Publicatie
10-03-2016

Eerste ervaringen met de WWZ

Op 2 maart 2016 heeft de Tweede Kamer een rondetafelgesprek gehouden over de Wet Werk en Zekerheid (de WWZ). Tijdens dit gesprek hebben verscheidene deskundigen verslag gedaan van hun eerste ervaringen met deze wet. De algemene tendens tijdens het gesprek was dat de WWZ het ontslagrecht zeker niet sneller, eerlijker en eenvoudiger heeft gemaakt, zoals wel de bedoeling van de wetgever was.

Voorafgaande aan het rondetafelgesprek zijn diverse position papers ingediend, onder meer door 2 arbeidsrechtverenigingen (de VvA en de VAAN), DAS Rechtsbijstand, kantonrechter Wetzels, de Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) en hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp. Uit deze position papers blijkt een aantal interessante feiten, cijfers en constateringen aangaande het nieuwe ontslagrecht en de transitievergoeding:

  • Sinds de invoering van het nieuwe ontslagrecht worden méér ontbindingsverzoeken afgewezen dan voorheen. Hoeveel meer is niet geheel duidelijk, maar de stijging van het aantal afwijzingen is zeker significant te noemen.
  • In de periode 1 juli 2015 t/m 5 februari 2016 werd in 24 van de 167 ontbindingszaken een billijke vergoeding toegekend. Er is in deze rechtspraak geen duidelijke lijn te ontdekken aangaande de hoogte van de billijke vergoeding en de in dit verband aan te leggen maatstaf.
  • De tot nu toe toegekende billijke vergoedingen zijn relatief laag. De hoogste billijke vergoeding tot nu toe bedraagt EUR 50.000.
  • Door de arbeidsrechtverenigingen is opgemerkt dat men een écht open rechtsgrond voor ontslag mist. Bij gebrek aan een dergelijke open rechtsgrond wordt het nieuwe ontslagrecht zeker niet ervaren als versoepeld, maar juist als bemoeilijkt.
  • Uit een enquête onder de leden van de AWVN blijkt dat 97% van mening is dat het door de WWZ moeilijker is geworden werknemers te ontslaan.
  • Door kantonrechter Wetzels wordt geconstateerd dat na de invoering van de WWZ het aantal voor de zitting ingetrokken verzoekschriftprocedures is toegenomen, terwijl hierin voor de WWZ juist een dalende trend bestond. Hieruit blijkt dus dat sinds de invoering van de WWZ vaker dan voorheen zaken nog vlak voor de zitting worden geregeld.
  • Ook hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp en de arbeidsrechtverenigingen constateren dat de WWZ leidt tot meer afdoeningen buiten de rechtszaal.
  • De arbeidsrechtverenigingen constateren dat voor de “gewone werknemer” de transitievergoeding vaak als uitgangspunt geldt in schikkingsonderhandelingen. De  ontslagvergoeding die de “hogere manager” weet te bedingen ligt veelal hoger, vaak zelfs (ver) boven de neutrale kantonrechtersformule.
  • Zowel de arbeidsrechtverenigingen als DAS Rechtsbijstand constateren dat veel werkgevers, in het bijzonder in het MKB, het als problematisch ervaren dat de werknemer die wordt ontslagen na 104 weken ziekte ook recht heeft op een transitievergoeding. Dit leidt ertoe dat er in toenemende mate “slapende dienstverbanden” bestaan.

Al met al is de kritiek op de WWZ dus fors. De algemene opvatting is dat het ontslagrecht aanzienlijk is verzwaard en dat het een stuk moeilijker is dan voorheen om een werknemer met een vast contract te ontslaan – waardoor werkgevers minder snel geneigd zijn een vast contract aan te bieden. Dit lijkt ertoe te leiden dat een vaste baan door de WWZ nog vaster is geworden en een flexibele baan nog flexibeler. Tijdens het rondetafelgesprek van 2 maart 2016 wezen meerdere deskundigen erop dat met name het MKB hier erg veel last van heeft.

Direct na het rondetafelgesprek heeft Minister Asscher in de pers al gezegd dat hij bereid is wijzigingen aan te brengen in de transititievergoeding voor werknemers die worden ontslagen na 104 weken ziekte, mits de werkgever zich aantoonbaar goed heeft ingespannen voor re-integratie. Minister Asscher heeft aangegeven hierbij te denken aan het geheel schrappen van de transitievergoeding of aan het betalen van een lager bedrag.

10 - 03 - 2016

Betrokken advocaten

Expertises

Arbeidsrecht