dit document bij de beleidsregel;
  • bij de onderneming zijn op 15 maart 2020 ten hoogste 250 personen werkzaam;
  • bij niet-horecaondernemingen moet ten minste één vestiging een ander adres dan het privéadres van de eigenaar van de onderneming hebben;
  • bij horecaondernemingen moet ten minste één horecagelegenheid worden gehuurd of gepacht of moet ten minste één horecagelegenheid eigendom van de horecaonderneming zijn.
  • De aanvragen voor een tegemoetkoming kunnen vanaf 27 maart 2020 worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (de “RVO”). Ondernemers kunnen gebruikmaken van het formulier dat hiertoe via RVO ter beschikking is gesteld. De aanvragen kunnen tot en met 26 juni 2020 worden ingediend en er wordt binnen drie weken na de aanvraag besloten of de tegemoetkoming wordt toegekend. De (hoogte van een) tegemoetkoming kan tot vijf jaar na de verstrekking daarvan worden herzien indien blijkt dat de aanvrager onjuiste informatie heeft opgegeven.

    2. Wanneer komt een Mkb’er in aanmerking voor de tijdelijke verruiming van de Borgstelling MKB-kredieten (de BMKB)?

    Onder de tijdelijke maatregel van de BMKB worden financieringen aan in de kern gezonde mkb-bedrijven toegelaten, om opgekomen of te verwachten liquiditeitsproblemen vanwege de coronaproblematiek te verzachten. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat kan door middel van de BMKB borg staan voor de kredieten aan ondernemers. Banken of andere financiers kunnen hierdoor gemakkelijker en sneller krediet verruimen en bedrijven hebben de mogelijkheid om eerder en meer geld te lenen, ook als zij aan de betrokken financier niet genoeg zekerheden kunnen bieden. Het BMKB is beschikbaar voor een select aantal financiers. Het is niet mogelijk om door middel van het BKMB de bestaande kredietfaciliteiten van de onderneming te herfinancieren. Er moet altijd een nieuwe financiering worden aangegaan.

    Normaal gesproken betreft het borgstellingskrediet 50% van het krediet dat de financier (vaak een bank) in zijn geheel verstrekt. Voor ondernemers die door het Coronavirus in financiële problemen komen, is een verruiming van het BMKB ingevoerd. Met de ingevoerde verruimingsmaatregel wordt de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB verhoogd van 50% naar 75%. Daarnaast is de verruimingsregeling ook toepasbaar op overbruggingskredieten en rekening-courantkredieten met een looptijd tot 2 jaar. Vanwege de urgentie van de Coronaproblematiek is de tijdelijke verruiming van de BMKB al op 16 maart 2020 ingevoerd en blijft deze gelden tot 1 april 2021. Bedrijven die aanspraak kunnen maken op het BMKB hebben daardoor dus meteen profijt van deze verruimende maatregel.

    De BMKB is in beginsel bestemd voor ondernemingen met maximaal 250 werknemers (fte) met een jaaromzet tot € 50 miljoen of een balanstotaal tot € 43 miljoen. Klik hier voor de exacte voorwaarden. De ondernemer vraagt een ‘normaal’ krediet aan bij kredietverstrekkers, zoals banken of andere financiële instellingen. De ondernemer kan de financier vervolgens verzoeken om zo nodig gebruik te maken van de borgstellingsregeling. De financier beslist daarna of er een borgstellingskrediet wordt verleend en onder welke voorwaarden.

    3. Op welke regeling kunnen zzp’ers met financiële problemen een beroep doen?

    Ook zzp’ers kunnen vanwege het Coronavirus met (tijdelijke) financiële problemen te maken krijgen. In dat geval kunnen zzp’ers helaas geen gebruik maken van de werktijdverkortingsregeling (zie ook de pagina van Arbeidsrecht). Deze is namelijk alleen van toepassing op medewerkers die in loondienst zijn. Wanneer een zzp’er vanwege het Coronavirus acuut in de problemen komt, kan deze in een aantal gevallen bij zijn woongemeente ondersteuning in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen. Voor de uitkering voor levensonderhoud geldt dat deze het inkomen van de zzp’er zal aanvullen tot het sociaal minimum. Een lening voor bedrijfskapitaal kan aangevraagd worden om liquiditeitsproblemen op te lossen.

