Tuchtprocedure makelaar en taxateur

Tuchtprocedure makelaar en taxateur

Sinds 1 januari 2023 bestaat er een onafhankelijke bracheoverschrijdende tuchtinstantie voor vastgoedprofessionals. De Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals (vóór 1 januari 2023 bekend onder de naam Tuchtcommissie VastgoedPRO en Keurmerk Vakkundig Gekeurd) behandelt klachten over het handelen en nalaten van makelaars, taxateurs en bouwkundigen die zijn of waren aangesloten bij één of meer van de volgende organisaties:

  • de NVM;
  • de VBO;
  • Vastgoedpro;
  • de Stichting Nationaal Keurmerk Bouwkundig Keurder;
  • de Stichting VastgoedCert;
  • de Stichting Certificering Voor Makelaars.

Een taxateur die staat ingeschreven in het register van Stichting Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT) is onderworpen aan tuchtrecht van de NRVT. De tuchtrechtspraak is ondergebracht in Stichting Tuchtrechtspraak NRVT

Deze tuchtinstanties behandelen geen klachten over de overeenkomst met een vastgoedprofessional. Een consument die een klacht heeft met betrekking tot een overeenkomst met de eigen makelaar, bijvoorbeeld over de courtage, schadevergoeding of de kwaliteit van de dienstverlening, kan daarvoor terecht bij de Geschillencommissie Makelaardij. Deze commissie behandelt klachten over de aansprakelijkheid voor schade tot een bedrag van € 10.000. Soortgelijke zakelijke klachten worden behandeld door de Geschillencommissie Makelaardij Zakelijk. Een consument met een klacht over een overeenkomst met een bouwkundig keurder, kan zijn klacht indienen bij de Geschillencommissie Bouwkundig Keurders.

 

1. Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals

Wie kan er klagen over de makelaar/taxateur? 
Iedere belanghebbende die van mening is dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van een makelaar, taxateur of bouwkundige die lid is (geweest) bij één van de zes aangesloten organisaties: de NVM, de VBO, Vastgoedpro, de Stichting Nationaal Keurmerk Bouwkundig Keurder, de Stichting VastgoedCert en de Stichting Certificering Voor Makelaars. Ook de aangesloten organisaties zelf kunnen een klacht indienen.

Welke tuchtinstanties zijn er?
Er is één tuchtinstantie, de Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals, die zowel uitspraak doet in eerste aanleg als in beroep. 
De Tuchtcommissie bestaat uit drie leden: een voorzitter aangezocht door de Stichting Geschillencommissies voor Beroep en Bedrijf (SGB), een lid voorgedragen door de aangesloten organisaties en een lid dat geacht kan worden het perspectief van consumenten of het bedrijfsleven te representeren. De Tuchtcommissie die het geschil in beroep beoordeelt, heeft een andere samenstelling en kan niet bestaan uit dezelfde voorzitter en leden die de uitspraak in eerste aanleg hebben gedaan.

Wat zijn de ontvankelijkheidseisen? 
Voordat de klager zich tot de Tuchtcommissie wendt, moet hij binnen een redelijke termijn vanaf het moment dat hij kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten zijn ongenoegen hierover schriftelijk aan de beklaagde mededelen. 

Indien de beklaagde niet binnen één maand heeft gereageerd of indien de reactie niet tot een voor de klager aanvaardbare oplossing heeft geleid, dient de klager zijn klacht vervolgens binnen drie maanden na het verstrijken van de reactietermijn of na de reactie voor te leggen aan het Klachtenloket Vastgoedprofessionals. Het Klachtenloket zal proberen een minnelijke oplossing te bereiken.
Leidt dit niet tot het door de klager gewenste resultaat, dan kan de klager de klacht uiterlijk binnen drie maanden, nadat het Klachtenloket Vastgoedprofessionals de behandeling van de klacht heeft beëindigd, aan de Tuchtcommissie voorleggen.

Indien de klager deze stappen niet (tijdig) heeft doorlopen, kan hij op verzoek van de beklaagde niet-ontvankelijk worden verklaard, tenzij i) in redelijkheid niet van de klager kan worden verlangd dat hij onder de gegeven omstandigheden een klacht bij de beklaagde en/of het Klachtenloket Vastgoedprofessionals indient, en/of ii) de klager terzake van het niet naleven van de eisen naar het oordeel van de Tuchtcommissie redelijkerwijs geen verwijt treft.

De Tuchtcommissie kan de klager ook niet-ontvankelijk verklaren indien naar het oordeel van de commissie sprake is van misbruik van recht. Daarvan is in elk geval sprake indien de klager herhaaldelijk een klacht indient zonder daarbij enig belang te hebben.

