Publicatie
02-11-2015

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet verlenen goede zorg

Bestuurders van een zorginstelling worden in een recent vonnis van de rechtbank Noord Nederland verantwoordelijk gehouden voor het feit dat door de zorginstelling geen goede zorg is verleend. De bestuurders hadden op enig moment moeten begrijpen dat daardoor het voortbestaan van de onderneming op het spel werd gezet. Uiteindelijk leidden de problemen binnen de zorginstelling na zeer negatieve publiciteit en zeer kritische rapportages van onder meer de Inspectie voor de Volksgezondheid (IGZ) tot het faillissement van de zorginstelling. De rechtbank oordeelt dat de bestuurders wegens onbehoorlijk bestuur aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement. Omdat de bestuurders niet moedwillig hebben gehandeld, het niet ging om puur financiële handelingen en zij zich niet schuldig hebben gemaakt aan frauduleuze handelingen, ziet de rechtbank wel gronden voor matiging van de vordering van de curator.

De Stichting Diogenes bood huisvesting aan en verzorgde dagbesteding voor mensen met een verstandelijke handicap. De twee bestuurders van Diogenes, een echtpaar, werden ernstige verwijten gemaakt. Diverse instanties oordeelden dat het nodige mis was bij Diogenes. De Arbeidsinspectie oordeelde dat de medewerkers onvoldoende waren getraind voor de dagopvang. IGZ oordeelde dat Diogenes ernstig tekortschoot op voor goede zorg wezenlijke onderdelen zoals deskundigheid van personeel, diagnostiek en signalering alsmede op het terrein van de veiligheid en de continuïteit van de zorg. IGZ constateerde daarnaast ook onvoldoende veranderingsbereidheid. In een onderzoek van Perspectief werden ernstige feiten vastgesteld betreffende de bejegening van de kwetsbare cliënten. Ook de Klachtencommissie Landbouw en Zorg verklaarde klachten betreffende de wijze van bejegening gegrond waarbij werd geoordeeld dat er sprake was van “een ernstige situatie met een structureel karakter”.

Door de gebeurtenissen vertrokken bewoners en door de negatieve publiciteit was er ook geen nieuwe aanwas meer van cliënten. Daardoor kon Diogenes de overeengekomen zorg aan de resterende cliënten niet meer op adequate wijze verlenen en was uiteindelijk het faillissement van Diogenes onvermijdelijk.

Onbehoorlijk bestuur

De rechtbank wijst in zijn vonnis op de geldende jurisprudentie dat van kennelijk onbehoorlijk bestuur slechts kan worden gesproken als geen redelijk denkend bestuurder onder deze omstandigheden aldus had gehandeld. Deze situatie deed zich volgens de rechtbank voor. De rechtbank stelt vast dat er sprake was van meerdere als ernstig te kwalificeren tekortkomingen in de zorg naar aanleiding waarvan vervolgens door de bestuurders onvoldoende doeltreffende maatregelen werden getroffen om het vertrouwen te herstellen en herhaling te voorkomen. Daarnaast constateert de rechtbank dat het vastgestelde onbehoorlijk bestuur tot het faillissement heeft geleid. Het verweer van de bestuurders dat de negatieve publiciteit als belangrijke oorzaak van het faillissement moest worden beschouwd, is door de rechtbank verworpen. Deze publiciteit was immers het gevolg van het onbehoorlijk bestuur. De bestuurders hadden moeten begrijpen dat ze door hun handelswijze het voortbestaan van de zorginstelling in gevaar brachten.

Bijzondere uitspraak voor zorgbestuurders

Zoals de rechtbank ook vaststelt, is het bijzonder dat op basis van het niet verlenen van goede zorg bestuurdersaansprakelijkheid wordt vastgesteld. In verreweg de meeste gevallen wordt het verwijt van onbehoorlijk bestuur gebaseerd op onverantwoorde beslissingen op financieel gebied.

Deze uitspraak is dan ook illustratief voor de bijzondere positie van zorgbestuurders en de aansprakelijkheidsrisico’s die zorgbestuurders lopen indien geen goede zorg wordt verleend. In deze zaak veroorzaakte de onverantwoorde zorg grote onrust en publiciteit die uiteindelijk tot het faillissement hebben geleid. Onverantwoorde zorg kan ook leiden tot vergaande maatregelen van IGZ die het voortbestaan van de zorginstelling in gevaar brengen. Ook kan de onverantwoorde zorg voor contractspartijen als zorgverzekeraars of gemeenten aanleiding zijn om de overeenkomsten met de zorginstelling te beëindigen of niet te verlengen met alle continuïteitsrisico’s voor de zorginstelling van dien.

Kortom, door (structurele) onverantwoorde zorg kan het voortbestaan van de zorginstelling op het spel worden gezet waardoor de schuldeisers van de zorginstelling kunnen worden benadeeld. Als de bestuurders van de zorginstelling om deze reden onbehoorlijk bestuur kan worden verweten, lopen zij net als de twee bestuurders van Diogenes het risico voor schade aansprakelijk te zijn. In het geval van een faillissement kan dit aansprakelijkheid voor het tekort in het faillissement betekenen, of in het geval van matiging aansprakelijkheid voor een deel van dit tekort. 

Bewustzijn aansprakelijkheidsrisico’s

Het is goed dat bestuurders van zorginstellingen zich bewust zijn van de extra aansprakelijkheidsrisico’s indien de instelling onverantwoorde zorg levert. Het is dan ook van groot belang dat de vaak uitgebreide regelgeving om de kwaliteit en veiligheid van de zorg te waarborgen door de zorgverleners goed wordt nageleefd, dat bestuurders van de zorginstelling daarop beleid voeren en op de naleving daarvan actief toezien.
Een geruststelling is wel dat niet elke ondoordachte beslissing of beleidsfout tot bestuurdersaansprakelijkheid zal leiden; deze twee bestuurders hadden het wel heel erg bont gemaakt.

02-11-2015

Betrokken advocaten

Expertises

Zorg