    Deze tijdelijke regeling voor zzp’ers is gebaseerd op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (het zogenaamde Bbz, een gemeentelijke kredietregeling voor zelfstandige ondernemers met financiële problemen). De tijdelijke regeling voor zzp’ers bevat – deels in afwijking van het Bbz - de volgende elementen:

    Deze nieuwe tijdelijke regeling wordt momenteel in samenspraak met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Divosa verder door het kabinet uitgewerkt, zodat deze op zeer korte termijn kan worden ingevoerd. Indien meer informatie over de concrete invulling van deze nieuwe regeling bekend is, zullen wij u daar op deze pagina uiteraard direct over informeren.

    4. Welke vereisten gelden voor het verkrijgen van uitstel van betaling bij de Belastingdienst? En welke belastingmaatregelen zijn er nog meer getroffen?

    Zowel ondernemers als zzp’ers kunnen voor alle aanslagen inkomsten-, vennootschaps-, omzet- en loonbelasting bijzonder uitstel van betaling aanvragen. Dit uitstel dient bij brief te worden aangevraagd bij de Belastingdienst (Postbus 100, 6400 AC te Heerlen). In de brief legt u uit hoe u door de uitbraak van COVID-19 in betalingsproblemen bent gekomen. De invorderingsmaatregelen worden dan direct gestopt door de Belastingdienst. Ondernemers krijgen dus – na een gemotiveerd verzoek - per direct uitstel van betaling van de Belastingdienst. Individuele beoordeling van het verzoek vindt pas later plaats. Daarnaast hoeft het uitstelverzoek niet direct de vereiste verklaring van een derde-deskundige te bevatten, waaruit blijkt dat (i) er sprake is van betalingsproblemen, (ii) deze betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn en het gevolg van COVID-19 en (iii) uw onderneming levensvatbaar is. Deze verklaring kan later worden aangeleverd.

    In de brief van 17 maart 2020 geeft het kabinet aan dat zij het proces om uitstel van belastingen te verkrijgen voor ondernemers zo eenvoudig mogelijk willen maken. Om ondernemers tegemoet te komen, zal de Belastingdienst de komende tijd verzuimboetes voor het niet (tijdig) betalen van belastingen achterwege laten of terugdraaien. Daarnaast heeft het kabinet besloten om de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 tijdelijk van 4% naar 0,01% te verlagen. Deze tariefsverlaging zal gelden voor alle belastingschulden. Ook het tarief van de belastingrente (die wordt gerekend indien een aanslag niet op tijd kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld omdat de aangifte te laat of niet voor het juiste bedrag is ingediend) wordt tijdelijk tot 0,01% verlaagd (waar dit 8% voor vennootschapsbelasting en 4% voor overige belastingen bedroeg). Deze verlaging geldt voor alle belastingen waarover belastingrente wordt gerekend en zal – vanwege technische redenen – ingaan op 1 juni 2020 (en voor de inkomstenbelasting op 1 juli 2020).

    Indien u een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting betaalt, is het mogelijk – indien u verwacht dat uw winst door de uitbraak van COVID-19 zal dalen – uw voorlopige aanslag te wijzigen en te verlagen, waardoor u minder belasting hoeft te betalen. Deze verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd, waardoor u direct minder belasting betaalt. Deze wijziging kunt u via uw persoonlijke omgeving bij de Belastingdienst regelen. Het kan ook zo zijn dat het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die u in de eerste maanden van het jaar al heeft betaald. In dat geval krijgt u het verschil uitbetaald.