Voor de behandeling van de klacht is de klager klachtgeld verschuldigd van € 100,-. Indien het klachtgeld niet binnen één maand na een daartoe strekkend verzoek is voldaan, wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken. Als de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond verklaard wordt, dan moet de beklaagde het klachtgeld aan de klager vergoeden.
Ook voor het instellen van beroep is klachtgeld verschuldigd. Indien het beroep is ingesteld door de klager en de klacht wordt alsnog (gedeeltelijk) gegrond verklaard, dan wordt zowel het in eerste aanleg als het in hoger beroep betaalde klachtgeld terugbetaald door de Stichting Geschillencommissies voor Beroep en Bedrijf (SGB).


Hoe ziet de procedure bij de tuchtinstantie eruit? 
Nadat de klager zijn klacht aan de Tuchtcommissie heeft voorgelegd door middel van een door de klager in te vullen vragenformulier en het klachtgeld is betaald, krijgt de beklaagde in beginsel een termijn van één maand om schriftelijk op de klacht te reageren.

De Tuchtcommissie kan inlichtingen inwinnen, onder meer door het horen van getuigen of deskundigen, door het instellen van een onderzoek of door het doen instellen van een onderzoek door één of meer door haar aan te wijzen deskundige(n). Van een deskundigenrapport ontvangen partijen een afschrift waarop zij binnen twee weken schriftelijk kunnen reageren.

Indien de Tuchtcommissie dit nodig acht óf indien dit door één of beide partijen wordt verzocht, wordt een mondelinge behandeling bepaald. Desgevraagd kunnen partijen getuigen of deskundigen mee naar de zitting nemen. 

Uitgangspunt is dat binnen een maand na de zitting uitspraak wordt gedaan.

Binnen twee maanden na de verzending van de uitspraak kunnen partijen én de aangesloten organisaties de zaak nogmaals in volle omvang aan de Tuchtcommissie voorleggen. De Tuchtcommissie die het hoger beroep behandelt, heeft een andere samenstelling dan in eerste aanleg. Voor de behandeling van het beroep gelden dezelfde regels als voor de eerste aanleg, zodat de procedure hetzelfde is. In geval van beroep wordt de uitvoering van de uitspraak in eerste aanleg geschorst.

In geval van een spoedeisend belang kan een partij verzoeken dat de klacht in een verkorte procedure wordt behandeld. Er gelden dan onder andere kortere termijnen en er wordt zo spoedig mogelijk uitspraak gedaan. 

Het Reglement Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals is hier te vinden.

Welke materiële toets voert de tuchtinstantie uit? 

  • De Tuchtcommissie toetst of sprake is van handelen of nalaten dat:[1]
  • in strijd is met het bepaalde in de statuten, reglementen of besluiten van de aangesloten organisaties of relevante wet- en regelgeving; en/of 
  • het vertrouwen in de stand van de sector, waarin de beklaagde actief is of was, kan ondermijnen; en/of
  • in strijd is met de eer van die stand, respectievelijk de erecode dan wel gedragscode van zijn organisatie; en/of 
  • in strijd is met bepalingen in de faciliteitenovereenkomst, voorzover van toepassing.
     

Waar kan de tuchtprocedure toe leiden?
De Tuchtcommissie kan de volgende sancties opleggen:

a) Waarschuwing; 

b) Berisping; 

c) (Voorwaardelijke) boete van ten hoogste € 50.000,-, te betalen aan de betrokken organisatie; 

d) (Voorwaardelijke) schorsing als lid, aangeslotene of geregistreerde van de betrokken organisatie dan wel als vastgoedprofessional van een specifieke afdeling van de betrokken organisatie voor de tijd van ten hoogste een jaar; 

e) Beëindiging van de faciliteitenovereenkomst tussen Vastgoed Service Center BV en de onderneming; 

f) Ontzetting uit het lidmaatschap of de aansluiting van de betrokken organisatie; 

g) Doorhaling van de registratie bij de betrokken organisatie; 

h) Beëindiging van de deelname aan het Keurmerk Vakkundig Gekeurd; 

i) Beëindiging voering Keurmerk VerhuurVeilig.

De sancties onder e t/m i kunnen voor ten hoogste vijf jaar worden opgelegd.

Indien een sanctie wordt opgelegd kan de Tuchtcommissie beslissen tot openbaarmaking door de betrokken organisatie van de gehele of gedeeltelijke inhoud van de uitspraak. Indien een of meer van der onder d t/m i) genoemde sancties wordt opgelegd wordt in het belang van de maatschappij bepaald dat de uitspraak zodra deze onaantastbaar is geworden ter kennis wordt gebracht van alle aangesloten organisaties.

