen dat een bankmedewerker eerlijk en betrouwbaar moet zijn en de belangen van de klant centraal dient te stellen. In het tuchtrecht wordt beoordeeld of een bankmedewerker zich bij de uitvoering van zijn werkzaamheden aan de gedragsregels heeft gehouden.

Wie kan er een melding maken over de bankmedewerker? 
Iedereen die vermoedt dat een bankmedewerker de gedragsregels van de bankierseed heeft geschonden, kan daarvan een melding maken bij Stichting Tuchtrecht Banken. Dit kan bijvoorbeeld als de bankmedewerker niet integer heeft gehandeld of geen zorgvuldige afweging van belangen heeft gemaakt.

Welke tuchtinstanties zijn er? 
De tuchtrechtspraak voor de bankmedewerker wordt in eerste instantie uitgeoefend door een onafhankelijke commissie, die bestaat uit (voormalige) rechters, juristen, deskundigen uit de financiële sector en gedragswetenschappers. Dit is de zogenoemde Tuchtcommissie van Stichting Tuchtrecht Banken.

Tegen een uitspraak van de Tuchtcommissie is hoger beroep mogelijk. In hoger beroep wordt de zaak behandeld door een ander onafhankelijk tuchtcollege: de Commissie van Beroep. Deze commissie is ook onderdeel van Stichting Tuchtrecht Banken. Een uitspraak van de Commissie van Beroep is definitief. Daartegen kan dus geen beroep meer worden ingesteld.

Wat zijn de ontvankelijkheidseisen? 
Een melding over een bankmedewerker moet worden ingediend via de website van Stichting Tuchtrecht Banken (www.tuchtrechtbanken.nl). Het is enkel mogelijk om een melding te doen als wordt voldaan aan de volgende eisen: 

  1. de melding gaat over het gedrag van een specifieke bankmedewerker; 
  2. de bankmedewerker was op dat moment werkzaam bij een bank met een kantoor in Nederland;
  3. de melding heeft betrekking op gedrag dat plaatsvond ná 1 april 2015; en 
  4. de bankmedewerker heeft één van de gedragsregels van de bankierseed geschonden.

Hoe ziet de procedure bij de tuchtinstanties eruit? 
De tuchtprocedure voor bankmedewerkers vangt aan met het doen van een melding. De algemeen directeur van Stichting Tuchtrecht Banken dient de melder binnen vier weken na ontvangst van de melding te berichten of naar aanleiding van de melding door hem een klacht aan de Tuchtcommissie zal worden voorgelegd. De algemeen directeur kan deze termijn gemotiveerd verlengen, maar zal de melder daarover dan wel moeten informeren.

De algemeen directeur kan beslissen geen klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie als deze naar zijn oordeel klaarblijkelijk niet tot een gegronde klacht kan leiden. In dat geval wordt de verweerder niet op de hoogte gesteld van de melding. De melder kan binnen veertien dagen na dagtekening van de mededeling van de algemeen directeur herziening vragen bij de voorzitter van de Tuchtcommissie. Als de algemeen directeur beslist om een klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie, dan stelt de Tuchtcommissie de verweerder in kennis van de klacht.

De verweerder kan binnen één maand na deze kennisgeving schriftelijk verweer voeren tegen de klacht en op de zaak betrekking hebbende stukken overleggen. De voorzitter van de Tuchtcommissie kan deze termijn op gemotiveerd verzoek van de verweerder verlengen.

De voorzitter van de Tuchtcommissie kan op verzoek van de verweerder of uit eigen beweging besluiten dat partijen (dat wil zeggen: de bankmedewerker en de algemeen directeur van Stichting Tuchtrecht Banken) schriftelijk repliceren en dupliceren. Vervolgens stelt de Tuchtcommissie de verweerder en de algemeen directeur van Stichting Tuchtrecht Banken op de hoogte van de datum van de zitting.

De verweerder kan zich tijdens de zitting laten bijstaan door een advocaat. Ook is het mogelijk om ter zitting getuigen of deskundigen te horen. Na afloop van de zitting kan de Tuchtcommissie beslissen uitspraak te doen of eerst nog nader onderzoek te willen doen, bijvoorbeeld door het horen van (nog meer) getuigen of het aanwijzen van een register- of forensisch accountant.

De Tuchtcommissie oordeelt uiterlijk zes weken na de afronding van haar onderzoek over de gegrondheid van de klacht.

Verweerder en de algemeen directeur van Stichting Tuchtrecht Banken kunnen binnen één maand na verzending van de uitspraak door de Tuchtcommissie beroep tegen die uitspraak instellen bij de Commissie van Beroep. De procedurele regels die gelden voor de procedure voor de Tuchtcommissie gelden ook voor de procedure voor de Commissie van Beroep.

Welke materiële toets voeren de tuchtinstanties uit? 
De Tuchtcommissie (en de Commissie van Beroep) toetst het gedrag van de bankmedewerker aan de gedragsregels van de bankierseed (Code of Conduct). Het gaat om de volgende gedragsregels:

  1. De bankmedewerker werkt integer en zorgvuldig;
  2. De bankmedewerker maakt een zorgvuldige afweging van belangen;
  3. De bankmedewerker stelt de belangen van de klant centraal;
  4.  De bankmedewerker houdt zich aan de wet en andere regels die voor het werk bij de bank gelden;
  5.  De bankmedewerker houdt vertrouwelijke informatie geheim;
  6. De bankmedewerker is open en eerlijk over zijn of haar gedrag en kent zijn of haar verantwoordelijkheid voor de samenleving; en
  7. De bankmedewerker draagt bij aan het vertrouwen van de samenleving in de bank.

De Tuchtcommissie (en de Commissie van Beroep) kan een klacht alleen gegrond achten als zij tot het oordeel komt dat een of meer van deze gedragsregels zijn geschonden.

Waar kan de tuchtprocedure toe leiden?
Als de Tuchtcommissie (of de Commissie van Beroep) de klacht gegrond acht, dan kan zij een of meer van de volgende maatregelen opleggen aan de bankmedewerker:

  1. (een maatregel in de vorm van verplicht te volgen opleiding;  
  2. een berisping; 
  3. een boete met een maximum van € 25.000, te voldoen aan Stichting Tuchtrecht Banken; en 
  4. een aanwijzing om gedurende een periode van maximaal drie jaar niet meer werkzaam te zijn in de bancaire sector of in bij de uitspraak aan te wijzen gedeelten van die sector of functies daarin.

De Tuchtcommissie (en de Commissie van Beroep) kan ook oordelen dat, hoewel een klacht gegrond wordt bevonden, er geen aanleiding is voor de oplegging van een sanctie. Ook kan de Tuchtcommissie (en de Commissie van Beroep) besluiten dat een sanctie geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk zal worden opgelegd.

Een opgelegde maatregel wordt ingeschreven in het tuchtrechtelijk register van Stichting Tuchtrecht Banken. Dit register is uitsluitend toegankelijk voor banken, bijvoorbeeld voor het screenen van potentiële werknemers. 

Terug naar de vorige pagina