Publicatie
16-01-2015

Positie payrollwerknemer bij ontslag per 1 januari 2015 gewijzigd

Per 1 januari 2015 is de ontslagbescherming van werknemers die via een payrollbedrijf bij een opdrachtgever werkzaam zijn aanzienlijk versterkt. Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft hiertoe een aantal belangrijke wijzigingen doorgevoerd in het Ontslagbesluit  Door deze wijzigingen wordt het moeilijker om payrollwerknemers te ontslaan.

De afgelopen jaren hebben werkgevers veel gebruik gemaakt van payrolling. Bij payrolling is sprake van een bijzondere contractuele relatie tussen de payrollwerkgever, de payrollwerknemer en de opdrachtgever (inlener). Het payrollbedrijf treedt op als formele werkgever van de werknemer en stelt de werknemer op basis van een payrollopdracht exclusief aan de opdrachtgever ter beschikking om onder diens leiding en toezicht te werken. De werknemer ontvangt zijn loon via het payrollbedrijf, dat als juridische werkgever ook de premies voor de werknemersverzekeringen afdraagt en loonbelasting inhoudt. De positie van de payrollwerknemer is daarmee niet gelijk aan die van een ‘gewone’ werknemer.

Tot 1 januari 2015 was de beëindiging van de payrollopdracht voor het UWV voldoende om een ontslagvergunning te verlenen en werd de reden van de beëindiging door de opdrachtgever niet door het UWV getoetst. In het Sociaal akkoord van 11 april 2013 zijn reeds afspraken gemaakt over de ontslagbescherming van payrollwerknemers te versterken. Met de wijzigingen in het Ontslagbesluit wordt de bescherming van payrollwerknemers tegen ontslag gelijk aan  de bescherming van werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij dezelfde opdrachtgever.

De belangrijkste wijzigingen en bepalingen op een rij:

  • Bij het beëindigen van een overeenkomst tussen de opdrachtgever en de payrollwerkgever dient voortaan te worden bezien of bij de opdrachtgever sprake is van zodanige omstandigheden dat toestemming kan worden verleend voor het voorgenomen ontslag door de payrollwerkgever. Aan de payrollwerkgever wordt alleen dan toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding verleend als aan de voorwaarden voor een ontslag (bijvoorbeeld wegens onvoldoende functioneren) bij de opdrachtgever is voldaan.
  • Bij  bedrijfsbeëindiging door de payrollwerkgever wordt geen ontslagvergunning verleend; er vervalt dan geen arbeidsplaats bij de opdrachtgever;
  • Bij de voordracht voor ontslag van de  payrollwerknemer op  bedrijfseconomische gronden dient in beginsel  het afspiegelingsbeginsel bij de opdrachtgever te worden toegepast. Dit kan ertoe leiden dat niet de payrollwerknemer maar een ‘gewone’ werknemer voor ontslag in aanmerking komt;
  • Indien het UWV toestemming verleent aan de payrollwerkgever om de arbeidsverhouding met de payrollwerknemer op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen, dient het UWV daaraan de voorwaarde te verbinden dat de opdrachtgever, als binnen 26 weken na het ontslag een vacature ontstaat voor dezelfde werkzaamheden, eerst weer de payrollwerknemer in de gelegenheid stelt om zijn vroegere werkzaamheden te hervatten (al dan niet via de payrollwerkgever);
  • Indien de opdrachtgever gedurende een periode van ten minste drie maanden zijn financiële verplichtingen jegens de payrollwerkgever niet nakomt en de payrollwerkgever geen ander werk heeft voor de payrollwerknemer, kan vanwege bedrijfseconomische omstandigheden in beginsel toestemming voor opzegging van de arbeidsverhouding worden verleend. De payrollwerkgever dient daarbij wel uitdrukkelijk aan te tonen dat zij de mogelijkheden van herplaatsing (bijvoorbeeld bij andere opdrachtgevers) uitvoerig heeft onderzocht. In dat geval is het afspiegelingsbeginsel niet van toepassing en kan het UWV ook geen wederindiensttredingsvoorwaarde stellen.

Overgangsrecht

De wijzigingen in het Ontslagbesluit zijn van toepassing op arbeidsovereenkomsten tussen een payrollwerkgever en payrollwerknemer met een ingangsdatum op of na 1 januari 2015. Op 1 juli 2015 treedt het gewijzigde ontslagrecht uit de Wet Werk en Zekerheid en de daarbij behorende Ontslagregeling in werking, waarin tevens regels zijn opgenomen inzake de opzegging van de van de arbeidsovereenkomst met een payrollwerknemer. 

16-01-2015

Betrokken advocaten

Expertises

Arbeidsrecht