Publicatie
11-10-2017

Nieuwe kabinetsplannen voor de arbeidsmarkt

Gisteren hebben de VVD, CDA, D66 en de CU het regeerakkoord 2017 gepresenteerd. Hieruit blijkt dat het nieuwe kabinet van plan is een aantal grote veranderingen door te voeren in het arbeidsrecht. De belangrijkste veranderingen zijn de volgende:

• Introductie van een cumulatiegrond in het ontslagrecht

Het wordt mogelijk om meerdere, gedeeltelijke ontslaggronden bij elkaar op te tellen, waarmee dan een volledige ontslaggrond wordt gecreëerd. Daar staat voor de werknemer tegenover dat de rechter een extra vergoeding kan toekennen van maximaal de helft van de transitievergoeding (bovenop de reeds bestaande transitievergoeding).

• Meer balans in de transitievergoeding

o Werknemers krijgen vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding, in plaats van pas na twee jaar.
o Voor elk jaar in dienstverband gaat de transitievergoeding een derde maandsalaris bedragen, óók voor dienstjaren boven de 10 jaar. De overgangsregeling voor 50-plussers wordt gehandhaafd.
o De mogelijkheid om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding wordt verruimd.
o Enkele “scherpe randen” aan de verplichting tot het betalen van een transitievergoeding worden verlicht, vooral voor MKB-ers. Dit betreft onder meer een compensatie voor werkgevers voor de verschuldigde transitievergoeding bij ontslag van een werknemer wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

• Tijdelijke contracten voor tijdelijk werk

Het nieuwe kabinet stelt een pakket aan maatregelen voor met als doel de verschillen tussen de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kleiner te maken:
o Voor opvolgende contracten gaat de “teller op nul” als tussen contracten een tussenpoos van zes maanden zit. Dit blijft het uitgangspunt, maar er moet ruimte zijn om sectoraal (na overleg tussen de sociale partners) af te wijken en de tussenpoos te verkorten als het werk daarom vraagt. Dit is reeds zo voor seizoensarbeid, maar deze optie wordt verruimd naar ander terugkerend tijdelijk werk dat ten hoogste gedurende een periode van negen maanden kan worden verricht.
o De periode waarna elkaar opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd, wordt verlengd van twee naar drie jaar.
o Indien de werkgever direct (als eerste contract) een contract voor onbepaalde tijd aanbiedt, wordt de proeftijd verruimd naar maximaal vijf maanden. Voor meerjarencontracten (van meer dan twee jaar) wordt de proeftijd maximaal drie maanden

• Payrolling en nulurencontracten

Het nieuwe kabinet erkent de behoefte op de arbeidsmarkt aan flexibiliteit, maar wil voorkomen dat deze contractsvormen worden benut om te concurreren op arbeidsvoorwaarden of leiden tot excessen waarbij de arbeidsmarktkansen van de werkende in het geding komen. Zij is daarom voornemens tot de volgende maatregelen:
o Payrolling als zodanig blijft mogelijk, maar wordt zo vormgegeven dat het een instrument is voor het “ontzorgen” van werkgevers en niet voor concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Het soepeler arbeidsrechtelijk regime voor de uitzendovereenkomst zal voor payrolling bijvoorbeeld buiten toepassing worden verklaard.
o Tevens gaat het nieuwe kabinet payrolling fundamenteler bezien in het licht van het bij elkaar brengen van formeel en materieel werkgeverschap. Daarbij is ook aanpassing van de definitie van de uitzendovereenkomst bespreekbaar. Uitzendwerk en detachering als zodanig staan niet ter discussie.
o Er worden maatregelen genomen om te voorkomen dat werknemers met een nulurencontract zich permanent beschikbaar dienen te houden en zo andere kansen op de arbeidsmarkt mislopen. Daarom wordt vastgelegd dat in deze situaties de werknemer niet, of binnen een bepaalde termijn niet, gehouden is gehoor te geven aan een oproep, of dat bij een afzegging recht op loon ontstaat.

