Publicaties

Wet Normering Topinkomens

Wijzigt tijdelijke andere baan de positie van een topfunctionaris?

De stroom uitspraken over de werkingssfeer van de Wet Normering Topinkomens (WNT) houdt onverminderd aan. In een zaak betreffende een voormalig Directeur Finance van de zorgverzekeringstak van Achmea kwam de vraag aan de orde of deze werknemer na het neerleggen van deze functie en het vervullen van drie andere functies binnen de organisatie bij zijn ontslag nog moest worden aangemerkt als een topfunctionaris in de zin van de WNT. De rechtbank Utrecht oordeelde dat de voormalig directeur ondanks verlies van deze functie toch een topfunctionaris was gebleven.

Vaak ontstaat rond het vertrek van een manager of directeur van een organisatie die onder de reikwijdte van de WNT valt discussie over de vraag of de werknemer aangemerkt kan worden als een topfunctionaris. Dit houdt verband met het feit dat artikelen 2.10 en 3.7 WNT bepalen dat partijen geen beëindigingsvergoeding mogen overeenkomen die meer bedraagt dan een jaarsalaris, waarbij een bedrag van € 75.000,= als wettelijk maximum geldt. De werknemer heeft dus belang om niet als topfunctionaris te worden aangemerkt. De werkgever bepleit vaak dat de werknemer juist wel een topfunctionaris is en dat de vergoeding dus niet meer kan bedragen dan € 75.000,=.

Partijen mogen in een vaststellingsovereenkomst geen hogere vergoeding overeenkomen dan het hiervoor genoemde bedrag. Doen zij dat toch, dan heeft dat verstrekkende gevolgen. Artikel 1.6 lid 2 WNT bepaalt dat de beëindigingsvergoeding dan van rechtswege wordt beperkt tot het maximaal toegestane bedrag. Betalingen die dat bedrag overschrijden, zijn onverschuldigd betaald, tenzij de betaling voortvloeit uit een rechterlijke uitspraak. De rechter kan dus wel afwijken van het maximumbedrag dat de WNT stelt. Om die reden wordt ook relatief vaak geprocedeerd over de hoogte van de beëindigingsvergoeding in WNT-zaken.

Centraal staat steeds de vraag of een werknemer een topfunctionaris is in de zin van de WNT. Een werknemer wordt als topfunctionaris aangemerkt als hij:

  • behoort tot de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een rechtspersoon (directie, RvB en RvC);
  • behoort tot de hoogste ondergeschikten of leden van de groep hoogste ondergeschikten aan dat orgaan en in deze rol gezamenlijk verantwoordelijk is voor de gehele rechtspersoon (leden MT of directieteam); en/of
  • belast is met de dagelijkse leiding van de gehele rechtspersoon.

Een werknemer hoeft dus niet zelfstandig belast te zijn met de dagelijkse leiding van de gehele rechtspersoon om als topfunctionaris aangemerkt te worden.

De wetgever heeft geprobeerd om zoveel mogelijk sluiproutes te blokkeren. Indien een werknemer wordt vrijgesteld van werk in het kader van een vertrekregeling wordt dit aangemerkt als een uitkering wegens beëindiging van het dienstverband en wordt de datum waarop de topfunctionaris de uitoefening van zijn taken beëindigt aangemerkt als datum waarop het dienstverband eindigt.

Terug naar de zaak van de Directeur Finance. Hij was op 1 juni 1996 bij (een rechtsvoorganger van) Achmea in dienst getreden. In de periode 20 mei 2011 tot en met 30 juni 2013 had hij de functie van Directeur Finance bij Achmea, Divisie Zorg & Gezondheid vervuld. Na deze functie had hij nog drie andere functies bij Achmea vervuld, te weten Projectmanager (vanaf 1 juli 2013 tot 30 november 2013), Directeur Finance bij een andere divisie (vanaf 1 december 2013 tot 30 juni 2014) en Programmamanager (vanaf 1 juli 2014 totdat de arbeidsovereenkomst op 1 april 2015 zou eindigen). Deze tijdelijke functies zijn vervuld in afwachting van een definitieve benoeming. Op 27 november 2014 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten die ziet op de beëindiging van het dienstverband per 1 april 2015. Partijen hebben in het kader van die vaststellingsovereenkomst geen overeenstemming kunnen bereiken over de toepasselijkheid van de WNT en daarmee over de hoogte van de beëindigingsvergoeding. Zij hebben dit geschilpunt vervolgens gezamenlijk aan de kantonrechter voorgelegd.

In de eerste plaats komt de vraag aan de orde of de werknemer in de functie Directeur Finance als topfunctionaris dient te worden aangemerkt. Hij gaf geen leiding aan het gehele Achmea-concern, maar was wel directeur van de divisie Zorg & Gezondheid, de zorgverzekeringstak van Achmea. De Directeur Finance is lid van het directieteam van deze divisie. Het directieteam is verantwoordelijk voor het bestuur van de verschillende bedrijfsonderdelen die deel uitmaken van de Divisie Zorg & Gezondheid. Het feit dat de WNT niet voor geheel Achmea geldt betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat de WNT toepassing mist op de zorgverzekeringstak. In de situatie van Achmea moeten de bewoordingen ‘de gehele rechtspersoon of de gehele instelling’ van artikel 1.1 WNT zo worden uitgelegd dat daaronder de gehele zorgverzekeringstak van Achmea valt. Werknemer moet als Directeur Finance in de periode 20 mei 2011 tot en met 30 juni 2013 dan ook als topfunctionaris in de zin van de WNT worden aangemerkt.

In de tweede plaats komt de vraag aan de orde of de functiewisselingen na 1 juli 2013 ertoe hebben geleid dat de werknemer niet langer als topfunctionaris kan worden aangemerkt. Per 1 juli 2013 is werknemer in overleg met Achmea uit de directiefunctie teruggetreden. Werknemer gaat ervan uit dat hij om die reden een ‘gewezen topfunctionaris’ is. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Geoordeeld wordt dat werknemer niet als een gewezen topfunctionaris is te beschouwen, maar als een topfunctionaris die in het verlengde van zijn functie in de aanloop naar een definitieve oplossing bij dezelfde werkgever tijdelijk werkzaamheden heeft verricht. De rechtbank acht daarbij van belang dat een ander oordeel tot omzeiling van de WNT zou kunnen leiden. Een werkgever zou een werknemer dan tijdelijk een andere functie kunnen geven om de WNT te omzeilen. Nu dat niet de bedoeling van de wetgever is geweest concludeert de rechtbank tot toepasselijkheid van de WNT. Dit betekent dat de Directeur Finance, die gedurende een dienstverband van 19 jaar strikt genomen slechts twee jaar een topfunctionaris in de zin van de WNT is geweest - en waarvan de laatste 2 jaar vaststaat dat hij geen werkzaamheden als topfunctionaris heeft verricht - toch onder de reikwijdte van de WNT valt nu geen sprake was van een definitieve plaatsing.

De derde vraag die aan de orde komt is of in dit geval van de WNT moet worden afgeweken. De WNT biedt de rechter deze ruimte op grond van de redelijkheid en billijkheid. De rechtbank ziet daarvoor geen aanleiding in deze zaak. De door de werknemer genoemde omstandigheden (zoals verwijtbaarheid van de werkgever, slechte arbeidsmarktpositie, etc.) vinden geen genade bij de rechtbank. Dit leidt er dus toe dat de werknemer slechts aanspraak heeft op een vergoeding van € 75.000,=.

21 - 05 - 2015