    5. Ik kan mijn lening bij mijn bank niet aflossen, wat nu? (Update: 27-03-2020)

    Diverse banken hebben op 19 maart 2020 in aanvulling op het omvangrijke pakket van het kabinet gezamenlijke maatregelen voor hun zakelijke klanten getroffen. Het betreffen vooralsnog in ieder geval ABN AMRO, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos Bank. Kleinere ondernemingen die in de kern gezond zijn, maar door de coronamaatregelen in problemen komen, kunnen bij deze banken zes maanden uitstel van aflossing op hun lopende leningen krijgen indien hun financiering maximaal € 2,5 miljoen bedraagt. Voor ondernemingen met hogere financiële verplichtingen zullen de banken de verdere ontwikkelingen scherp volgen. Ook wij zullen deze ontwikkelingen bijhouden en u daarover blijven informeren. Lees hier het bericht van de Nederlandse Vereniging van Banken.

    Heeft u een lopend zakelijk krediet bij ABN AMRO van maximaal € 50 miljoen? Op 27 maart 2020 heeft ABN AMRO bekendgemaakt dat in de maanden april tot en met september 2020 bij deze klanten geen betalingen van aflossing en rente worden geïncasseerd. Zij kunnen deze termijnen later voldoen. Als een klant het uitstel niet nodig heeft, dient dit uiterlijk 31 maart 2020 bij ABN AMRO te worden gemeld. Het uitstel vindt dan niet plaats.

    ">

    Publicaties

    COVID-19 | Financiering, zekerheden & leasing

    Op deze pagina treft u een overzicht aan van veelgestelde vragen en antwoorden met betrekking tot de Coronacrisis. Wij zullen deze pagina, als er ontwikkelingen zijn, regelmatig updaten.

    Voor vragen en/of meer informatie kunt u contact opnemen met Renske de Groot of Stef Vullings.

    Laatste update: 30-03-2020


    Welke mogelijkheden hebben ondernemers die vanwege COVID-19 in financiële moeilijkheden komen?

    Het Coronavirus heeft grote gevolgen. Niet alleen moeten sociale contacten tussen personen de komende tijd tot een minimum worden beperkt, ook ondernemers kunnen vanwege COVID-19 te maken krijgen met de negatieve economische gevolgen van de maatregelen die getroffen zijn om de verspreiding van het Coronavirus in te dammen. In een brief van 12 maart 2020 hebben de Ministers Wiebes, Hoekstra en Koolmees de Tweede Kamer geïnformeerd over de economische maatregelen met betrekking tot COVID-19. Op een persconferentie van 17 maart 2020 hebben deze ministers vervolgens voor de komende drie maanden een zogenaamd ‘noodpakket banen en economie’ gepresenteerd. De economische maatregelen die tot dit noodpakket behoren, zijn op 17 maart 2020 in een nadere brief aan de Tweede Kamer uitgewerkt. De door het kabinet gepresenteerde mogelijkheden worden hieronder kort op een rij gezet.

    1. Wanneer kom ik in aanmerking voor de eenmalige tegemoetkoming van € 4.000,-? (Update 30-03-2020)

    Vanaf 9 maart 2020 heeft het kabinet vergaande landelijke gezondheidsmaatregelen getroffen ter bestrijding van de verdere verspreiding van het coronavirus (COVID-19). Deze gezondheidsmaatregelen hebben enorme consequenties voor de inkomsten in een aantal sectoren in het bijzonder. Een aantal ondernemingen zien hun inkomsten grotendeels teruglopen, terwijl een groot deel van hun vaste lasten intussen gewoon doorlopen en hun uitgaven in veel gevallen al gedaan zijn. Deze inkomsten lijken bovendien moeilijk te kunnen worden ingehaald wanneer de COVID-19-uitbraak achter de rug is. Om deze ondernemingen snel een eerste helpende hand te bieden, heeft het kabinet besloten tot een noodmaatregel voor ondernemingen die door de gezondheidsmaatregelen zijn getroffen. Ondernemingen uit een aantal specifieke sectoren kunnen op grond van een beleidsregel een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000,- ontvangen indien zij aan enkele voorwaarden voldoen.

