Publicatie
03-10-2016

Samenloop WNT en WWZ

Op grond van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) kunnen partijen bij het einde van de arbeidsovereenkomst geen hogere vergoeding overeenkomen dan een bedrag van € 75.000,= bruto. Uitkeringen wegens de beëindiging van de arbeidsovereenkomst die voortvloeien uit een algemeen verbindend verklaarde cao of uit een wettelijk voorschrift worden op grond van de WNT niet bij dit maximum meegerekend.

De vraag rijst of dit betekent dat aanspraken op grond van de WWZ, de cao en een WNT-vergoeding naast elkaar kunnen worden overeengekomen.

Op grond van de de WWZ heeft een werknemer bij een einde van zijn arbeidsovereenkomst vrijwel altijd recht op de wettelijke transitievergoeding van maximaal € 76.000,= bruto, of van maximaal een jaarsalaris als dat een hoger bedrag betreft. Naar de letter van de WNT dient de transitievergoeding, als wettelijke vergoeding, niet meegerekend te worden bij het bedrag van € 75.000,= van de WNT. Daarnaast blijven wachtgelduitkeringen of andere uitkeringen in verband met een beëindiging van de arbeidsovereenkomst die voortvloeien uit een cao buiten het bereik van de WNT. Voorwaarde daarvoor is wel dat de cao algemeen verbindend is verklaard en dat de werkingssfeer van de cao zich uitstrekt tot de topfunctionarissen (vaak zijn directeuren uitgezonderd).

In theorie is het dus mogelijk dat cumulatie plaatsvindt van aanspraken op grond van de WWZ, de WNT en algemeen verbindend verklaarde cao’s. Recent hebben twee kantonrechters zich moeten uitlaten over de vraag hoe de wettelijke transitievergoeding en de WNT-vergoeding zich tot elkaar verhouden.

In de eerste zaak bij de kantonrechter te Amsterdam hadden partijen een gezamenlijk verzoek aan de rechtbank gedaan om een knoop door te hakken in een aantal geschilpunten verband houdend met de toepassing van de WNT en WWZ. De kantonrechter kan op eenstemmig verzoek van partijen dan een bindend oordeel vellen over deze geschilpunten. Daarbij kwam in de eerste plaats de vraag aan de orde of de WNT de transitievergoeding maximeert op € 75.000,=. De kantonrechter oordeelt dat dat niet het geval is. De transitievergoeding kan volgens de kantonrechter hoger zijn dan het WNT-maximum. Dit is ook het oordeel van de Utrechtse kantonrechter in een ontbindingsprocedure. De verschuldigdheid van de transitievergoeding vloeit voort uit de wet, aldus beide kantonrechters. Deze kan niet door een andere wet ingeperkt worden.

De tweede vraag die in de Amsterdamse zaak aan de orde kwam was de vraag of de WNT-vergoeding en de transitievergoeding kunnen cumuleren. De werknemer had in die zaak – in lijn met de letterlijke tekst van de WNT – betoogt dat cumulatie van deze aanspraken op grond van de wet is toegestaan. De kantonrechter overweegt dat bij de totstandkoming van de WNT geen rekening is gehouden met de WWZ, nu de WWZ nog niet bestond en er nog geen recht op een transitievergoeding bestond. Bij de totstandkoming van de WWZ is er met geen woord gerept over de problematiek van de samenloop met de WNT. Hoewel de wettekst de visie van de werknemer volgens de kantonrechter inderdaad ondersteunt, oordeelt de kantonrechter dat het ontegenzeggelijk de bedoeling van de WNT is geweest de hoogte van de beëindigingsvergoedingen aan banden te leggen. Volgens de kantonrechter is het daarom niet te verenigen dat naast de transitievergoeding partijen nog een vergoeding kunnen overeenkomen van € 75.000,=. “De bedoeling van de WNT zou daarmee voor een groot deel ongedaan worden gemaakt”. De kantonrechter oordeelt daarom dat het partijen niet vrij staat om naast de transitievergoeding een WNT-vergoeding overeen te komen. In de Utrechtse zaak kwam deze vraag niet aan de orde.

In deze zaak werd dus zeer terughoudend geoordeeld over het toestaan van cumulatie van aanspraken op grond van de WNT en WWZ. Wel kan volgens de beide uitspraken een hogere vergoeding dan de WNT-vergoeding worden afgesproken. In de uitspraken wordt ten onrechte geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen de situatie waarin partijen een beëindigingsvergoeding overeenkomen en de situatie waarin de rechter de arbeidsovereenkomst ontbindt en/of een vergoeding toekent aan de topfunctionaris. Het WNT-maximum geldt namelijk niet voor rechters. Wel worden rechters sinds de invoering van de WWZ op grond van die wet dan weer beperkt in hun vrijheid een passende vergoeding toe te kennen. Alleen in situaties van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever kunnen zij een aanvullende billijke vergoeding toekennen aan de werknemer, naast de transitievergoeding.

Deze uitspraken hebben geen betrekking op de situatie dat naast de aanspraken op grond van de WWZ en WNT ook een nog aanspraak op een financiële uitkering bestaat grond van een algemeen verbindend verklaarde cao. Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor in bepaalde sectoren van het onderwijs en de zorg. Het argument dat geen rekening is gehouden met dergelijke aanspraken bij de totstandkoming van de WNT gaat dan in ieder geval niet op.

In ontslagzaken waarin de WNT een rol speelt blijft het mogelijk om met enige creativiteit tot passende oplossingen te komen, ook al wordt de onderhandelingsruimte als gevolg van deze uitspraken waarschijnlijk wel kleiner.

03-10-2016

Betrokken advocaten

Expertises

Arbeidsrecht