Publicatie
26-11-2012

Sociaal plan en ouderen

In een sociaal plan wordt vaak opgenomen dat de ontslagvergoeding is gemaximeerd tot het inkomen dat de werknemer tot de pensioengerechtigde leeftijd zal kunnen genieten. Dit wordt een zogenaamd anti-cumulatiebeding genoemd en heeft tot gevolg dat er onderscheid wordt gemaakt tussen de positie van jongere en oudere werknemers.

Uit de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBLA) volgt dat het maken van leeftijdsonderscheid mogelijk is, mits dit onderscheid objectief gerechtvaardigd is door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.

Uit een recente uitspraak van de kantonrechter Groningen blijkt dat de werkgever goed moet onderbouwen waaruit de objectieve rechtvaardiging bestaat. In deze zaak stelde een werknemer van 56 jaar oud zich op het standpunt dat het sociaal plan in strijd was met de WGBLA. In het sociaal plan was opgenomen dat de werknemers die voor ontslag werden voorgedragen een ontslagvergoeding ontvingen op grond van de kantonrechtersformule. In het sociaal plan was echter ook opgenomen dat deze vergoeding nooit hoger zou zijn dan de inkomstenderving tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. De kantonrechter kwam tot het oordeel dat de werkgever niet had aangetoond dat er sprake was van een objectieve rechtvaardiging voor het gemaakte onderscheid in het sociaal plan. Legitimiteit, doelmatigheid en proportionaliteit van het anti-cumulatiebeding ontbraken volgens de kantonrechter. Deze 56-jarige werknemer had derhalve net als zijn jongere collega’s aanspraak op de volledige ontslagvergoeding.

Hoewel een sociaal plan dat is overeengekomen met de representatieve vakbonden in beginsel als uitgangspunt wordt genomen voor het bepalen van de hoogte van de toe te kennen ontslagvergoeding en de aanbevelingen van de kantonrechters (de zogenaamde “kantonrechtersformule”) bepalen dat de ontbindingsvergoeding voor werknemers wier pensioendatum in zicht komt kan worden beperkt tot het inkomen dat zij bij het voortduren van de arbeidsovereenkomst tot hun pensioendatum zouden hebben genoten, kan een oudere werknemer soms dus met succes beroep doen op de WGBLA en een hogere vergoeding claimen.

Bij het tot stand komen van ieder sociaal plan komt de vraag op of aan de oudere werknemers dezelfde rechten toekomen als aan de jongere werknemers. Gelet op de hierboven genoemde uitspraak is het aan te bevelen goed te onderbouwen waaruit de objectieve rechtvaardiging bestaat wanneer u ervoor kiest een onderscheid naar leeftijd te maken voor de berekening van de ontslagvergoeding in het sociaal plan.

26-11-2012