Publicatie
21-06-2017

Bijzondere zorgplicht bank ter voorkoming van overkreditering consument

In een recent gepubliceerd arrest oordeelt de Hoge Raad dat ook in de periode 1999-2003, toen er nog geen specifieke regelgeving bestond ter voorkoming van overkreditering van consumenten bij hypothecair krediet, de bijzondere zorgplicht van de bank meebracht dat zij voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst tot hypothecair krediet met een consument inlichtingen diende in te winnen over diens inkomens- en vermogenspositie (onderzoeksplicht) teneinde overkreditering van de consument te voorkomen. De zorgplicht van de bank om te waken tegen overkreditering bracht verder mee dat de bank de consument over de resultaten van haar onderzoek diende te informeren op een zodanige wijze dat de consument kon beoordelen of hij de verplichtingen uit de kredietovereenkomst zou kunnen (blijven) dragen. Voorts diende de bank de consument voor wie de kredietverstrekking mogelijk niet verantwoord was, daarop te wijzen, en hem voor het daaraan verbonden risico te waarschuwen, aldus de Hoge Raad. Wat de bank volgens de Hoge Raad destijds niét hoefde te doen was het weigeren van (dreigende) niet-verantwoorde kredietverstrekking indien de consument – na door de bank adequaat te zijn voorgelicht of gewaarschuwd – ervoor koos de hypothecaire lening (toch) aan te gaan.

Uit het arrest van de Hoge Raad valt verder nog op te maken dat de schending van de onderzoeksplicht door de bank nog niet een zelfstandige aansprakelijkheidsgrond oplevert. Het onderzoek dat de bank moet verrichten naar de inkomens- en vermogenspositie van de consument is geen zelfstandige verplichting, maar een middel om eventuele overkreditering te kunnen vaststellen. Het gaat er dus om of (feitelijk) sprake is geweest van overkreditering. Het hof had daarom niet in het midden mogen laten of naar de destijds geldende normen ten aanzien van de betrokken consumenten overkreditering heeft plaatsgevonden, en had de beoordeling van deze kwestie niet naar de schadestaatprocedure mogen verwijzen, aldus de Hoge Raad.

21-6-2017

Betrokken advocaten