Publicatie
17-03-2015

Afschaffing exequatur in nieuwe Europese verordening

Sinds 10 januari 2015 is een nieuwe Europese verordening (Verordening (EU) Nr. 1215/2012) van kracht betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in grensoverschrijdende burgerlijke en handelszaken.

Het doel van de nieuwe verordening, ook wel Brussel I bis genoemd, is om de grensoverschrijdende toegang tot de nationale rechters in EU lidstaten te verbeteren en het vrije verkeer van (rechterlijke) beslissingen binnen de Unie verder te vergemakkelijken.

Eén van de belangrijkste wijzigingen in Brussel I bis is de afschaffing van de zogenaamde exequaturprocedure als vereiste voor de tenuitvoerlegging van beslissingen in een andere lidstaat van de EU.

Onder de oude verordening diende degene die een beslissing ten uitvoer wenste te leggen in een andere lidstaat daartoe een (exequatur)procedure te starten in die lidstaat met het verzoek tot verlof voor de tenuitvoerlegging (het exequatur).

Hoewel op grond van de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie het verlof voor tenuitvoerlegging van beslissingen in andere lidstaten slechts in zeer uitzonderlijke situaties kan worden geweigerd of - na succesvol bezwaar van de geëxecuteerde - kan worden ingetrokken, komt weigering of intrekking van een exequatur in de praktijk toch voor. Dit kan tot grote vertraging in de executie van beslissingen in het buitenland leiden. Recentelijk hadden wij te maken met een procedure waarin een Italiaanse rechter een verleend exequatur introk, nadat de Nederlandse rechter een Italiaanse partij had veroordeeld tot betaling aan een Nederlandse partij en deze Nederlandse partij voor de tenuitvoerlegging van het vonnis een exequatur had verkregen. Deze intrekking door de Italiaanse rechter, overigens in strijd met de Europese jurisprudentie op dit punt, leidt vanzelfsprekend tot onwenselijke vertraging. Inmiddels wordt in deze zaak bij de Hoge Raad in Italië alsnog getracht verlof voor tenuitvoerlegging te krijgen.

Onder Brussel I bis is de exequaturprocedure afgeschaft en kan een partij, die in Nederland een vonnis heeft gekregen dat in een andere lidstaat ten uitvoer moet worden gelegd, zich dus rechtstreeks wenden tot de in die lidstaat bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie. De tenuitvoerleggende partij hoeft dus niet meer eerst langs de rechter, maar kan de beslissing en het bijbehorende certificaat rechtstreeks aan de schuldenaar betekenen.

De afschaffing van de exequaturprocedure lijkt de tenuitvoerlegging van beslissingen in het buitenland te vergemakkelijken. Toch kan een tenuitvoerlegging ook onder het nieuwe regime nog steeds worden geweigerd. De weigeringsgronden zijn in Brussel I bis namelijk behouden gebleven. De beoordeling van de weigeringsgronden is alleen verschoven naar de executiefase. Door de betekening van de beslissing en het certificaat aan de geëxecuteerde raakt deze partij op de hoogte van de op handen zijnde tenuitvoerlegging. Hij zal zich dan met een beroep op de weigeringsgronden tot de bevoegde rechterlijke instantie kunnen richten om tenuitvoerlegging af te wenden.

De praktijk zal dus moeten uitwijzen of de afschaffing van de exequaturprocedure daadwerkelijk leidt tot vereenvoudiging van het vrije verkeer van rechterlijke beslissingen en authentieke akten.

Brussel I bis geldt voor uitspraken en akten van na 10 januari 2015. Voor uitspraken en akten van vóór die datum blijft de EEX-Verordening (Verordening (EG) 44/2001) van kracht.

17 - 03 - 2015

Betrokken advocaten

Expertises