    De betreffende beleidsmaatregel is op 30 maart 2020 door de Minister van Economische Zaken en Klimaat (de “Minister”) gepubliceerd. In deze beleidsregel staat welke ondernemingen in aanmerking komen voor de financiële tegemoetkoming, aan welke randvoorwaarden zij moeten voldoen om in aanmerking te komen, hoe de aanvraag ingediend moet worden en binnen welke termijn op de aanvraag beslist wordt. Op grond van deze beleidsregel verstrekt de Minister op aanvraag een tegemoetkoming van € 4.000,- aan een gedupeerde onderneming die verwacht in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020:

    • ten minste € 4.000,- aan omzetverlies te lijden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19; en
    • ten minste € 4.000,- aan vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

    Van een gedupeerde onderneming is op grond van de beleidsregel sprake indien aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldaan is:

    • de onderneming staat op 15 maart 2020 in het handelsregister ingeschreven;
    • de onderneming houdt zich bezig met één van de activiteiten genoemd in dit document bij de beleidsregel;
    • bij de onderneming zijn op 15 maart 2020 ten hoogste 250 personen werkzaam;
    • bij niet-horecaondernemingen moet ten minste één vestiging een ander adres dan het privéadres van de eigenaar van de onderneming hebben;
    • bij horecaondernemingen moet ten minste één horecagelegenheid worden gehuurd of gepacht of moet ten minste één horecagelegenheid eigendom van de horecaonderneming zijn.

    De aanvragen voor een tegemoetkoming kunnen vanaf 27 maart 2020 worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (de “RVO”). Ondernemers kunnen gebruikmaken van het formulier dat hiertoe via RVO ter beschikking is gesteld. De aanvragen kunnen tot en met 26 juni 2020 worden ingediend en er wordt binnen drie weken na de aanvraag besloten of de tegemoetkoming wordt toegekend. De (hoogte van een) tegemoetkoming kan tot vijf jaar na de verstrekking daarvan worden herzien indien blijkt dat de aanvrager onjuiste informatie heeft opgegeven.

    2. Wanneer komt een Mkb’er in aanmerking voor de tijdelijke verruiming van de Borgstelling MKB-kredieten (de BMKB)?

    Onder de tijdelijke maatregel van de BMKB worden financieringen aan in de kern gezonde mkb-bedrijven toegelaten, om opgekomen of te verwachten liquiditeitsproblemen vanwege de coronaproblematiek te verzachten. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat kan door middel van de BMKB borg staan voor de kredieten aan ondernemers. Banken of andere financiers kunnen hierdoor gemakkelijker en sneller krediet verruimen en bedrijven hebben de mogelijkheid om eerder en meer geld te lenen, ook als zij aan de betrokken financier niet genoeg zekerheden kunnen bieden. Het BMKB is beschikbaar voor een select aantal financiers. Het is niet mogelijk om door middel van het BKMB de bestaande kredietfaciliteiten van de onderneming te herfinancieren. Er moet altijd een nieuwe financiering worden aangegaan.

    Normaal gesproken betreft het borgstellingskrediet 50% van het krediet dat de financier (vaak een bank) in zijn geheel verstrekt. Voor ondernemers die door het Coronavirus in financiële problemen komen, is een verruiming van het BMKB ingevoerd. Met de ingevoerde verruimingsmaatregel wordt de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB verhoogd van 50% naar 75%. Daarnaast is de verruimingsregeling ook toepasbaar op overbruggingskredieten en rekening-courantkredieten met een looptijd tot 2 jaar. Vanwege de urgentie van de Coronaproblematiek is de tijdelijke verruiming van de BMKB al op 16 maart 2020 ingevoerd en blijft deze gelden tot 1 april 2021. Bedrijven die aanspraak kunnen maken op het BMKB hebben daardoor dus meteen profijt van deze verruimende maatregel.