• Differentiatie van de WW-premie naar type contract

Momenteel is sprake van een premiedifferentiatie per sector; de lasten van de eerste zes maanden WW worden per sector omgeslagen. In plaats hiervan wil het nieuwe kabinet onderzoeken of kan worden gekozen voor een vormgeving over de eerste zes maanden WW waarbij contracten voor onbepaalde duur een lager premiepercentage toegerekend krijgen dan contracten voor bepaalde tijd. Hiermee wordt een contract voor onbepaalde tijd aantrekkelijker gemaakt.

• Verlichting van de verplichtingen voor loondoorbetaling bij ziekte

o De loondoorbetaling bij ziekte voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) wordt verkort van twee naar één jaar. De collectieve kosten van het tweede jaar worden gedekt via een uniforme lastendekkende premie, te betalen door kleine werkgevers.
o De periode waarvoor premiedifferentiatie geldt in de WGA, wordt verkort van tien jaar naar vijf jaar. Na die periode wordt een collectieve, uniforme premie geheven.
o Enkele maatregelen die zijn voorbereid naar aanleiding van de Kamerbrief “Oplossingen voor knelpunten op de arbeidsmarkt” worden voortgezet. Dit betreft een wetswijziging om onzekerheid weg te nemen over het risico op een loonsanctie.

• Meer prikkels in arbeidsrechtsongeschiktheidsregelingen richting werk

o Voor personen die in de WIA zitten, wordt het financieel aantrekkelijker gemaakt om te gaan werken.
o Voor toekomstige instromers in de WIA zal scherper worden gekeken naar geschikt werk bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid (het schattingsbesluit). Hierdoor zullen minder mensen volledig arbeidsongeschikt worden verklaard.
o Voor toekomstige instromers in de WGA 80-100 (mensen met een restverdiencapaciteit tussen de 1% en 20%) wordt de prikkel richting werk versterkt.

• Wijziging wetgeving inzake zzp-ers

Het nieuwe kabinet erkent dat de Wet DBA heeft nagelaten duidelijkheid te scheppen, en in plaats daarvan vooral veel onrust heeft veroorzaakt. De Wet DBA wordt daarom vervangen door een nieuwe wet. Deze nieuwe wet moet enerzijds (de inhuurder van) echte zelfstandigen zekerheid bieden dat geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid (vooral aan de onderkant) voorkomen. In deze nieuwe wet zal onder meer het volgende worden opgenomen:
o Voor zzp-ers met een zogeheten laag tarief (corresponderend met loonkosten tot 125% van het wettelijke minimumloon, of met de laagste loonschalen in cao’s) wordt bepaald dat altijd sprake is van een arbeidsovereenkomst als sprake is van (i) een langere duur van de overeenkomst (langer dan 3 maanden) of (ii) het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten.
o Voor zzp-ers boven het lage tarief wordt een “opdrachtgeversverklaring” ingevoerd. Met deze opdrachtgeversverklaring (mits naar waarheid ingevuld) krijgt een opdrachtgever zekerheid vooraf van vrijwaring van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen. De opdrachtgeversverklaring wordt afgegeven na het invullen van een webmodule met een aantal duidelijke vragen. Daarbij wordt ten behoeve van de webmodule het onderdeel “gezagsverhouding” verduidelijkt. Tevens zal het kabinet de wet zo aanpassen dat de gezagsverhouding voortaan meer getoetst wordt op basis van de materiële in plaats van de formele omstandigheden.
o Voor zzp-ers met een hoog tarief (waarschijnlijk boven de EUR 75 per uur) wordt een “opt out” voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen ingevoerd, indien sprake is van (i) een kortere duur van de overeenkomst (korter dan een jaar) of (ii) het niet verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten.
o Na invoering van de nieuwe wetgeving geldt maximaal een jaar terughoudend handhavingsbeleid.

11-10-2017

Betrokken advocaten

Expertises

Arbeidsrecht