Publicatie
15-01-2015

Bankgarantie

De bankgarantie vervult een belangrijke rol in het handelsverkeer als zekerheidsdocument. Indien partijen een overeenkomst aangaan, kan de ene partij ('debiteur') tot zekerheid van de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst ten gunste van de andere partij ('crediteur') door de bank een bankgarantie laten stellen. Als de crediteur de bankgarantie inroept, zal de bank – indien aan de formele voorwaarden van de garantie is voldaan – het gegarandeerde bedrag in beginsel aan hem moeten uitkeren. In bepaalde gevallen is voor uitkering voldoende dat de crediteur stelt dat de debiteur jegens hem zijn verplichtingen niet nakomt. In een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam is nog eens bepaald dat de bank slechts in uitzonderingsgevallen een beperkte onderzoeksplicht heeft om te beoordelen of die stelling van de crediteur juist is.

Het uitgangspunt is dat de bank buiten de rechtsverhouding tussen de debiteur en de crediteur staat. De bank zal op het eerste schriftelijk verzoek van de crediteur het gegarandeerde bedrag uitbetalen indien aan de formele voorwaarden voor het inroepen van de garantie is voldaan. Dit is het zogenaamde beginsel van strikte conformiteit.

Een uitzondering op dit beginsel, zo oordeelde de Hoge Raad reeds tien jaar geleden, kan zich voordoen indien de crediteur kennelijk bedrieglijk of willekeurig tot het inroepen van de bankgarantie overgaat. In dat geval keert de bank niet uit onder de bankgarantie.

In een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2014:2451) was aan de orde in hoeverre de bank kon uitkeren onder de bankgarantie nu zij door de debiteur was gewaarschuwd dat de crediteur de bankgarantie bedrieglijk of willekeurig had ingeroepen. Een dergelijke waarschuwing van de debiteur leidt tot een onderzoeksplicht van de bank. Maar deze onderzoeksplicht, zo blijkt uit het vonnis van de rechtbank, is heel beperkt. Uit het feit dat de debiteur uitgebreid en puntsgewijs in een brief aan de bank had beschreven waarom hij niet in de nakoming van zijn verplichtingen jegens de crediteur tekortschoot, maakte de rechtbank op dat hierover tussen partijen een aanzienlijk verschil van mening bestaat. De bank hoeft zich niet in dit meningsverschil te verdiepen. De rechtbank kwam daarom tot het oordeel dat er geen sprake was van ‘zonneklare kenbaarheid’ voor de bank van het willekeurig of bedrieglijk inroepen van de bankgarantie. De bank diende dus over te gaan tot uitkering onder de garantie.

Positie van de debiteur

Hoe kan een debiteur nu voorkomen dat een crediteur die ten onrechte de bankgarantie inroept – omdat de debiteur niet tekort is geschoten – het bedrag van de bankgarantie uitgekeerd krijgt van de bank?
Eén van de mogelijkheden is het leggen van conservatoir derdenbeslag onder de bank ten laste van de crediteur om zo te voorkomen dat uitbetaling onder de bankgarantie geschiedt. Dit gebeurde in het geval dat heeft geleid tot bovengenoemd vonnis van de Rechtbank Amsterdam. Het beslag bleek in dat geval onrechtmatig te zijn gelegd. Een andere optie is om in kort geding een uitkeringsverbod tegen de bank te vorderen.

Dit zijn echter middelen die zich niet goed laten verenigen met het karakter van de bankgarantie. Alleen als zonneklaar kenbaar is voor de bank dat de crediteur kennelijk bedrieglijk of willekeurig onder de garantie claimt, kunnen dergelijke middelen effect sorteren. Maar juist daarvan is niet snel sprake, zo volgt uit de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam. De debiteur zou nog kunnen trachten in kort geding een inroepverbod tegen de crediteur te vorderen. Maar als de crediteur toch al tot het inroepen van een bankgarantie overgaat, is het de vraag of de bank bereid is de uitspraak in kort geding af te wachten.

In de praktijk blijft de bankgarantie met slechts enkele formele voorwaarden, gevoelig voor misbruik. Een alternatief is een bankgarantie die pas inroepbaar is zodra de crediteur een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis of een onherroepelijk vonnis tegen de debiteur heeft verkregen. In dat geval wordt door een rechter vastgesteld of de debiteur al dan niet zijn verplichtingen is nagekomen. Hiermee wordt voorkomen dat de bank aan de crediteur uitkeert op zijn eerste schriftelijk verzoek onder de enkele mededeling dat de debiteur is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen.

15 - 01 - 2015