Publicatie
27-03-2014

Faillissementsfraude - rol curator in opsporing vergroten

Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) wil faillissementsfraude harder aanpakken. Jaarlijks kost dit schuldeisers zo'n 1,5 miljard euro. Ook de curator zou een actievere rol kunnen spelen, meent de minister. Een wetsvoorstel om de positie van de curator te versterken, ligt nu voor advies bij de Raad van State.

Om faillissementsfraude effectiever te kunnen bestrijden, zijn in het kader van het wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht drie wetsvoorstellen voor advies aan de Raad van State voorgelegd. De Minister presenteerde eerder al het Wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod, waarmee een frauderende bestuurder kan worden verboden om gedurende vijf jaar als bestuurder op te treden. Tevens is het Wetsvoorstel herziening strafbaarstelling faillissementsfraude gepresenteerd. Het Wetsvoorstel versterking positie curator is het sluitstuk van de reeks wetsvoorstellen.

Verplichtingen curator

De curator heeft in een faillissement de taak om de boedel te vereffenen en dient daarbij de belangen van de schuldeisers te behartigen. Naast deze kerntaak wordt de curator nu wettelijk verplicht om onderzoek te verrichten naar onregelmatigheden in het faillissement. Onregelmatigheden moeten worden gemeld bij de rechter-commissaris. De rechter-commissaris beslist of aangifte van fraude volgt.

Verplichtingen bestuurders

Bestuurders zijn in het huidige recht al verplicht om op verzoek van de curator inlichtingen te verschaffen. Op basis van het wetsvoorstel zullen zij de curator nu ook ongevraagd moeten inlichten over feiten en omstandigheden waarvan zij weten of behoren te begrijpen dat deze van belang zijn. Daaronder vallen ook meldingen over eventuele buitenlandse activa, zoals banktegoeden en vastgoed. Bovendien moet de overhandigde administratie leesbaar zijn, eventueel met behulp van encryptiesleutels. Tot slot zullen ook derden die de administratie onder zich hebben, bijvoorbeeld een accountant, deze op verzoek aan de curator ter beschikking moeten stellen. Het wetsvoorstel bepaalt dat deze verplichtingen niet alleen gelden voor bestuurders, maar tevens voor feitelijk bestuurders en voor oud-bestuurders (tot drie jaar terug).

Kritiek

Het belang om faillissementsfraude te bestrijden, zal niemand betwisten. Niettemin vragen curatoren zich af of de minister met dit wetsvoorstel wel de juiste weg bewandelt. Als door de curator faillissementsfraude wordt gemeld, moeten de politie en justitie dit vervolgens wel oppakken. De praktijk leert dat daar tot op heden weinig van terecht komt. Het aantal fraudezaken dat strafrechtelijk wordt vervolgd, ligt volgens schattingen rond de 2 procent. Meldingen van mogelijke fraude die onderin een bureaulade eindigen omdat politie en justitie niet de menskracht en de middelen hebben om er wat mee te doen, maakt het animo onder curatoren niet veel groter. Nieuwe wetgeving heeft pas zin wanneer ook bij politie en justitie sprake is van voldoende capaciteit om met de meldingen van curatoren serieus aan de slag te gaan.

27 - 03 - 2014