Tuchtprocedure curator

Tuchtprocedure curator

Voor de faillissementscurator bestaat geen apart tuchtrecht. Meestal wordt een advocaat als curator aangesteld, en dan is de curator onderworpen aan het tuchtrecht voor advocaten. Meer over de tuchtprocedure voor de advocaat is hier te vinden. Indien een advocaat handelt in hoedanigheid van curator wordt hem wel meer speelruimte geboden en zal minder snel sprake zijn van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen dan wanneer hij als advocaat optreedt. 

Gedragingen van leden van de Vereniging voor Insolventierecht Advocaten (INSOLAD) in hun hoedanigheid van bewindvoerder of curator als bedoeld in de Faillissementswet kunnen voorts worden getoetst door de Toetsingscommissie van INSOLAD. Strikt genomen is dit geen tuchtinstantie. Hierna vindt u meer informatie over de procedure bij de Toetsingscommissie van INSOLAD. 

Wie kan er klagen over de faillissementscurator? 
Een verzoek tot toetsing van het gedrag van de curator kan door een belanghebbende worden ingediend en door het bestuur van INSOLAD. 

In de toelichting op het Toetsingsreglement is opgenomen: In de discussie is de vraag gesteld wie belanghebbenden zijn in de zin van artikel 2 lid 2 van het Reglement. Het antwoord daarop zal zich oplossen in casuïstiek. Vooralsnog zou het bestuur geneigd zijn die kring vrij ruim te trekken en daartoe zeker ook leden van de rechterlijke macht, betrokken bestuurders of aandeelhouders, schuldeisers en andere belanghebbenden bij een kwalitatief goede afwikkeling te rekenen, maar dit zal steeds per geval moeten worden bezien. 

Welke tuchtinstanties zijn er? 
Het gedrag van de curator wordt getoetst door de Toetsingscommissie INSOLAD. Feitelijk is dit geen tuchtinstantie. De commissie bestaat uit ten minste drie leden. Tot lid kunnen slechts worden benoemd INSOLAD-leden en leden uit de rechterlijke macht. Voor ieder toetsingsverzoek stelt de Commissie uit haar midden een Panel samen dat het verzoek beoordeelt. Ook het Panel bestaat uit ten minste drie leden. 

Wat zijn de ontvankelijkheidseisen? 
Het Panel van de Commissie kan het verzoek zonder nader onderzoek afdoen indien de betreffende gedraging reeds eerder aan de Commissie is voorgelegd, indien de gedraging meer dan een jaar voor de indiening van het verzoek heeft plaatsgevonden of indien de gedraging ter beoordeling is voorgelegd aan – of naar het oordeel van het Panel meer geëigend is om te worden voorgelegd aan – een andere (toezichthoudende of rechtsprekende) instantie. Het Panel kan voorts zonder nader onderzoek het verzoek afdoen indien het van oordeel is dat de door de verzoeker gestelde gedraging kennelijk onaannemelijk is of dat deze gedraging kennelijk geen strijd oplevert met de toetsingscriteria. 

Voorts dient de verzoeker een griffierecht van € 25 te betalen. 

Hoe ziet de procedure bij de Toetsingscommissie eruit? 
Eerst wordt schriftelijk een verzoek ingediend. Daarna wordt aan de curator gevraagd te reageren, tenzij het verzoek direct niet-ontvankelijk wordt verklaard. Vervolgens kan alsnog een niet-ontvankelijkheid volgen. Indien het verzoek niet (direct) niet-ontvankelijk wordt verklaard, dan volgt veelal een mondelinge behandeling. Tijdens de mondelinge behandeling kunnen de verzoeker en de curator de kwestie toelichten en kan het Panel nadere vragen stellen. Daarna volgt in beginsel een schriftelijke uitspraak. De doorlooptijd is meestal tussen de 4 en 8 maanden.

Het Panel kan ook aansturen op bemiddeling. 

Welke materiële toets voert de Toetsingscommissie uit? 
De Commissie heeft als taak het toetsen van gedragingen van INSOLAD-leden in hun hoedanigheid van bewindvoerder of curator als bedoeld in de Faillissementswet, en in het bijzonder in hoeverre die gedragingen blijk geven van voldoende integriteit, objectiviteit, onafhankelijkheid, zorgvuldigheid, vakkundigheid, doelmatigheid en respect jegens betrokkenen, een en ander zoals mede tot uitdrukking komend in de Praktijkregels voor Curatoren.

Waar kan de procedure toe leiden?
Indien het verzoek ontvankelijk is en niet zonder nader onderzoek wordt afgedaan, beoordeelt het Panel zo het voldoende aannemelijk acht dat de door de verzoeker gestelde gedraging heeft plaatsgevonden, of deze gedraging al dan niet in strijd is met de toetsingscriteria. Het Panel zal zijn beslissing hierover motiveren. Het Panel kan ook, zo het niet voldoende aannemelijk acht dat de door verzoeker gestelde gedraging heeft plaatsgevonden, beoordelen of de door verzoeker beschreven gedraging – indien die wel zou hebben plaatsgevonden – strijd zou hebben opgeleverd met de toetsingscriteria. Ook die beoordeling zal worden gemotiveerd.

Het Panel is niet bevoegd sancties op te leggen of te adviseren. Het doet geen uitspraak over eventuele aansprakelijkheid.

Terug naar vorige pagina