Publicatie
23-09-2016

Verjaringstermijn accountantstuchtrecht

Het indienen van een tuchtklacht tegen een accountant moet tijdig worden gedaan, zoals de recente uitspraak van de Accountantskamer van 12 september 2016 (ECLI:NL:TACAKN:2016:93) bevestigt. In deze uitspraak oordeelt de Accountantskamer dat de klacht te laat is ingediend, omdat klaagster al langer dan drie jaar vóór het indienen van de klacht argwaan had omtrent het handelen en de deskundigheid van de accountant. Zo had klaagster onder meer kenbaar gemaakt te overwegen om tegen de accountant een tuchtklacht in te dienen. Gevolg is dat de verjaringstermijn van drie jaar is overschreden en een inhoudelijke beoordeling door de Accountantskamer achterwege blijft.

Er wordt al lange tijd stevige kritiek geuit op de verjaringstermijnen in het accountantsrecht. Dat heeft ertoe geleid dat artikel 22 lid 1 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) per 1 januari 2014 is aangepast. Sinds deze aanpassing is een klacht ontvankelijk indien deze binnen drie jaar na het ontstaan van een vermoeden bij klager van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten door de accountant, en uiterlijk zes jaar na de handeling of het nalaten zelf, is ingediend. De uitspraak van 12 september 2016 laat zien dat de verjaringstermijnen in het accountantstuchtrecht nog steeds strikt worden gehanteerd en klagers voortvarend moeten handelen om niet achter het net te vissen.

Voor de Minister van Financiën is dit tijdens een evaluatie van de Wtra aanleiding geweest om over gaan tot het opstellen van nieuwe wetgeving, waarin de driejaarstermijn in art. 22 lid 1 Wtra in het geheel komt te vervallen. Daarbij is de gedachte dat in iedere situatie moet worden voorkomen dat een accountant met een beroep op de formele toepassing van de driejaarstermijn te gemakkelijk kan ontsnappen aan het afleggen van verantwoording over zijn handelen of nalaten.[1] Daarbij wordt de zesjaarstermijn in art. 22 lid 1 Wtra behouden, zodat de rechtspositie van accountants gewaarborgd blijft en voorkomt dat zij tot in de eeuwigheid een klacht moeten vrezen.

Deze aankondiging door de Minister van Financiën heeft inmiddels geresulteerd in het wetsvoorstel Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties.[2] De beoogde inwerkingtredingsdatum van de Wet aanvullende accountantsorganisaties is 1 juli 2017.[3] Het tij lijkt daarmee te zijn gekeerd, waardoor uitspraken van de Accountantskamer zoals die van 12 september 2016 zeer waarschijnlijk per 1 juli 2017 tot het verleden gaan behoren.

Lees voor meer informatie over de verjaringstermijnen in het accountantstuchtrecht de eerdere bijdrage van Noor Zetteler en Marcel Pheijffer in het Tijdschrift voor Insolventierecht (TvI), afl. 2, maart/april 2016.

[1] Kamerstukken II 2014/15, 33 977, nr. 4, p. 45. Zie voorts Kamerbrief 'AFM Rapport Big 4, voorstellen accountancysector en rapport evaluatie Wta' d.d. 25 september 2014, te raadplegen via http://www.rijksoverheid.nl, p. 6 en Kamerstukken II 2013/14, 32 681, nr. 11, p. 5, 7-8, 19 en 27.

[2] Te raadplegen via https://www.internetconsultati...

[3] Kamerstukken II 2015/16, 33977, nr. 14.

23-09-2016