    De BMKB is in beginsel bestemd voor ondernemingen met maximaal 250 werknemers (fte) met een jaaromzet tot € 50 miljoen of een balanstotaal tot € 43 miljoen. Klik hier voor de exacte voorwaarden. De ondernemer vraagt een ‘normaal’ krediet aan bij kredietverstrekkers, zoals banken of andere financiële instellingen. De ondernemer kan de financier vervolgens verzoeken om zo nodig gebruik te maken van de borgstellingsregeling. De financier beslist daarna of er een borgstellingskrediet wordt verleend en onder welke voorwaarden.

    3. Op welke regeling kunnen zzp’ers met financiële problemen een beroep doen?

    Ook zzp’ers kunnen vanwege het Coronavirus met (tijdelijke) financiële problemen te maken krijgen. In dat geval kunnen zzp’ers helaas geen gebruik maken van de werktijdverkortingsregeling (zie ook de pagina van Arbeidsrecht). Deze is namelijk alleen van toepassing op medewerkers die in loondienst zijn. Wanneer een zzp’er vanwege het Coronavirus acuut in de problemen komt, kan deze in een aantal gevallen bij zijn woongemeente ondersteuning in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen. Voor de uitkering voor levensonderhoud geldt dat deze het inkomen van de zzp’er zal aanvullen tot het sociaal minimum. Een lening voor bedrijfskapitaal kan aangevraagd worden om liquiditeitsproblemen op te lossen.

    Deze tijdelijke regeling voor zzp’ers is gebaseerd op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (het zogenaamde Bbz, een gemeentelijke kredietregeling voor zelfstandige ondernemers met financiële problemen). De tijdelijke regeling voor zzp’ers bevat – deels in afwijking van het Bbz - de volgende elementen:

    • Op grond van het Bbz wordt getoetst of een bedrijf na het verlenen van bijstand levensvatbaar is. Deze toets op levensvatbaarheid wordt in de tijdelijke regeling echter niet toegepast. Daardoor is een snellere behandeling van aanvragen van zzp’ers mogelijk.
    • Waar het op grond van de Bbz 13 weken kan duren voordat een uitkering wordt verstrekt, wordt op grond van de tijdelijke regeling binnen een periode van 4 weken en voor een periode van maximaal 3 maanden inkomensondersteuning voor levensonderhoud verstrekt. Daarbij kan er met voorschotten worden gewerkt.
    • De hoogte van de inkomensondersteuning bedraagt - afhankelijk van het inkomen en de huishoudsamenstelling - circa € 1.500,- netto per maand. Waar de inkomensondersteuning voor levensonderhoud op grond van de Bbz als een lening wordt aangemerkt, wordt deze op grond van de tijdelijke regeling ‘om niet’ aan de zzp’er verstrekt. De zzp’er hoeft deze inkomensondersteuning later dus niet terug te betalen. Bij de tijdelijke regeling wordt daarnaast geen gebruik gemaakt van een vermogens- of partnertoets.
    • De versnelde procedure geldt ook voor aanvragen voor een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157,-. Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal wordt een lager rentepercentage dan thans op grond van het Bbz wordt gehanteerd. Ook wordt bij deze lening een mogelijkheid tot uitstel van de aflossingsverplichtingen opgenomen.

    Deze nieuwe tijdelijke regeling wordt momenteel in samenspraak met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Divosa verder door het kabinet uitgewerkt, zodat deze op zeer korte termijn kan worden ingevoerd. Indien meer informatie over de concrete invulling van deze nieuwe regeling bekend is, zullen wij u daar op deze pagina uiteraard direct over informeren.

    4. Welke vereisten gelden voor het verkrijgen van uitstel van betaling bij de Belastingdienst? En welke belastingmaatregelen zijn er nog meer getroffen?

