Publicatie
31-10-2013

Stille curator - Wettelijk kader voor beoogd curator

Rechtbanken stellen steeds vaker een 'stille curator' aan. Deze curator begint achter de schermen met werkzaamheden die kunnen leiden tot een betere, snellere en minder verliesgevende afronding van een faillissement. De minister van Justitie en Veiligheid wil de stille curator nu ook een wettelijk kader geven.

Het uitspreken van een faillissement gaat doorgaans met veel publiciteit gepaard en brengt bedrijven mede daardoor vaak in een negatieve spiraal. Er kan snel een waardevermindering plaatsvinden, die uiteindelijk ook in het nadeel is van de schuldeisers. De nieuwe maatregel beoogt een betere afhandeling van een faillissement mogelijk te maken. Het ‘voorwerk’ door een stille of beoogd curator gebeurt achter de schermen en kan leiden tot een snellere afwikkeling en een hogere opbrengst voor de schuldeisers. Bijvoorbeeld omdat gezondere onderdelen nog voor een marktconforme prijs kunnen worden verkocht in plaats van tegen executiewaarde.   

Net als een ‘gewone’ curator wordt deze tijdelijke curator door de rechtbank aangesteld met de bedoeling dat deze ook na een faillissement blijft. In tegenstelling tot de curator die bij een faillissement aantreedt, heeft een stille curator geen beslissingsbevoegdheid over de onderneming noch een adviserende rol. De overheid spreekt dan ook liever over een beoogd curator dan over een stille bewindvoerder. De tijdelijke curator kijkt mee, laat zich informeren en denkt na over de aanpak na een eventueel faillissement. De belangen van de crediteuren zijn daarbij leidend.

In het Verenigd Koninkrijk bestaat soortgelijke wetgeving al wat mede de basis is geweest voor de voorstellen waar de Nederlandse overheid nu mee komt. Ook is gekeken naar de praktijkervaringen in eigen land. Alleen de rechtbanken van Utrecht, Limburg en Overijssel willen vooralsnog geen stille bewindvoerders aanstellen, juist vanwege het ontbreken van een wettelijk kader. In die leemte wordt nu voorzien. Naar verwachting zal de definitieve wetgeving medio 2014 worden ingevoerd.  

In de komende consultatiefase zullen ook advocaten om een reactie worden gevraagd. Willem Jan van Andel, partner van Wijn & Stael en voorzitter van de commissie die namens de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) advies zal uitbrengen over de wetsvoorstellen:  “We hebben ons standpunt nog niet bepaald dus daar kan ik niet op vooruit lopen. Het is wel winst dat er rechtsgelijkheid gaat ontstaan. Nu hangt het van de rechtbank af of een bedrijf met een stille bewindvoerder aan de slag kan en dat is niet optimaal. Ik denk dat we bij de huidige voorstellen met name willen bezien of de wet niet te veel overlaat aan de goede wil van betrokkenen. In wetgeving kan je niet altijd rekenen op het harmoniemodel maar moet je juist voorzieningen treffen wanneer partijen minder soepel met elkaar omgaan. Soms is een stok achter de deur goed, ook als je hem niet nodig hebt.”

31 - 10 - 2013