Publicatie
21-10-2015

Faillissement vof en vennoten

Sinds 1927 gold als vaste rechtspraak dat het faillissement van een vennootschap onder firma automatisch tot gevolg had dat ook de daarbij betrokken vennoten in staat van faillissement kwamen te verkeren. De Hoge Raad kwam kort geleden terug op deze rechtspraak. Bij zijn arrest van 6 februari 2015 oordeelde de Hoge Raad namelijk dat het faillissement van een vennootschap onder firma niet langer steeds en noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten tot gevolg heeft.

De vennootschap onder firma (vof) is een zogenaamde personenvennootschap waarbij de vennoten met elkaar gezamenlijk een bedrijf uitoefenen en daarvoor een gezamenlijke bedrijfsnaam gebruiken. De vof heeft een vermogen dat is afgescheiden van de vermogens van de vennoten. Omdat de vennoten van de vof onderling hoofdelijk aansprakelijk  zijn voor de schulden van de vof, hebben schuldeisers de mogelijkheid om zich – naast het afgescheiden vermogen van de vof – ook op het privévermogen van de vennoten te verhalen. De Hoge Raad nam om die reden in 1927 aan dat het faillissement van de vof noodzakelijkerwijs ook het faillissement van de vennoten betekent.

In zijn arrest van 6 februari 2015 oordeelde de Hoge Raad dat dit niet langer het geval hoeft te zijn. De casus was als volgt. Een crediteur vroeg het faillissement aan van zowel een vof als van de daarbij betrokken vennoten. Eén van de vennoten deed daarop het verzoek om toegelaten te mogen worden tot de schuldsaneringsregeling. Nog voordat de rechtbank op dit verzoek kon beslissen, verklaarde de rechtbank de vof – en dus ook haar vennoten – failliet. De vennoot ging daartegen in verzet. Het hof oordeelde dat de rechtbank weliswaar had moeten wachten met de faillietverklaring totdat op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling was beslist, maar dat het faillissement van de vennoot door het faillissement van de vof toch al was gegeven.

De Hoge Raad is het daar niet (langer) mee eens, en wel om een vijftal redenen:

i)       De vof wordt vanwege zijn afgescheiden vermogen op diverse plaatsen in de wet beschouwd als een afzonderlijk rechtssubject dat zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen en kan derhalve als zodanig – los van de vennoten – failliet worden verklaard;

ii)      De faillissementswet geeft geen aanleiding tot het automatisch failliet gaan van de vennoten. De namen van de vennoten moeten weliswaar vermeld worden in het faillissementsverzoek van de vof, maar dit betekent nog niet dat dit verzoekschrift ook is gericht op de faillietverklaring van de afzonderlijke vennoten;

iii)    De vennoot kan, in tegenstelling tot de vof zelf, nog voldoende privévermogen hebben om zowel de schuldeisers van de vof als zijn privéschuldeisers te voldoen. Daarnaast zou de vennoot een hem persoonlijk toekomend verweermiddel (bijvoorbeeld een verrekenbare tegenvordering) kunnen aanvoeren jegens de schuldeiser(s);

iv)     Sinds 1 december 1998 bestaat voor natuurlijke personen de mogelijkheid om een verzoek te doen tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, ook indien sprake is van zakelijke schulden. Dat brengt met zich mee dat men niet zonder meer failliet moet worden verklaard bij het faillissement van de vof;

v)      Het is in strijd met artikel 6 EVRM om de vennoten failliet te laten verklaren, zonder dat dit ten aanzien van hen is verzocht. Bovendien dient ten aanzien van de vennoten afzonderlijk te worden onderzocht of zij in privé in de toestand verkeren te hebben opgehouden te betalen.

Hoewel het faillissement van de vennoten doorgaans onvermijdelijk zal zijn indien sprake is van een faillissement van de vof, is dat niet langer automatisch het geval. Dat heeft tot gevolg dat in het faillissementsverzoek voor iedere vennoot expliciet om het faillissement moet worden verzocht, indien men als schuldeiser tevens de vennoten failliet wil laten verklaren. De rechter zal dan voor iedere vennoot afzonderlijk moeten onderzoeken of wordt voldaan aan de criteria die gelden voor faillietverklaring.

21 - 10 - 2015

Betrokken advocaten

Expertises

M&A