    Zowel ondernemers als zzp’ers kunnen voor alle aanslagen inkomsten-, vennootschaps-, omzet- en loonbelasting bijzonder uitstel van betaling aanvragen. Dit uitstel dient bij brief te worden aangevraagd bij de Belastingdienst (Postbus 100, 6400 AC te Heerlen). In de brief legt u uit hoe u door de uitbraak van COVID-19 in betalingsproblemen bent gekomen. De invorderingsmaatregelen worden dan direct gestopt door de Belastingdienst. Ondernemers krijgen dus – na een gemotiveerd verzoek - per direct uitstel van betaling van de Belastingdienst. Individuele beoordeling van het verzoek vindt pas later plaats. Daarnaast hoeft het uitstelverzoek niet direct de vereiste verklaring van een derde-deskundige te bevatten, waaruit blijkt dat (i) er sprake is van betalingsproblemen, (ii) deze betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn en het gevolg van COVID-19 en (iii) uw onderneming levensvatbaar is. Deze verklaring kan later worden aangeleverd.

    In de brief van 17 maart 2020 geeft het kabinet aan dat zij het proces om uitstel van belastingen te verkrijgen voor ondernemers zo eenvoudig mogelijk willen maken. Om ondernemers tegemoet te komen, zal de Belastingdienst de komende tijd verzuimboetes voor het niet (tijdig) betalen van belastingen achterwege laten of terugdraaien. Daarnaast heeft het kabinet besloten om de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 tijdelijk van 4% naar 0,01% te verlagen. Deze tariefsverlaging zal gelden voor alle belastingschulden. Ook het tarief van de belastingrente (die wordt gerekend indien een aanslag niet op tijd kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld omdat de aangifte te laat of niet voor het juiste bedrag is ingediend) wordt tijdelijk tot 0,01% verlaagd (waar dit 8% voor vennootschapsbelasting en 4% voor overige belastingen bedroeg). Deze verlaging geldt voor alle belastingen waarover belastingrente wordt gerekend en zal – vanwege technische redenen – ingaan op 1 juni 2020 (en voor de inkomstenbelasting op 1 juli 2020).

    Indien u een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting betaalt, is het mogelijk – indien u verwacht dat uw winst door de uitbraak van COVID-19 zal dalen – uw voorlopige aanslag te wijzigen en te verlagen, waardoor u minder belasting hoeft te betalen. Deze verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd, waardoor u direct minder belasting betaalt. Deze wijziging kunt u via uw persoonlijke omgeving bij de Belastingdienst regelen. Het kan ook zo zijn dat het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die u in de eerste maanden van het jaar al heeft betaald. In dat geval krijgt u het verschil uitbetaald.

    5. Ik kan mijn lening bij mijn bank niet aflossen, wat nu? (Update: 27-03-2020)

    Diverse banken hebben op 19 maart 2020 in aanvulling op het omvangrijke pakket van het kabinet gezamenlijke maatregelen voor hun zakelijke klanten getroffen. Het betreffen vooralsnog in ieder geval ABN AMRO, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos Bank. Kleinere ondernemingen die in de kern gezond zijn, maar door de coronamaatregelen in problemen komen, kunnen bij deze banken zes maanden uitstel van aflossing op hun lopende leningen krijgen indien hun financiering maximaal € 2,5 miljoen bedraagt. Voor ondernemingen met hogere financiële verplichtingen zullen de banken de verdere ontwikkelingen scherp volgen. Ook wij zullen deze ontwikkelingen bijhouden en u daarover blijven informeren. Lees hier het bericht van de Nederlandse Vereniging van Banken.

    Heeft u een lopend zakelijk krediet bij ABN AMRO van maximaal € 50 miljoen? Op 27 maart 2020 heeft ABN AMRO bekendgemaakt dat in de maanden april tot en met september 2020 bij deze klanten geen betalingen van aflossing en rente worden geïncasseerd. Zij kunnen deze termijnen later voldoen. Als een klant het uitstel niet nodig heeft, dient dit uiterlijk 31 maart 2020 bij ABN AMRO te worden gemeld. Het uitstel vindt dan niet plaats.