Verbod van winstuitkering in de zorg

Aangemaakt: 20 november 2025

Verbod van winstuitkering in de zorg

Op 22 oktober 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) zich uitgelaten over het winstuitkeringsverbod in de zorg. Dat verbod houdt in dat een zorginstelling in beginsel geen winstoogmerk mag hebben.[1] Hiermee kan de kwaliteit en toegankelijkheid van de gezondheidszorg worden gegarandeerd. Dit winstuitkeringsverbod geldt echter niet voor alle zorginstellingen. Er is bij algemene maatregel van bestuur een lijst met categorieën van uitzonderingen vastgesteld, waardoor het winstuitkeringsverbod de facto alleen van toepassing is op aanbieders van medisch specialistische en intramurale (met een verblijf van meer dan 24 uur) zorg in het kader van de Wet langdurige zorg (“Wlz”).

De uitspraak[2] ziet op Radiology Holland B.V. (“Radiology”). Deze vennootschap is een aanbieder van radiologische diagnostiek: zij maken en interpreteren diagnostische beelden en geven daarover een terugkoppeling aan de opdrachtgever. De enig bestuurder van Radiology is een radioloog uit België, die wilde uitbreiden door diensten te gaan verlenen in Nederland. Daarvoor moest eerst toestemming aan de minister voor Langdurige Zorg en Sport worden gevraagd, waarvoor tevergeefs een aanvraag werd ingediend. Radiology maakte bezwaar tegen de afwijzing, maar de minister vond dat bezwaar niet gegrond: de statuten zouden onvoldoende waarborgen dat de vennootschap geen winstoogmerk heeft, omdat Radiology een besloten vennootschap is.

Tegen deze beslissing op bezwaar wordt in de procedure bij de Afdeling opgekomen. Radiology bestrijdt niet dat zij winst wil maken (de winst zal immers wel degelijk worden uitgekeerd aan de aandeelhouders), maar Radiology betoogt dat het winstuitkeringsverbod in strijd is met de vrijheden van vestiging en kapitaal, zoals gewaarborgd in artikel 49 en artikel 63 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (“VWEU”). 

De Afdeling oordeelt dat de vrijheden van vestiging en kapitaal niet absoluut zijn. Dwingende redenen van algemeen belang kunnen een beperking van deze rechten rechtvaardigen. Echter, volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten beperkingen van deze vrijheden noodzakelijk, geschikt en evenredig zijn. Vervolgens past de Afdeling deze toetsingsnormen toe op het winstverbod. 

Hoewel deze uitspraak in principe alleen van toepassing is op Radiology, kan deze uitspraak grote consequenties hebben voor de zorgsector.

Complexe zorg valt onder het winstverbod. Volgens de minister is alle radiologische zorg overwegend ‘complex’ en daarom zou het verbod op een consistente en coherente wijze worden toegepast. Radiology brengt daar tegenin dat deze vorm van zorg niet altijd complex is: het kan bijvoorbeeld ook zien op het maken van relatief eenvoudige röntgenfoto’s. De Afdeling volgt hen in dat standpunt: de minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom, in deze omstandigheden, het winstuitkeringsverbod altijd van toepassing zou moeten zijn op het verlenen van radiologische zorg.

Ook is het winstverbod wél van toepassing op intramurale zorg in ziekenhuizen, maar niet op extramurale zorg. Op zich acht de Afdeling dit onderscheid begrijpelijk. De zorg in ziekenhuizen is immers doorgaans complexer dan de daarbuiten verleende zorg. Binnen de zorg in ziekenhuizen is het verbod echter wel van toepassing op zorgverleners die in loondienst zijn getreden, maar niet op medische specialisten die als zelfstandige (zzp’er) in ziekenhuizen werken. De minister die over het bezwaar van Radiology had geoordeeld, heeft niet in de schriftelijke stukken, maar ook niet op de zitting duidelijk kunnen maken hoe en waarom de privaatrechtelijke relatie tussen het ziekenhuis en de specialist relevant is voor de complexiteit, kwaliteit of toegankelijkheid voor de gezondheidszorg. Dat het huidige beleid historisch zo gegroeid is, is daarvoor niet voldoende. Daarom kan het winstuitkeringsverbod de rechterlijke toets niet doorstaan. 

Om deze redenen is de slotsom van de Afdeling dat de minister het winstuitkeringsverbod niet coherent en consistent heeft toegepast, zodat de beperking met de verkeersvrijheden niet kan worden gerechtvaardigd. Radiology boekt daarmee een overwinning: nu het beroep tegen het besluit van de minister gegrond is, wordt dat besluit vernietigd. Dit impliceert dat het winstverbod toch niet op Radiology van toepassing is, althans niet zonder een betere motivering van de minister. 

Hoewel deze uitspraak in principe alleen van toepassing is op Radiology, kan deze uitspraak grote consequenties hebben voor de zorgsector. Het huidige onderscheid van intramurale Wlz-zorg en extramurale zorg lijkt namelijk op basis van bovengenoemde motivering niet langer houdbaar te zijn. Op dit moment is het Wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorgaanbieders (“Wibz”)[3] nog in behandeling bij de Tweede Kamer, waarmee wijzigingen zijn beoogd. De Wibz wijzigt het huidige onderscheid tussen intramurale en extramurale zorg ten aanzien van het winstverbod echter niet. Het is dus mogelijk dat door deze uitspraak de categorisering die ten grondslag ligt aan het winstverbod in de zorg alsnog in de toekomst op de schop moet gaan.

Deze blog is tot stand gekomen in samenwerking met Floris Bouwmeister. Floris is momenteel als student-stagiair aan ons kantoor verbonden.


[1] Artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen. 
[2] ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5089.
[3] Kamerstukken II 2024-2025, 36686, nr. 2.

Meer gerelateerde updates