Bij gehele of gedeeltelijke gegrondbevinding van de klacht wordt tot slot in de uitspraak bepaald dat beklaagde het door klager betaalde klachtgeld moet vergoeden en aan de Tuchtcommissie een bepaald vastgesteld bedrag moet betalen als bijdrage in de kosten van de behandeling van de klacht.

Meer informatie over de Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals is te vinden via: Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals - De Geschillencommissie

 

2. Stichting Tuchtrechtspraak NRVT 

Wie kan er klagen over de taxateur? 
Niet alleen een opdrachtgever kan een klacht indienen over een taxateur die is ingeschreven in het register van Stichting Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT). Iedereen die belang heeft bij de taxatie kan een klacht indienen. Ook NRVT kan een klacht indienen over een aangesloten taxateur.

Welke tuchtinstanties zijn er?
De klacht wordt in eerste instantie behandeld door een onafhankelijk tuchtcollege dat wordt samengesteld door de Stichting Tuchtrechtspraak NRVT. Het tuchtcollege bestaat meestal uit drie personen, waarvan één persoon grondige kennis heeft van professionele taxatiediensten en twee leden met grondige kennis en ervaring binnen de rechterlijke macht en/of disciplinaire rechtspraak. In eenvoudige zaken kan een tuchtcollege bestaan uit één of twee leden.

Tegen een uitspraak van het tuchtcollege is hoger beroep mogelijk. Voor de behandeling van het hoger beroep wordt een nieuw tuchtcollege samengesteld. 

Wat zijn de ontvankelijkheidseisen? 
Een klacht over een Register-Taxateur kan worden ingediend bij Stichting Tuchtrechtspraak NRVT met een daarvoor bestemd klachtformulier. 

Een klacht moet worden ingediend binnen een termijn van drie jaar na de dag waarop de klager van het handelen of nalaten van de beklaagde kennis heeft genomen en in ieder geval niet later dan binnen een termijn van vijf jaren na het betreffende handelen of nalaten van de beklaagde. 

Voor het indienen van een klacht is een klager € 150,- klachtgeld verschuldigd. Dit bedrag wordt terugbetaald als de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard en de klager dus in het gelijk wordt gesteld.

Ook voor het instellen van hoger beroep is een bijdrage van € 150,- verschuldigd. Indien het beroep is ingesteld door de klager en de klacht wordt alsnog (gedeeltelijk) gegrond verklaard,  dan wordt zowel het in eerste aanleg als het in hoger beroep betaalde klachtgeld gerestitueerd .

Hoe ziet de procedure bij de tuchtinstantie eruit? 
Na ontvangst van het klachtgeld, wordt de klacht doorgestuurd naar de taxateur. De taxateur heeft vier weken de tijd om schriftelijk op de klacht te reageren. Het verweer van de taxateur wordt doorgestuurd naar de klager. 

Vervolgens wordt beoordeeld of er een hoorzitting nodig is. In dat geval worden de klager en de taxateur uitgenodigd om de klacht respectievelijk het verweer voor het tuchtcollege toe te lichten. Partijen worden minstens drie weken van tevoren uitgenodigd voor een hoorzitting. Ook ontvangen zij (een link naar) het klachtdossier. Komt er geen hoorzitting, dan doet het tuchtcollege uitspraak op basis van het schriftelijke dossier.

De totale procedure duurt circa drie tot vier maanden. Daarna is hoger beroep mogelijk binnen zes weken vanaf de toezending van de uitspraak.  

Het Reglement Tuchtrechtspraak NRVT is hier te vinden.

Welke materiële toets voert de tuchtinstantie uit? 
De Register-Taxateur dient bij de uitvoering van zijn opdracht te handelen overeenkomstig de internationaal geldende taxatiestandaarden en de Reglementen en Praktijkhandreikingen van NRVT. Het tuchtcollege beoordeelt of een taxatiewaarde op de juiste wijze tot stand is gekomen. 

Waar kan de tuchtprocedure toe leiden?
Is een klacht gegrond, dan kan het tuchtcollege de Register-Taxateur een maatregel, zoals een waarschuwing, berisping, (voorwaardelijke) schorsing en/of boete opleggen, of in het uiterste geval uitschrijving uit het register.

Het tuchtcollege zal bij een gegronde klacht geen andere waarde vaststellen van het getaxeerde object. Ook kan het tuchtcollege de taxateur niet als maatregel opleggen het taxatierapport aan te passen.  

Meer informatie over de tuchtprocedure van NRVT is te vinden via: Klachten en tuchtrecht | NRVT


[1] Zie artikel 3 Reglement Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals.

Terug naar de vorige pagina