
Gemeenten vragen steeds meer aandacht voor het meldpunt Wet goed verhuurderschap (“Wgv”) en nemen extra mensen aan voor de handhaving hiervan. Veel gemeenten hebben ook beleidsregels vastgesteld op basis waarvan boetes kunnen (en zullen) worden uitgedeeld wanneer de Wgv niet wordt nageleefd. Een aantal gemeenten heeft daarnaast specifieke boetebedragen bepaald voor het overtreden van de Wet betaalbare huur (“Wbh”). De boetes variëren van € 750,- tot maximaal € 90.000,-. Wij hebben de tot op heden op overheid.nl gepubliceerde boetebedragen hieronder op een rij gezet (peildatum 1 januari 2025).
Boetebedragen
Bij de meeste gemeenten varieert de boete van minimaal € 1.000,- (voor niet-bedrijfsmatige verhuur) en € 5.000,- (voor bedrijfsmatig verhuur) tot € 40.000,- voor bedrijfsmatig verhuur. De hoogste boetes worden over het algemeen toegekend aan misstanden bij verhuur zoals iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid en intimidatie. Ook onrechtmatig financieel gewin (zoals het toepassen van een te hoge indexering of het in rekening brengen van een te hoge huurprijs) wordt relatief hard gestraft.
De gemeenten Den Haag en Rotterdam hebben specifieke categorieën toegekend aan boetes voor huurprijsoverschrijding (boven de maximaal toegestane prijs conform WWS).


